Inhoudsopgave

maandag 13 november 2017

Hoe zit het met mensen die nooit het evangelie hebben gehoord?

Mensen hebben vele redenen om zich af te keren van het evangelie. Vaak horen we de opvatting dat het oneerlijk is als God mensen verloren laat gaan omdat ze het evangelie niet hebben gehoord. Ze hadden misschien wel willen geloven, maar omdat de boodschap hen niet heeft bereikt, hebben ze niet de kans gehad zich te bekeren. Bij zo'n God wil men niet horen! De Bijbel laat zien dat God mensen die het evangelie niet hebben gehoord wel degelijk een eerlijke kans geeft.

Hoe zit het dan wel? Laten we eerst inventariseren.
1. Er zijn mensen die het evangelie niet hebben gehoord omdat ze leefden voordat de kruisiging plaatsvond;
2. Er zijn mensen die het evangelie niet hebben gehoord omdat het evangelie hen niet heeft bereikt;
3. Er is het Joodse volk.

We beginnen met het laatste punt.

Israël

Vanaf de roeping van Abraham heeft Gods volk kennis gekregen van het bestaan van God en Diens bemoeienis met de mensheid. Te beginnen met Mozes zijn alle gebeurtenissen en openbaringen neergelegd in de Tenach (Joodse Bijbel - zeg maar het Oude Testament). Zo wisten zij ook van Gods belofte de Messias te laten komen, die het zondeprobleem zou oplossen. Voor hen gold wat voor Abraham gold. Al in het begin van het Oude Testament lezen we:

En hij (Abraham) geloofde in de Here, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid. (Genesis 15:6)

Vele honderden jaren laten, aan het eind van het Oude Testament vinden we:

(…) de rechtvaardige zal door zijn geloof leven. (Habakuk 2:4)

Ze hadden dus Gods Woord en wisten dat God van hen geloof(svertrouwen) vroeg. Bovendien begrepen ze dat de schepping getuigt van het bestaan van God.

De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen. Het is geen sprake en het zijn geen woorden, hun stem wordt niet vernomen: toch gaat hun prediking uit over de ganse aarde en hun taal tot aan het einde der wereld. (Psalm 19:2-5a)

Heidenen

Hoewel miljoenen mensen het evangelie niet hebben horen prediken (zoals aangegeven in punt 1 en 2), geldt ook voor hen het 'evangelie' van de schepping. In antwoord op deze verkondiging (zie opnieuw Psalm 19) verwacht God dat ieder mens Hem eer bewijst, dat wil zeggen Hem als Schepper erkent.

18 Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden,
19 daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard.
20 Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.
21 Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart.
22 Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden,
23 en zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. (…)
25 Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen. (Romeinen 1:18-25)

Hier wordt in krachtige bewoordingen gesteld dat ieder mens verantwoordelijk is God te prijzen en te danken voor de schepping. De verkondigende kracht van de schepping is zo overweldigend dat geen mens zich aan deze verantwoordelijkheid kan onttrekken. Alle zogenaamde wijsheid die meende deze boodschap te kunnen negeren wordt onverstandig, ja zelfs dwaas genoemd. Maar helaas, liever dan de Schepper alle eer te geven, maakte de mens zich afgoden en boog zich voor het maaksel van eigen hand. Dus, ook al leefden ze voordat de kruisiging van Christus plaatsvond, of behoren ze tot die mensen aan wie het evangelie nooit werd verkondigd, ze zijn niet zonder 'informatie', ze weten dat God bestaat.

Wil dit nu zeggen dat geloof in het bestaan van Schepper voldoende is om voor de eeuwigheid gered te worden? Nee, want er is meer.

Het geweten

'Het geweten vergelijkt een aangeleerde of ingeboren ethische norm met een praktische situatie. In de opvoeding wordt het geweten ontwikkeld omdat de ervaring leert dat menselijke neigingen erdoor in toom gehouden kunnen worden.' (Wikipedia)

Een op de goede manier ontwikkeld geweten doet twee dingen:
- het beschuldigt als een mens kwaad doet;
- het verontschuldigt als een mens geen kwaad doet.

