Inhoudsopgave

vrijdag 31 maart 2017

Wat is er te zien aan het firmament? (3. De aarde)

In den beginne …

Tot aan het eind van de jaren 50 van de vorige eeuw zouden mensen de vraag in de titel hebben beantwoord met 'van alles, maar niet de aarde'. Maar met de opkomst van de ruimtevaart weten we ook hoe onze aarde er vanaf een afstand uitziet. Veel mensen spreken sindsdien in lyrische bewoordingen over de schoonheid van onze planeet. Vooral de kleur blauw valt op en maakt dat de aarde doet denken aan een juweel. De aarde is inderdaad buitengewoon. In dit artikel passeren een aantal van die bijzonderheden de revue.

God is de Schepper van onze aarde

In Jesaja vinden we een opmerkelijke tekst over de schepping.

Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen? Hij, die het heer daarvan in groten getale uitleidt en elk daarvan bij name roept door de grootheid zijner sterkte en omdat Hij geweldig van kracht is; er blijft niet een achter. (Jesaja 40:26)

In 'Het Boek' vinden we een parafrase van deze indrukwekkende tekst.

Kijk omhoog naar de hemelen! Wie maakte al deze sterren? Als een herder die zijn schapen leidt, ze bij hun namen roept en telt om te zien of er niet één verdwaald is, zo gaat God om met de sterren en planeten. (Het Boek)(Jesaja 40:26)

God schiep het heelal met al zijn sterren, planeten, kometen, asteroïden en nevels. Hij maakte ze, gaf ze hun namen en kent hun aantal.
Uiteraard hoort planeet aarde ook bij al die hemellichamen. God spreekt Job aan over de schepping van de aarde. Er is iets in die beschrijving dat laat zien dat de aarde wel heel bijzonder is.

4 Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte? (…)
5 Wie heeft haar afmetingen bepaald? Gij weet het immers! Of wie heeft over haar het meetsnoer gespannen? (…)
7 Terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen Gods jubelden? (Job 38:4,7)

Het lijkt een beetje vreemd dat in vers 5 over een meetlint wordt gesproken. Maar dat is het niet. Met deze woorden benadrukt God dat het heelal heel precies in elkaar zit en tot op de 'centimeter' perfect is. Ook lijkt het te refereren aan architectuur. God heeft het universum niet uit de losse pols voortgebracht, nee, het is een prachtig ontwerp, dat volmaakt tot stand is gekomen. De engelen, die getuige waren van de schepping van de aarde, konden zich blijkbaar niet stil houden. Om het een beetje plat te zeggen: 'de ooh's en aah's' waren niet van de lucht.

De aarde is een kunstwerk van ongelooflijke schoonheid
(Klik of tap om te vergroten)
God de Architect

Veel van de verzen in de Bijbel die over het scheppen door God gaan, zijn overbekend. Ik noem er twee.

1 In den beginne schiep God de hemel en de aarde.
2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren. (Genesis 1:1-2)

Want zo zegt de Here, die de hemelen geschapen heeft (Hij is God) die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd: Ik ben de Here en er is geen ander. (Jesaja 45:18)

God schiep eerst het heelal (Genesis 1:1). De hemel en de aarde dus. Over die aarde wordt in vers 2 gezegd dat deze nog niet klaar was om te bewonen; leven was nog niet mogelijk. Het was donker, want er was nog geen licht op aarde. Dat wil niet zeggen dat het een complete chaos was, integendeel. Je zou kunnen zeggen dat het fundament is gelegd. En nu volgt de tweede stap: onze planeet moet bewoonbaar worden (Jesaja 45:18). Dit betekent dat in elke nodige voorwaarde om het leven mogelijk te maken wordt voorzien, en dat elke bedreiging van het voortbestaan van het leven wordt weggenomen.

Zeldzame aarde-hypothese

De zeldzame aarde-hypothese stelt dat leven slechts mogelijk is als aan een groot aantal voorwaarden is voldaan. Ik noem een aantal zonder er verder op in te gaan.
  1. De baan waarmee de aarde om de zon draait mag geen perfecte cirkel zijn – de afstand van de aarde tot de zon moet dus enigszins variëren.
  2. De stand van de aardas moet scheef zijn – anders zouden de seizoenen niet mogelijk zijn.
  3. De snelheid waarmee de aarde om haar as draait moet niet te hoog, maar ook niet te laag zijn – afwijkingen zouden tot grote temperatuurverschillen leiden.
  4. De aarde moet niet te dicht bij de zon staan, maar ook niet te ver van de zon verwijderd – heeft ook te maken met de temperaturen op aarde.
  5. De aarde moet een grote maan hebben. In ons zonnestelsel is de aarde de enige planeet die een in verhouding zo grote maan heeft. De maan is o.a. nodig om eb en vloed mogelijk te maken.
  6. De samenstelling van de atmosfeer moet precies goed zijn. Zo bestaat ongeveer 20% van onze dampkring uit zuurstof.
  7. De planeet moet een magnetisch veld hebben. Dit beschermt het leven op aarde tegen gevaarlijke straling van de zon, en ook tegen straling vanuit de diepe ruimte.
  8. Onze zon moet van het juiste type zijn – dus geen witte dwerg of een rode reus. Maar ook een ster met een veranderlijke energie-afgifte is ongeschikt.
  9. De aarde moet zich in een bewoonbare zone van het heelal bevinden. Sommige delen van onze Melkweg zijn vergeven van gamma- en röntgenstraling. Zelfs met een magnetisch veld zou dat fataal zijn voor het leven.
  10. De planeet mag niet te groot of te klein zijn. Te groot zou betekenen dat de zwaartekracht zo groot is dat alles wat leeft zich niet kan oprichten, te klein heeft tot gevolg dat de dampkring niet wordt vastgehouden.
  11. De planeet moet veel water bevatten.
  12. Enzovoort.

Met andere woorden, er zijn zoveel zaken die precies goed moeten zijn, dat het een wonder is dat er op aarde leven mogelijk is. Iemand heeft ervoor gezorgd dat al die noodzakelijke voorwaarden precies goed zijn. Aan dit alles en nog veel meer moeten we denken als we Genesis 1:2 lezen.

Pracht en praal

De voorwaarden om leven mogelijk te maken en in stand te houden zijn er. We profiteren er zelf elke dag van. Maar God heeft niet alleen 'nuttige' zaken geregeld. Hij heeft er bovendien een kunstwerk van ongelooflijke schoonheid van gemaakt. God Zelf is nog veel groter dan Zijn eigen schepping. Paulus spreekt over Gods eeuwige kracht en goddelijkheid, die voor ons mensen niet te zien is. En toch kunnen we begrijpen dat God onvoorstelbaar wijs, creatief, groot en machtig is. Hoe? Kijk maar naar de schepping.

Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien (…)(Romeinen 1:20).

woensdag 29 maart 2017

Wat is er te zien aan het firmament? (2. Sterrenbeelden)

Staat het Evangelie in de sterren geschreven?

Op het web wemelt het van nieuwe en oude leringen. Er zijn altijd weer gelovigen te vinden die gefascineerd raken door theorieën die soms schadelijk, soms goedbedoeld zijn, maar waarvan we uiteindelijk alleen maar kunnen zeggen dat ze tijd vreten, tijd die bijvoorbeeld aan Bijbelstudie had kunnen worden besteed. Het is verspilde moeite om alle ins en outs van bloedmanen te onderzoeken (zie vorig artikel); het is evenzeer nutteloos om de dierenriem aan diepgaande research te onderwerpen.

In dit artikel wil ik proberen aan te tonen waarom het verspilde moeite is. Waar hebben we het over? Welnu, er is een theorie die beweert dat …
1. God de tekenen van de dierenriem heeft ontworpen om daarmee het evangelie te verkondigen;
2. dit 'Evangelie in de sterren' al bekend was onder de mensen die voor de zondvloed leefden;
3. de oorspronkelijke 'verkondigende' lading van de dierenriem later 'verheidenst' en misbruikt werd voor astrologische doeleinden.

Deze theorie vindt zijn oorsprong in de 19de eeuw. Verschillende auteurs schreven dikke boeken vol over deze 'verbazingwekkende' functie van de dierenriem. Een bekend voorbeeld is 'The witness of the stars', door E.W.Bullinger, verschenen in 1893.

Geen historisch bewijs

Men claimt dat de mensheid van voor de zondvloed zeer goed op de hoogte was van het evangelie in de sterrenbeelden. Dit nu is pure speculatie. Archeologische vondsten van voor de zondvloed zijn er niet of nauwelijks. Informatie over kennis over sterrenbeelden hebben we zeker niet. Een van de oudste beschavingen van na de zondvloed is die van de Soemeriërs. Zij leefden in het gebied dat we nu als Irak kennen, in de Bijbel bekend als Mesopotamië. Met het verschijnen van de Soemeriërs deden afgoderij en astrologie (!) hun intrede.

Geen Bijbels bewijs

Men stelt dat in het Oude Testament op vele plaatsen melding wordt gemaakt van de dierenriem in relatie tot het verkondigen van het evangelie. Niets is minder waar. Oordeel zelf. Hoewel de pracht van het heelal aanleiding mag zijn God te verheerlijken, dreigt ook het gevaar hemellichamen te vergoddelijken. Afgoderij dus. Al het zichtbare is bestemd voor de gehele mensheid. Was onderstaande tekst niet bij uitstek geschikt om Israël te wijzen op 'het evangelie in de sterren'?

En dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het gehele heer des hemels, aanziet en u laat verleiden u voor die neer te buigen en hen te dienen, die de Here, uw God, heeft toebedeeld aan alle volken onder de ganse hemel; (Deuteronomium 4:19)

De volken om Israël heen waren vertrouwd met astrologie. De geheimzinnige praktijk rond de dierenriem leidde tot een soort angstcultuur, die alle volken in de greep hield. God zegt dat Israël niets heeft te vrezen. Alle claims van de astrologie zijn onwaar. Er is dus geen reden voor angst. De boodschap dat Israël niet bang hoeft te zijn zou kunnen worden versterkt met het wijzen op het 'evangelie in de sterren'. Maar niets daarvan.