12 Want allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en allen, die onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden;
13 want niet de hoorders der wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden.
14 Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder wet, zichzelf tot wet;
15 immers, zij tonen, dat het werk der wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten medegetuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen,
16 ten dage, dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn evangelie, door Christus Jezus. (Romeinen 2:12-16)

Paulus schrijft hier dat alle mensen een elementair besef hebben van goed en kwaad. Hij noemt het 'het werk van de wet in het hart'. Het geweten vergelijkt de levenspraktijk met dit besef van goed en kwaad en komt zo tot beschuldiging of verontschuldiging. Het geweten werkt in op de emoties. Beschuldiging door het geweten leidt tot schuldbesef, tot 'een slecht geweten'. Verontschuldiging brengt een gevoel op opluchting, van ruimte, van vrede. Gods oordeel over 'hen die het evangelie niet gehoord hebben' weegt in hoeverre ze naar hun geweten hebben geluisterd. En over de rechtvaardigheid van dat oordeel kan iedereen gerust zijn. God is de kenner van de harten, God weet alles, God zal rechtvaardig oordelen.
Omdat de teksten van Paulus niet altijd even eenvoudig zijn, plaats ik hieronder hetzelfde Schriftgedeelte in de vertaling van Anne de Vries.

Zij die gezondigd hebben zonder de wet te kennen, zullen ook omkomen zonder dat de wet erbij te pas komt; en zij die gezondigd hebben hoewel ze de wet kenden, zullen veroordeeld worden volgens die wet. Niet zij die de wet aanhoren gelden voor God als rechtvaardig; alleen zij die ernaar leven zullen vrijgesproken worden. Wanneer de heidenen, die geen wet hebben, uit zichzelf naar de wet handelen, dan zijn ze, bij gebrek aan die wet, zèlf hun eigen wet. Ze laten zien dat wat de wet van ze verlangt in hun hart geschreven staat. Daar getuigt ook hun geweten van, en ook hun gedachten, die hen om strijd nu eens beschuldigen en dan weer vrijspreken. Zo zal het gaan, volgens de goede boodschap die ik breng, op de dag dat God door Christus Jezus oordeelt over alles wat de mensen verborgen hebben gehouden. (Romeinen 2:12-16)

Afgoden

Het al dan niet luisteren naar het geweten is maatstaf tijdens het oordeel over hen die het evangelie niet hebben gekend.
Maar hoe zit het dan met het geloof in, en dienen van andere goden? Er zijn honderden afgoden over de gehele wereld en allemaal beloven ze in ruil voor aanbidding bepaalde beloningen. De grootste belofte betreft het eeuwige leven, leven na de dood. Dienaars van deze afgoden beulen zich voortdurend af om maar zo goed mogelijk aan de eisen van de godheid te voldoen. Maar omdat 100% zekerheid nimmer wordt gegeven, ontaardt dit dienen in slavernij. In Hebreeënbrief lezen we dat Satan de slavendrijver is en angst voor de dood de roede waarmee ze worden voortgedreven.

14 Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen,
15 en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. (Hebreeën 2:14-15)

C.S.Lewis

In de boekenreeks Narnia van C.S.Lewis ontmoeten we de leeuw Aslan, die in zijn gedrag, woorden en daden sterk aan de Here Jezus doet denken. Het kwaad dat alom aanwezig is in de verhalen rond Narnia wordt in het zevende deel - 'Het laatste gevecht' - zichtbaar in de afgod Tash. Tash is de god van het keizerrijk Calormen. De Calormeners roepen hem aan, en vereren hem in een grote tempel. In die tempel staat een gouden beeld, met diamanten ogen. Voor het beeld staat een altaar, waarop mensenoffers worden gebracht. In Tash herkennen we een afgod, en achter de afgod de Satan.