Zo zegt de Here: Gewent u niet aan de weg der volken en schrikt niet voor de tekenen aan de hemel, omdat de volken daarvoor schrikken. (Jeremia 10:2)

Een veel aangehaald Bijbelgedeelte dat het 'evangelie in de sterren' zou ondersteunen wordt gevonden in de Psalm 19. De Psalmist maakt gebruik hier van beeldtaal. Dit hele gedeelte verzekert ons dat Gods eer de reden is voor het bestaan van het heelal.

2 De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen;
3 De dag doet sprake toestromen aan de dag, en de nacht predikt kennis aan de nacht.
4 Het is geen sprake en het zijn geen woorden, hun stem wordt niet vernomen:
5 Toch gaat hun prediking uit over de ganse aarde en hun taal tot aan het einde der wereld. (…) (Psalm 19:2-5)

Paulus bevestigt deze opvatting. Inderdaad, Gods eeuwige kracht en goddelijkheid kan door mensen niet worden gezien. Maar de hele schepping is meer dan voldoende om te onderkennen dat God almachtig is.

Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. (Romeinen 1:20)

Jesaja beschrijft de praktijk van het trekken van horoscopen op een sarcastische toon. Waarom voegt Jesaja hier niet toe dat de oorspronkelijke, echte bedoeling van de sterrenbeelden de verkondiging van het evangelie is? Als het hier niet van toepassing kan zijn, waar dan wel?

Gij hebt u afgesloofd met uw vele plannen; laten nu opstaan en u redden, zij die de hemel indelen, die de sterren waarnemen, die maand voor maand doen weten wat u overkomen zal. (Jesaja 47:13)

Petrus spreekt op de pinksterdag over 'wonderen in de hemel'. Als het evangelie in de sterren staat, dan vormt dat toch een krachtige ondersteuning voor zijn prediking? Maar hij zwijgt er over.

En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm. (Handelingen 2:19)

Paulus discussieert met de Grieken in Athene. Om zijn zaak kracht bij te zetten spreekt hij over wat de eigen Griekse dichters hebben gezegd. Maar waarom dan geen woord over het 'grote teken' in de hemel?

Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij, gelijk ook enige van uw dichters hebben gezegd: Want wij zijn ook van zijn geslacht. (Handelingen 17:28)

Gelden de namen van sterrenbeelden in de Bijbel als bewijs?

Een bewijs zou zijn dat God zelf de namen van sterrenbeelden in de Schrift heeft geïntroduceerd. Ze worden genoemd in bijvoorbeeld het boek Job:

Hij maakt de Beer en de Orion, de Pleiaden en de Kamers van het Zuiden. (Job 9:9)

Maar dit is geen bewijs. God neemt gewoon de door mensen gebruikte namen over. Vergelijk dit met de naamgeving van mensen. Mensen geven hun kinderen hun namen. Isaï noemt zijn jongste zoon David, en God spreekt hem zijn hele leven aan met deze naam. Een aantal uitzonderingen bevestigen de regel. Abram had zijn naam ontvangen van zijn vader Terah. God sprak hem als zodanig aan; pas toen God daar aanleiding toe zag, veranderde Hij de naam (Genesis 17). Evenzo Jakob, de zoon van Izaäk. God veranderde zijn naam op een belangrijk moment (Genesis 32).
Slechts een enkele keer horen we dat God de naam van een pasgeborene bepaalt. Johannes, zoon van Zacharias, en Jezus, de Zoon van God. Nee, God heeft de namen van de sterrenbeelden niet bedacht, dat hebben mensen gedaan.

Daar komt nog bij dat de namen zoals ze in de grondtekst staan zich niet zo eenvoudig laten vertalen. Neem nu Job 9:9: 'Hij maakt de Beer en de Orion, de Pleiaden en de Kamers van het Zuiden.' Ik vul de Hebreeuwse namen in op de plaats van de vertalingen in de NBG. 'Hij maakt cāš en kǝsîl, ḵîmȃ en ḥaḏrệ ṯēmān.' In onderstaande tabel ziet u de in diverse vertalingen gemaakte keuzen.


NBG
SV
LXX
Vulgaat
cāš
Beer
De Wagen
Plejaden
Beer
kǝsîl
Orion
Orion
Avondster
Orion
ḵîmȃ
Plejaden
Zevengesternte
Beer
Hyaden
ḥaḏrệ ṯēmān
de kamers van het zuiden
de binnenkamers van het zuiden
de kamers van het zuiden
de binnenkamers van het zuiden

Problematisch is de betekenis - niet de vertaling - van de (binnen)kamers van het zuiden. Het slaat mogelijk op de sterrenbeelden van de zuidelijke dierenriem, of op een afzonderlijk sterrenbeeld. Hoe dit ook zij, het lezen van de Nederlandse vertaling zou de indruk kunnen wekken dat precies bekend is welke sterrenbeelden worden bedoeld. Dat is dus niet het geval. De Studiebijbel (SB) bezigt niet voor niets uitdrukkingen als 'gewoonlijk', 'kan ook duiden op', 'vrij algemeen', 'het waarschijnlijkst' en 'volgens sommige geleerden'.

Noot:
LXX = De Septuagint of Septuaginta, (70 in Romeinse cijfers), is de naam voor de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel, die tussen ± 250 voor Christus en 50 voor Christus werd gemaakt.
Vulgaat = De Vulgaat is een Bijbelvertaling in het Latijn, gemaakt tussen 390 en 405 na Christus.

Wat zegt het Nieuwe Testament?

Voor een goed begrip, het gaat om de gedachte dat God vanaf de schepping het volledige evangelie in sterrenbeelden aan de mensheid verkondigt. Kaïn, Henoch, Metusalach en Noach wisten dus al van Gods verlossingsplan. Hoe kan het dan dat we in het Nieuwe Testament teksten lezen, die deze opvatting onderuit halen. De bedenkers van deze theorie moeten toch ook deze teksten kennen?

Petrus schrijft over profeten, profetie en het omgaan met profetieën. Hij beschrijft hoe oudtestamentische profeten spraken over de genade die ons als nieuwtestamentische gelovigen ten deel zou vallen. Maar hoewel zij deze profetieën mochten uitspreken hebben ze de diepgang niet begrepen, want er bleef zoveel onduidelijk, dat ze nauwkeurig onderzoek hebben gedaan, zonder echter het fijne ervan te hebben ontdekt.
Wisten deze profeten dan niet dat het complete evangelie in de sterrenbeelden geopenbaard was? Blijkbaar niet.

10 Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben,
11 terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna.
12 Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die dingen, welke u thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door de Heilige Geest, die van de hemel gezonden is, u het evangelie hebben gebracht, in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan. (1 Petrus 1:10-13)

Bij Paulus vinden we nog sterkere aanwijzingen dat het hele idee van het 'evangelie in de sterren' quatsch is. Het evangelie is een geheimenis, een verborgenheid, dat pas dankzij de bediening van Paulus wereldkundig werd gemaakt.

25 Hem nu, die bij machte is u te versterken – naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van het geheimenis, eeuwenlang verzwegen,
26 maar thans geopenbaard en door profetische schriften volgens bevel van de eeuwige God tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs bekendgemaakt onder alle volken – (Romeinen 16:25-26)

ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken, (Efeziërs 6:19)

In de brief aan de Galaten legt Paulus uit wat de historische achtergrond is van de rechtvaardiging uit het geloof. Hij wijst daarbij op Abraham.

En de Schrift, die tevoren zag, dat God de heidenen uit geloof rechtvaardigt, heeft tevoren aan Abraham het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken gezegend worden. (Galaten 3:8)

Hij stelt dat de Schrift (het levende Woord – Johannes 1!) aan Abraham het evangelie heeft verkondigd. Opnieuw moeten we ons afvragen waarom. Het stond toch in de sterren? Zeker iemand als Abraham zal van de hoed en rand hebben geweten – temeer daar hij door God profeet wordt genoemd (Genesis 20:7).

Wie verkondigen eigenlijk het evangelie?

De verkondiging van het evangelie van Jezus Christus is opgedragen aan de nieuwtestamentische gelovigen. Aan mensen dus.

En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. (Marcus 16:15)

Hoewel God engelen inschakelt ter ondersteuning van deze bediening, blijft het verkondigen strikt een zaak van mensen. Zo krijgt Cornelius bezoek van een engel. Deze engel had het evangelie aan Cornelius kunnen brengen, maar deed het niet. Hij wees hem alleen maar de weg naar Petrus, zodat deze zou komen en het evangelie verkondigen aan deze Romein en zijn familie, vrienden en bedienden.

1 En er was te Caesarea iemand, genaamd Cornelius, een hoofdman van de zogenaamde Italiaanse afdeling,
2 een godvruchtig man, een vereerder van God met zijn gehele huis, die vele aalmoezen aan het volk gaf en geregeld tot God bad.
3 Hij zag in een gezicht, omstreeks het negende uur van de dag, duidelijk een engel Gods bij zich binnenkomen en tot hem zeggen: Cornelius!
4 Hij staarde hem aan en werd zeer bevreesd en zeide: Wat is er, heer! En hij zeide tot hem: Uw gebeden en uw aalmoezen zijn voor God in gedachtenis gekomen.
5 En nu, zend mannen naar Joppe en nodig een zekere Simon uit, die bijgenaamd wordt Petrus:
6 deze is de gast van een Simon, een leerlooier, wiens huis bij de zee ligt. (Handelingen 10:1-6)

Het is een engel die Filippus aanspoort op weg te gaan richting Gaza. Waarom, dat wordt later pas duidelijk. Maar vast staat dat Filippus er op af moet om het evangelie te prediken aan de Ethiopische kamerling, en niet de engel.

En een engel des Heren sprak tot Filippus en zeide: Sta op en ga tegen de middag de weg op, die van Jeruzalem afdaalt naar Gaza. Deze is eenzaam. (Handelingen 8:26)

Daarom is er ook geen 'evangelie in de sterrenbeelden'. Het zou indruisen tegen de hierboven omschreven gang van zaken. Het verkondigen van het evangelie heeft God aan ons mensen toevertrouwd.

Wanneer begon de evangelieprediking?