Als in dit laatste deel alle dingen hun uiteindelijke bestemming krijgen, worden de uitverkorenen toegelaten in het 'ware Narnia', terwijl de overigen achterblijven in de duisternis. Onder deze laatste groep vallen vrijwel alle Calormeners, die immers zonder uitzondering Tash hebben gediend.
Bij het verkennen van het 'ware Narnia' stuiten de hoofdpersonen echter op een soldaat uit Calormen, die blijkbaar wel door Aslan is toegelaten. De soldaat zelf is wel het meest verbaasd over deze gang van zaken. Hij blijkt een gesprek te hebben gehad met Aslan, en uit het verslag van die ontmoeting blijkt hoe het kan dat hij wel werd toegelaten, en zijn mede-calormeners niet. Voor de duidelijkheid vervang ik de naam Aslan door Jezus en de naam Tash door Wodan (uiteraard kan hier elke willekeurige naam worden ingevuld).

Wodan en Jezus zijn niet dezelfde, maar elkaars tegenovergestelde.
Niets wat slecht is kan voor Jezus worden gedaan.
Niets dat goed is kan voor Wodan worden gedaan.
Al het goede wat je voor Wodan gedaan hebt, rekent Jezus alsof je het voor Hem had gedaan.
Al het slechte dat je voor Jezus hebt gedaan, heb je in werkelijkheid voor Wodan gedaan.

Twee voorbeelden:
De werking van een goed geweten: Als iemand bij Wodan zweert en zijn eed houdt, dan heeft hij in werkelijkheid bij Jezus gezworen, en is Jezus Degene die hem beloont.
De werking van een slecht geweten: Als iemand in de naam van Jezus iets ergs doet, dan is Wodan degene die hij dient en wordt zijn daad door Wodan aanvaard.


Lewis geeft zo een prachtige allegorie van het laatste oordeel. Wie oprecht een (niet bestaande) afgod met goede werken heeft gediend en zo meende de ware God te dienen, wordt daarvoor beloond. Mensen die het evangelie niet hebben gehoord (om welke reden dan ook) worden op die manier rechtvaardig geoordeeld. Een oordeel waarvan de uitkomst heel verrassend kan zijn.

dinsdag 24 oktober 2017

De Bijbel in de beklaagdenbank

De Bijbel krijgt altijd ongelijk

Gods Woord wordt altijd in twijfel getrokken. Dat begint al in de hof van Eden. Aan Adam wordt het zogenaamde proefgebod gegeven. Dat luidt:

Van alle bomen in de hof mag je vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zul je niet eten, want op de dag dat je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven. (Genesis 2:17 Groot Nieuws Vertaling)

Dit gebod wordt eerst alleen Adam opgelegd, 'de mens' staat er. Na het geven van het gebod lezen we hoe Eva in het leven van Adam komt. We vernemen niet wie het gebod aan Eva heeft (door)gegeven. Het kan natuurlijk heel goed, dat God het Zelf aan Eva oplegde, zoals Hij dat eerder aan Adam deed. Maar het staat er niet. Ik ga er vanuit dat het Adam is geweest die Eva op de hoogte heeft gebracht van Gods gebod, en de consequenties die overtreden zou hebben. De satan - Jezus noemt hem de vader van de leugen - benadert Eva, niet Adam. Huichelachtig vraagt hij:

God heeft zeker gezegd dat jullie van geen enkele boom in de tuin de vruchten mogen eten? (Genesis 3:1 Groot Nieuws Vertaling)

Hij stelt zijn vraag zo dat Eva zich geroepen voelt het voor God op te nemen. Ze zegt:

We mogen van alle bomen in de tuin eten, behalve van de boom in het midden van de tuin. God heeft gezegd dat we die boom zelfs niet mogen aanraken, want anders zouden we sterven. (Genesis 3:2-3 Groot Nieuws Vertaling)

In haar ijver gaat Eva verder dan wat God heeft gezegd. Heeft Hij gezegd dat de boom in het midden van de hof staat? Nee! God heeft dat niet gezegd, en ook de tekst waarin verhaald wordt van het planten van de bomen geeft geen ondubbelzinnig uitsluitsel over de plaats van de boom van kennis van goed en kwaad.