Als het waar is dat de sterrenbeelden het evangelie verkondigen, dan doen ze dat vanaf het allereerste begin, namelijk vanaf het moment dat ze werden geschapen. Tenzij God de sterren eerst heeft geschapen en ze daarna modelleerde tot sterrenbeelden…

Het Nieuwe Testament maakt op verschillende plaatsen duidelijk dat het niet waar kan zijn dat vanaf de schepping het evangelie in de sterrenbeelden verkondigd wordt, en het evangelie dus aan ieder mens op aarde bekend kan zijn.

Paulus spreekt over een geheimenis, over de verborgen wijsheid van God, die tot doel had onze heerlijkheid. Het kan niet anders dan dat hij spreekt over het kruis van Jezus Christus. Hij voegt daar aan toe dat geen van de beheersers dezer eeuw van die wijsheid heeft geweten. Waarom niet? Het staat toch in de sterren?

6 Toch spreken wij wijsheid bij hen, die daarvoor rijp zijn, een wijsheid echter niet van deze eeuw, noch van de beheersers dezer eeuw, wier macht teniet gaat,
7 maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid.
8 En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten, want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. (1 Korintiërs 2:6-8)

Op een andere plaats spreekt hij opnieuw over het geheimenis van Christus. Hij karakteriseert dit als iets dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geweest. Het staat dus niet in de sterren, anders hadden ze het wel geweten.

4 Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheimenis van Christus,
5 dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen, zijn apostelen en profeten:
6 (dit geheimenis), dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie,
7 waarvan ik een dienaar geworden ben naar de genadegave Gods, die mij geschonken is naar de werking zijner kracht. (Efeziërs 3:4-7)

Op weer een andere plaats benadrukt Paulus dat de bediening – hem door God toevertrouwd – het geheimenis behelst dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest. Verborgen betekent niet bekend, ook niet uit de sterren.

25 Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het woord van God tot zijn volle recht te doen komen,
26 het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan zijn heiligen.
27 Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid. (Kolossenzen 1:25-27)

Dit alles is in harmonie met een andere constatering in het Nieuwe Testament. De prediking, de openbaarmaking van het evangelie begon pas nadat de Here Jezus aan het kruis was gestorven en weer opgestaan. Paulus weet derhalve van een 'begin' van het evangelie.

En ook gij, Filippensen, weet, dat in het begin des Evangelies, (…)(SV)(Filippiërs 4:15)

We zagen hierboven dat het evangelie een verborgenheid was in oudtestamentische tijden. In Christus is ons genade bewezen. Die genade is nu echter openbaar gemaakt. Wanneer? Met het verschijnen van onze Heiland, en specifiek Zijn lijden en sterven op Golgota.

doch die nu geopenbaard is door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus, die de dood van zijn kracht heeft beroofd en onvergankelijk leven aan het licht gebracht heeft door het evangelie. (2 Timoteus 1:10)

Petrus spreekt in zijn eerste brief over 'geesten in de gevangenis'. Er is verschil van inzicht over wie of wat met deze geesten wordt bedoeld. Het kan slaan op overleden mensen van voor de zondvloed, het kan ook slaan op gevallen engelen. Hoe dit ook zij, volgens de bedenkers van 'het evangelie in de sterren' zullen ook zij op de hoogte zijn geweest van de inhoud van het evangelie. Toch schrijft Petrus dat Christus is afgedaald naar de plaats waar deze geesten verblijven om hun het evangelie te verkondigen. Maar was dat dan nodig? Zeker wel, immers er is geen 'evangelie in de sterren'.

19 in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis,
20 die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden. (1 Petrus 3:19-20)

Slot

Paulus is zich bewust van de zwaarte van zijn bediening. Deze houdt in dat het Woord volledig tot zijn recht moet komen. Dat gebeurt wanneer de prediking gaat over 'het Evangelie in al zijn volheid, in al zijn kracht en rijkdom' (SB).

Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het woord van God tot zijn volle recht te doen komen. (Kolossenzen 1:25)

Waarom zou God dan naast dat Woord, het evangelie in de sterren tonen? Het lijkt bijna alsof dat er 'voor alle zekerheid' aan is toegevoegd. Daarmee wordt de kracht van het Woord ernstig tekort gedaan. God waakt immers over Zijn Woord (Jeremia 1:12). Iets 'extra's' is dan ook niet nodig. De waarheid is dat de bedenkers van het 'evangelie in de sterren' zich bezighouden met 'vernuftig gevonden verdichtsels' (2 Petrus 1:16). Want vernuftig is het, dat zeker. Vernuftig gevonden verdichtsels. Met Gods Woord heeft het echter niets van doen.

De dierenriem is van occulte oorsprong en komt derhalve uit de koker van Gods tegenstander. Negeren dus!

vrijdag 24 maart 2017

Wat is er te zien aan het firmament? (1. Bloedmanen)

Nog niet zo lang geleden gonsde het internet van enthousiaste verhalen over bloedmanen in reeksen (zogenaamde tetrades) die sterk verband zouden houden met gebeurtenissen in en rond Israël - zowel in het verleden als in de toekomst. Vooral omdat men meende dat de toen nog aanstaande tetrade van 2014-2015 betekende dat er opzienbare dingen zouden gebeuren. We tellen inmiddels 2017. Er is niets gebeurd dat in de categorie wereldschokkende ontwikkelingen thuishoort. En - niet geheel onverwacht - we horen er niets meer over. Dat is voor mij nog het meest teleurstellende. Een flink deel van de christenheid wordt de stuipen op het lijf gejaagd, en als dan blijkt dat men zoals zo vaak de plank misslaat, blijft het stil. Het zou figuren als 'pastor' Mark Biltz en Johan Agee sieren als ze ruimhartig excuses zouden aanbieden. Hun handelwijze valt mijns inziens in de categorie 'eigenmachtige uitlegging' van profetieën in de Bijbel aangaande bijzondere verschijnselen aan zon en maan. Tot welke toestanden dat leidt, lezen we in 2 Thessalonicenzen.

1 Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem,
2 dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren (reeds) aanbrak. (2 Thessalonicenzen 2:1-1)

Er gingen in Thessalonica geruchten dat de dag des Heren spoedig zou aanbreken. Dat betekende dat men de opname 'had gemist'. Dit misverstand was in de wereld gebracht door een iemand die had geclaimd dat de Geest door hem sprak, of door een preek, of (het toppunt van brutaliteit) door een vervalste brief. De gevolgen waren ernstig. Er ging een schok door de gemeente, men was vreselijk geschrokken en dat allemaal zonder reden. Paulus stelt de gelovigen gerust door uit te leggen dat de komst van de dag des Heren voorafgegaan zal worden door allerlei duidelijk herkenbare (!) gebeurtenissen. Anders gezegd, houd je nauwkeurig aan de in Gods Woord vastgelegde profetieën. Daar kun je op bouwen, zegt ook Petrus.

En wij achten het profetische woord (daarom) des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, todat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. (2 Petrus 1:19)

Tekenen aan zon, maan en sterren

Waar komt de gedachte aan tekenen aan zon en maan vandaan? In Genesis 1 wordt ons verteld dat God het grote licht (de zon), het kleine licht (de maan) en de sterren maakte. Het gaat met name om vers 14. In onderstaand citaat staat dit vers tweemaal weergegeven, eenmaal uit de NBG, en eenmaal uit de SV.

14 En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren;
14 En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! (SV)
15 En dat zij tot lichten zijn aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde; en het was alzo.
16 En God maakte de beide grote lichten, het grootste licht tot heerschappij over de dag, en het kleinere licht tot heerschappij over de nacht, benevens de sterren.
17 En God stelde ze aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde,
18 En om te heersen over de dag en over de nacht, en om het licht en de duisternis te scheiden. En God zag, dat het goed was.
19 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag. (Genesis 1:14-19)

Volgens vers 14 dienen deze hemellichamen verschillende doelen:
1. Ze maken scheiding tussen dag en nacht - het daglicht (de zon) is onmiskenbaar bedoeld voor de dag, de maan en de sterren zijn voor de nacht bedoeld. Het feit dat het afwisselend dag en nacht werd wijst er ook op dat God de rotatie van de aarde op gang had gebracht. Was dat niet het geval dan zou het aan de ene kant van de aarde altijd dag zijn (en dus bloedheet) en aan de andere kant voortdurend nacht (en derhalve stervenskoud).
2. Ze kunnen het aanbreken van een bepaalde periode aankondigen.
3. Ze kondigen vastgestelde tijden aan (bijvoorbeeld de feesttijden).
4. Ze dienen tot het aanwijzen van dagen en jaren.

Hoewel in punt 2 niet gesproken wordt over bijzondere verschijnselen (wondertekenen, tekenen die de normale gang van zaken ontstijgen), gaan veel uitleggers er vanuit dat de Geest in deze tekst bedoelt dat ook bovennatuurlijke tekenen tot de ingeschapen mogelijkheden behoren. Onterecht zoals we zullen zien.

In dit artikel gaan we ons bezighouden met de bijzondere verschijnselen. De vraag die we ons moeten stellen is tweeërlei:
1. Bedoelt de Bijbel te zeggen dat alles wat mogelijkerwijs aan het firmament te zien is tot de bijzondere verschijnselen behoren?
2. Worden met de bijzondere verschijnselen de door de profeten aangekondigde gebeurtenissen bedoeld?

Anders gezegd, valt alles wat er te zien is (of het nu wel of niet in de Bijbel wordt voorzegd) onder gewone natuurverschijnselen, of moeten we de bijzondere tekenen beperken tot wat er in de Bijbel door profeten als buitengewoon wordt aangemerkt? Eerst iets over profetie in het algemeen.

Profetie

Bij het beoordelen van profetie spelen twee zaken een rol. Het kan gaan om een 'nieuwe' profetie. Iemand beweert een woord van God te hebben ontvangen. Hoe weten we nu of dat echt het geval is? Het zou namelijk zomaar kunnen dat de 'profeet' zijn eigen 'profetie' heeft bedacht. Ook is het mogelijk dat de 'profeet' wel degelijk een woord heeft ontvangen, maar dat de bron niet God is, maar een boze geest.
In beide gevallen houdt het Woord van God ons voor de beoordeling heel simpel te houden. Komt de voorspelling uit? De profetie kwam van God. Komt de profetie niet uit? De voorzegging kwam niet van God.