En de HEERE God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze; en den boom des levens in het midden van den hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads. (Genesis 2:9 SV)

Deze tekst lijkt drie soorten bomen te noemen:
1. Alle geboomte, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze;
2. De boom des levens in het midden van den hof;
3. De boom der kennis van goed en kwaad.

Heeft God gezegd dat ze de boom zelfs niet mogen aanraken? Alweer nee! In een paar zinnen is Eva al gevaarlijk ver van het Woord van God afgedwaald. Dit nu is de gehele wereldgeschiedenis door schering en inslag geweest. Het is niet voor niets dat Jezus zegt:

Zolang hemel en aarde bestaan, zal niet een lettertje of streepje uit de wet geschrapt worden totdat alles gebeurd is. (Mattheus 5:18 Groot Nieuws Vertaling)

Zo letterlijk mogelijk lezen dus! Na het wat halfslachtige antwoord van Eva laat de slang zijn gedachtenbom vallen:

Sterven? Je zult helemaal niet sterven! Integendeel, God weet dat jullie de ogen open zullen gaan zodra je ervan eet. Dan zul je aan hem gelijk zijn en inzicht hebben in goed en kwaad. (Genesis 3:4-5 Groot Nieuws Vertaling)

Hij komt met halve waarheden. Ze zullen helemaal niet sterven! En inderdaad, ze vallen niet meteen dood neer. Maar ook al worden ze bijna 1000 jaar oud, in het licht van de eeuwigheid sterven ze vrijwel onmiddellijk. Ze zullen aan God gelijk worden! Nou, niet dus. Ze zullen inzicht hebben in goed en kwaad, dat wel, maar niet zoals God dat heeft. In plaats van de door Satan gesuggereerde 'verbetering’, gaan ze ontdekken dat er een macht in hen is ontwaakt die ze niet de baas kunnen, en die hen voortdurend aandrijft verkeerde dingen te doen.

De Bijbel versus andere oude geschriften

Satan en menig ongelovige na hem trekt de betrouwbaarheid van Gods Woord opzettelijk in twijfel. Hoe anders spreekt de Bijbel hier zelf over.

Op wat de Heer zegt, kun je aan. Zijn woorden zijn zuiver als zilver, als zilver in de oven gelouterd, tot zevenmaal toe. (Psalm 12:7 Groot Nieuws Vertaling)

En wat te denken van wat Paulus aan Timotheüs schrijft?

Van jongs af ben je vertrouwd met de heilige geschriften, waaruit je wijsheid kunt putten die leidt tot redding door het geloof in Christus Jezus. Alles wat hierin staat, is door God geïnspireerd en bruikbaar voor het onderricht, voor het weerleggen van dwalingen, het herstellen van fouten en voor de opvoeding tot een rechtschapen leven. Zo zal de mens die God dient, berekend zijn voor zijn taak en toegerust voor elk goed werk. (2 Timotheüs 3:15-17 Groot Nieuws Vertaling)

Een boekwerk dus om diep respect voor te hebben.

Het is goed als een mens beeft voor Gods Woord. (Jesaja 66:2 Vertaling Nederlands Bijbelgenootschap)

Helaas is de eerbied voor Gods Woord dikwijls ver te zoeken. Sterker nog, de houding is regelmatig negatief agressief. De evangelist Jan Kits schreef:

'Het eigenaardige van het ongeloof in zijn onbeschaamdheid is, dat het niet zelden krasse onwaarheden uitspreekt met een stoutmoedigheid, alsof het onloochenbare feiten zijn.' (J.Kits, 8)

Hij constateert vervolgens:

'Vaak wordt zo’n criticus (van de Bijbel, SK) aangekondigd als 'een der geleerdste mannen van de moderne tijd'. (J. Kits, 9)

Wordt zo iemand nader aan de tand gevoeld, dan blijkt het met diens kennis van de Bijbel nogal tegen te vallen. Zo beweren deze 'deskundigen’ regelmatig dat de Bijbel leert dat de aarde hooguit 10.000 jaar oud is. Het zit echter heel anders.