21 Wanneer gij nu bij uzelf mocht zeggen: Hoe onderkennen wij het woord dat de Here niet gesproken heeft? -
22 Als een profeet spreekt in de naam des Heren en zijn woord wordt niet vervuld en komt niet uit, dan is dit een woord, dat de Here niet gesproken heeft; in overmoed heeft de profeet het gesproken, gij zult voor hem niet vrezen. (Deuteronomium 18:21-22)

Er staan in de Bijbel veel profetieën. Van die profetieën is duidelijk dat ze van God komen. Was dat niet het geval, dan hadden ze niet de Bijbel gestaan. Of, wat ook mogelijk is, de Bijbel geeft duidelijk aan dat de profetie uitgesproken is door een valse profeet.
De in de Bijbel opgenomen profetieën uit God laten zich niet zomaar interpreteren. De uitleg loopt vaak vast omdat veel van de details in de profetie onduidelijk zijn. In zo'n geval dient men de profetie te laten rusten. Ooit komt immers het moment waarop het wel duidelijk zal zijn. Petrus waarschuwt nadrukkelijk tegen eigenmachtige uitlegging. Men mag er niet van maken wat in de eigen kraam te pas komt (SB). Hij wijst er bovendien op dat de bron van de profetie niet altijd betrouwbaar is. Dubbel oppassen dus.

20 Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat;
21 want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken. (2 Petrus 1:20-21)

Teken

Een teken in Bijbelse zin is een overtuigende, goddelijke aanwijzing. Het is de Here Jezus zelf die het exacte karakter van een teken illustreert.

54 (…) Wanneer gij een wolk ziet opkomen in het westen, zegt gij dadelijk: Er komt regen, en het gebeurt.
55 En wanneer gij de zuidenwind ziet waaien, zegt gij: Er zal hitte komen, en het gebeurt.
56 (…) het aanzien van aarde en hemel weet gij te onderkennen, waarom onderkent gij deze tijd niet? (Lucas 12:54-56)

Het weer in Israël is veel voorspelbaarder dan in ons land. De vergelijking van de Here Jezus was daarom bijzonder zinvol. Ze hoefden maar een wolk in het westen te zien, ze hoefden slechts de zuidenwind voelen waaien. Meteen was duidelijk wat er ging gebeuren.
Zo is het ook met profetische tekenen aan de hemel. Ze zullen zo duidelijk zijn, dat het meteen helder is wat er gaat gebeuren. Daarom is het van groot belang te weten wat een teken aan de hemel is, wanneer het zichtbaar zal zijn en wat er staat te gebeuren als het zichtbaar is.

Welke tekenen aan de hemel worden in Genesis aangekondigd?

Eerst de 'normale aanwijzingen', de gewone natuurverschijnselen. Hieronder vallen het begin van de dag en het einde van de dag: de zon gaat op en de zon gaat onder. Dan is er de veelvoorkomende nieuwe maan. Wij verstaan onder nieuwe maan het moment waarop we alleen de schaduwzijde van de maan zien, geen sprankje licht te bekennen. De Israëliet verstond onder nieuwe maan juist het eerste moment daarna, het moment waarop het eerste beetje licht te zien was. Israël had een maankalender. Daarom betekende nieuwe maan meteen ook de eerste dag van de nieuwe maand. Het tijdstip voor allerlei verplichtingen en gebruiken hield dan ook verband met de stand van de maan. Zo moest op de eerste dag van de maand op de trompet worden geblazen.

Ook op uw vreugdedagen, op uw feesten en op uw nieuwemaansdagen zult gij een stoot op de trompetten geven bij uw brandoffers en vredeoffers; zij zullen u dienen om u voor het aangezicht van uw God in gedachtenis te brengen; Ik ben de Here, uw God. (Numeri 10:10)

Blaast de bazuin op de nieuwe maan, op volle maan voor onze feestdag. (Psalm 81:4)

De nieuwemaansdagen werden ook gekenmerkt door het brengen van verplichte offers.

En bij het begin uwer maanden zult gij de Here een brandoffer brengen: twee jonge stieren, een ram, zeven gave, eenjarige schapen; (Numeri 28:11)


De datums van de feesten des Heren (zoals genoemd in Leviticus 23) hangen samen met de stand van de maan. Steeds is er sprake van de eerste dag van een maand, of van een aantal dagen gerekend vanaf die eerste dag.



De betrouwbaarheid van deze tijdsaanduidingen zit hem in de ijzeren regelmaat die God in de schepping heeft gelegd. Je kunt er van op aan. Je weet dat de maan niet verder weg of dichter bij de aarde zal komen te staan, je weet dat de rotatiesnelheid van de aarde niet zal veranderen, en ook de omlooptijd van de maan rond de aarde is niet aan fluctuaties onderhevig. Hulpmiddelen te over om een betrouwbare kalender mee op te zetten.