'Genesis tracht nergens de datum van de oorspronkelijke schepping van de hemel en de aarde vast te stellen.' (J. Kits, 15)

Terecht schrijft hij verder:

'Zonder goddelijke leiding had Mozes dezelfde dwaze fouten gemaakt welke bijvoorbeeld in de Boeddhistische beschrijving voorkomen.' (J. Kits, 17)

Oordeel zelf. 'Het begin van alles wordt in het Boeddhistische scheppingsverhaal beschreven als een leegte. Vanuit de leegte ontstond een wezen, gevolgd door een licht met vele kleuren. Vervolgens werden wind, vuur, water, schuim en een schildpad geboren. De schildpad had zes eieren, waaruit zes slangen kwamen; de zes klassen van levende wezens op aarde.' 
Hebt u ooit iemand meegemaakt die op grond van dit verhaal het Boeddhistische geloof in diskrediet trachtte te brengen? Waarom gebeurt dat dan wel met het Bijbelse scheppingsverhaal? Want de Bijbel schetst een wel heel ander beeld.

Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare. (Hebreeën 11:3)

In eenvoudige bewoordingen: Iemand maakte iets. Dat iets ontstond toen die Iemand sprak. Daarvoor was er niets. Althans niet iets dat door ons had kunnen worden waargenomen.

'Een andere Bijbelse geschiedenis die regelmatig op de korrel wordt genomen is het zondvloedverhaal. Bijbel-critici zijn tot de slotsom gekomen, dat gedichten op Assyrische en Babylonische kleitafeltjes de oorspronkelijke verhalen zijn over de zondvloed, en dat de Joden deze verhalen op een latere datum in hun geschiedenis hebben ingelast. Met andere woorden, de beweringen van laatstgenoemden zouden niet op de werkelijke feiten gegrond zijn, maar op de legendes van naburige volken.' (J. Kits, 26)

Resultaat: de Bijbel wordt gedegradeerd tot een Boek vol plagiaat. Hoor ik daar iemand besmuikt grinniken?

Waarom vallen mensen altijd weer de Bijbel aan?

'Reis naar een willekeurige staatsschool in Amerika en probeer iemand te vinden die de Koran aanvalt. Nee, integendeel, men praat met respect over dat boek. Zoek een openbare universiteit uit en probeer iemand te vinden die het boek van Mormon aanvalt. Niemand te vinden. Waarom valt men dan wel de Bijbel aan? Omdat de almachtige God een boek geschreven heeft, dat de mensen overtuigt van hun zonden en van de noodzaak zich met Hem te verzoenen. '(J. McDonald, 14)

Met andere woorden, de Bijbel vormt een bedreiging. Als de inhoud van de Bijbel op waarheid berust is er een God die elk mens ter verantwoording zal roepen. Daar houden we niet zo van. En dus proberen we de Bijbel in diskrediet te brengen.
McDonald ontzenuwt een aantal veelgehoorde argumenten waarmee men de inhoud van de Bijbel probeert te ontkrachten. Zo is er de opmerking dat de huidige Bijbel in velerlei opzicht afwijkt van wat de Bijbelschrijvers ooit noteerden. Bij het overschrijven stapelde zich fout op fout, het aantal manuscripten waarop de Bijbel is gebaseerd is te klein, en ook nog eens van te recente datum.

'Er zijn op dit ogenblik meer dan 5600 oude manuscripten van het Griekse Nieuwe Testament. Voeg daarbij de 10.000 Latijnse manuscripten en 9300 andere oude geschriften, dan hebben we een totaal van 25.000 oude manuscripten van de Bijbel. Geen andere oude documenten van welk boek dan ook bereikt dit aantal. Het meest gekopieerde document naast de Bijbel is Ilias van Homerus. Daarvan bestaan 643 manuscripten, waarvan niet een volledig. Er zijn dus aanmerkelijk meer manuscripten van de Bijbel dan van Homerus. Als u zou gaan naar een universiteit en zou zeggen tegen een professor die een studie gemaakt heeft van de oude literatuur: "Ik geloof niet dat we een betrouwbare versie hebben van Ilias van Homerus". Dan zou hij zeggen: "Waar praat u over? Natuurlijk hebben we die". Wanneer 643 manuscripten voldoende zijn om een oude tekst te bevestigen, wat denkt u dan van ongeveer 25.000 manuscripten? Hoe kan iemand eraan twijfelen of we de oorspronkelijke tekst van de Bijbel bezitten?' (J. McDonald, 15-16)

Wat ook steeds weer de aandacht trekt is de voortdurende aanval op de historische juistheid van de Bijbel. De archeologie doet een vondst, verbindt er een datum aan en constateert dat die afwijkt van wat in de Bijbel staat. Ach ja, wat wil je ook, zo’n oud boek, geschreven door primitieve mensen? McDonald tapt uit een ander vaatje:

'De buitensporige kritiek op de Bijbel door vooraanstaande geleerden van de achttiende en negentiende eeuw is in toenemende mate onjuist gebleken. Talrijke ontdekkingen hebben de nauwkeurigheid van ontelbare details uit de Bijbel aangetoond. Steeds meer wordt de waarde van de Bijbel erkend als een historisch betrouwbare bron.' (J. McDonald, 20)

Het gebeurde … echt

De crux van dit alles zit hem natuurlijk in de aard van het Christelijk geloof. Dit geloof is gebaseerd op historische feiten - echte gebeurtenissen. Michael Green schrijft:

'Met uitzondering van de Joodse godsdienst en het Christendom, geldt dit min of meer voor alle grote wereldgodsdiensten: de historische feiten zijn niet van belang.' (M. Green, 9)

Zonder historische verifieerbare feiten is er echter geen Christelijk geloof. Green:

'Het gaat allemaal over de Jezus uit de annalen der geschiedenis. Verwijder Hem uit het Christendom en er blijft niets kenmerkends over. Wanneer men zou kunnen aantonen dat Christus nooit bestaan heeft, zou het Christendom als een kaartenhuis in elkaar storten.' (M. Green, 10)

Een aandoenlijk versimpelde variant hierop is de ontkenning van het bestaan van God. God bestaat niet, want we zien Hem nooit, dus waar is Hij? Green:

'Het was een fout van de Rationalisten te veronderstellen dat Gods bestaan afhing van het feit, of Hij ergens in deze wereld zou kunnen worden waargenomen; een misvatting waar nog eens de aandacht op werd gevestigd toen de Russische astronaut Gagarin beweerde dat God ongetwijfeld niet bestond, omdat hij Hem niet gezien had tijdens zijn ruimtereis rond de aarde! Het is als het bestaan van een schilder ontkennen op grond van het feit dat deze zelf niet op zijn doek voorkomt. De waarheid is echter, dat het schilderij, alhoewel het zichzelf verklaart, in het geheel niet zou hebben bestaan als de schilder er niet was geweest (…)' (M. Green, 44-45).

Zo geloof ik dat de Bijbel zonder de Auteur niet had bestaan. Het zijn apostelen als Petrus en Johannes die nauwkeurig weergeven wat ze hebben gezien en gehoord. Petrus schrijft:

Toen we u de machtige komst van onze Heer Jezus Christus bekendmaakten, waren we niet afhankelijk van gefantaseerde verhalen. Nee, met eigen ogen hebben we zijn luister gezien. Want toen God, de Vader, hem eer en glorie verleende en vanuit de hemelse heerlijkheid tot hem sprak: Dit is mijn geliefde Zoon, de man naar mijn hart, hebben wij dat gehoord. Die stem hoorden wij uit de hemel klinken, toen we met hem op de heilige berg waren. (2 Petrus 1:16-18 Groot Nieuws Vertaling)

Johannes begint zijn eerste brief met een vergelijkbare verklaring:

Het was er van het begin af aan. We hebben het gehoord en met eigen ogen gezien, we hebben het aanschouwd en met onze handen aangeraakt. We bedoelen: het Woord dat leven geeft. Het leven is verschenen. Dat eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons is verschenen, hebben wij gezien. We getuigen ervan en maken het u bekend. Wat we hebben gezien en gehoord, maken we ook u bekend, want we willen dat ook u met ons verbonden bent. En onze verbondenheid is een verbondenheid met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus. (1 Johannes 1:1-3 Groot Nieuws Vertaling)
           
Wat zegt Petrus? Met eigen ogen heeft hij Jezus gezien, met eigen oren heeft hij de stem van God de Vader gehoord. Daar is geen woord van verzonnen! Ook Johannes vertelt dat hij Jezus zelf heeft gezien, en zelf heeft horen spreken. Hij heeft Jezus met zijn eigen handen aangeraakt. Hij noemt zichzelf een getuige - een persoon die tijdens een rechtszaak een verklaring onder ede aflegt over hetgeen hij waargenomen heeft. Ze waren bereid onder ede uit te komen voor de door hen beschreven waarheden - sterker nog, ze waren bereid er voor te sterven.
Maar dat alles maakt het nog niet tot Gods Woorden. Daarom stelt Petrus onomwonden dat

(…) mensen die namens God spraken, altijd werden gedreven door de Heilige Geest. (2 Petrus 1:21 Groot Nieuws vertaling)

Drijven heeft vele betekenissen. In deze teksten moeten we denken aan aandrijven; aanhoudende drang uitoefenen; aanjagen; aansporen; bewegen tot; opjagen; iemand ergens toe aanzetten. Deze mensen schreven niet omdat ze dat zelf wilden (dat was waarschijnlijk ook het geval), maar omdat God ze geen keus liet. Een nauwkeurige bestudering van alle 66 boeken van de Bijbel zal duidelijk maken dat dit aanzetten tot schrijven regelmatig zo door de schrijvers werd ervaren.

Wij weten beter

Ronduit ergerlijk is dan ook de aanmatiging van de moderne mens die het beter meent te weten dan de schrijvers van de Bijbel zelf. Mensen oordelen over deze zaken alsof ze er zelf bij waren. Maar ze waren er niet bij. Waarom spreken ze dan met een stelligheid die de indruk geeft dat men een speciale openbaring heeft ontvangen? Klinkt hier niet door wat al in de Hof van Eden werd gehoord? Petrus en Johannes hebben dit van Godswege beschreven? Welnee, God heeft Petrus en Johannes niets opgedragen, het waren deze mannen zelf die de teleurstelling over het sterven van hun Meester verwerkten tot een nieuwe religie.
Waarom zouden we niet gewoon het getuigenis van deze mensen vertrouwen? Daar kan maar een reden voor zijn. Hierboven noemde ik die al. Ik herhaal hem hier. 'De Bijbel vormt een bedreiging. Als de inhoud van de Bijbel op waarheid berust is er een God die elk mens ter verantwoording zal roepen. Daar houden we niet zo van. En dus proberen we de Bijbel in diskrediet te brengen.' Kom kom, meneer de scribent. U bent wel heel erg aan het generaliseren. Precies, en dat is met opzet. Soms is dat nodig om een punt te maken.

De citaten zijn genomen uit onderstaande publicaties.

J. Kits
Kunnen wij de Bijbel vertrouwen?
Morgenster-stichting, Zeist, mei 1974

Michael Green
Wie is op de vlucht?
Uitgeverij T. Wever B.V., Franeker, z.j.

J. McDonald,
God schreef een boek
Het Zoeklicht, Doorn, 2006