Maansverduisteringen

Die regelmaat maakt het ook mogelijk te berekenen wanneer er zich maansverduisteringen zullen voordoen. Maar ook omgekeerd, het stelt ons ook in staat 'in het verleden' te kijken. Vroegere maansverduisteringen laten zich zo ook becijferen. We kunnen volledig vertrouwen op Gods systeem. De beroemde (beruchte?) bloedmanen vormen op zich ook geen verrassing. Pak de rekenmachine maar… En zelfs de tetrades (vier opeenvolgende bloedrode manen) houden zich aan de regels die God in zijn schepping heeft gelegd.
Daarmee verliezen ze het karakter van een teken. Toegegeven, het verschijnsel komt niet vaak voor, maar is op zichzelf genomen niet bijzonder.
Dat men meent een samenhang te kunnen bespeuren tussen het voorkomen van tetrades en het Joodse volk is dan ook pure speculatie.  We zagen hierboven dat de Joodse kalender een maankalender is, en dat de data van Joodse feestdagen worden gemarkeerd met behulp van de maan. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat maansverduisteringen 'keurig samen optrekken' met de Joodse kalender. En dat geldt al evenzeer voor tetrades.

Een van de claims is verder dat in het verleden al meermalen is gebleken dat tetrades samenvielen met belangrijke gebeurtenissen die het Joodse volk betroffen. Maar hier wordt de hand gelicht met de waarheid. De tetrades vallen niet exact samen, maar ongeveer. En wat te denken van tetrades die in Israël niet eens te zien zijn. Hoezo teken?

We lazen in Genesis 1 deze woorden:

En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! (SV) (Genesis 1:14)

We blijven nu achter met het woord 'tekenen'. God schept lichten in het uitspansel des hemels 'tot tekenen'. Deze lichten worden geschapen, en bestaan sindsdien net zoals alle andere zichtbare hemellichamen. Alle 'tekenlichten' functioneren net zoals de overige lichten, volgens de door God ingestelde regelmaat. Zolang God ze 'ongemoeid' laat zijn het niet noodzakelijkerwijs tekenen. Het is niet onmogelijk, maar het is logischer te stellen dat ze pas tot teken worden als God er iets bijzonders mee doet. In de Bijbel worden inderdaad gebeurtenissen gevonden die 'afwijken van het normale'. Laten we een paar voorbeelden nader bekijken.

'Onnatuurlijke' gebeurtenissen

Tijdens de verovering van Kanaän zat Jozua in tijdnood. God voorzag in een oplossing. De dag werd met 12 uur verlengd.

12 Toen sprak Jozua tot de Here ten dage, waarop de Here de Amorieten aan de Israelieten overleverde, en hij zeide in tegenwoordigheid van Israel: Zon, sta stil te Gibeon en gij, maan, in het dal van Ajjalon!
13 En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich op zijn vijand gewroken had. Is dit niet geschreven in het Boek des Oprechten? De zon nu bleef staan midden aan de hemel en haastte zich niet onder te gaan omstreeks een volle dag. (Jozua 10:12-13)

Koning Hizkia werd ziek. De profeet kwam aanzeggen dat zijn ziekte zijn levenseinde zou betekenen. Hizkia bekommerde zich om het volk, dat dan zonder leidsman achter zou blijven. God voorzag, en Hizkia kreeg 15 jaar extra. Om te bevestigen dat deze belofte van God kwam, zou er iets gebeuren dat alleen door God kan worden gedaan.  De schaduw van de zon ging een eindje terug.

7 En dit zal u het teken zijn van des Heren kant, dat de Here ook doen zal wat Hij gesproken heeft:
8 Zie, Ik doe de schaduw op de treden waarlangs zij door de zon op de trap van Achaz is afgedaald, weer tien treden teruggaan. En de zon ging tien treden terug op de treden die zij gedaald was. (Jesaja 38:7-8)

Balak huurt Bileam in om het volk Israël te vervloeken. God zorgde er voor dat uit de mond van Bileam alleen zegenspreuken kwamen. Bij een van die gelegenheden profeteerde hij over de verre toekomst. Uitleggers zien in die ster soms de ster van Bethlehem, maar meestal de Here Jezus zelf, die immers zelf de blinkende morgenster wordt genoemd.

Ik zie hem, maar niet nu; ik schouw hem, maar niet van nabij; een ster gaat op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israel (Numeri 24:17)

Als na vele eeuwen de profetie van Bileam wordt vervuld is er sprake van een bijzonder teken aan de hemel. Een ster die nooit eerder was waargenomen. Voor de drie wijzen voldoende reden om op reis te gaan.

(…) Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen (Mattheus 2:2)

Het was blijkbaar niet iedereen opgevallen dat er een nieuwe ster zichtbaar was. Pas nadat Herodes de wijzen had uitgehoord, kreeg hij belangstelling voor het nieuwe hemellichaam.

Toen riep Herodes de wijzen in het geheim en deed bij hen nauwkeurig navraag naar de tijd, dat de ster geschenen had. (Mattheus 2:7)

Het was echter meer dan alleen een nieuwe ster, getuige een wel heel bijzondere eigenschap. De ster kon bewegen! Zelfs zo nauwkeurig dat de wijzen exact de plaats kregen aangewezen waar de Here Jezus was geboren.

Zij hoorden de koning aan en reisden weg; en zie, de ster, die zij hadden gezien in het Oosten, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het kind was.  (Mattheus 2:9)

Een vreemde ster dus. Er is dan ook reden om te veronderstellen dat de wijzen niet een ster hebben gevolgd, maar een engel. Engelen worden dikwijls geassocieerd met fel, hemels licht. Ook legt de Bijbel een verband tussen sterren en engelen. Je zou kunnen zeggen dat zoals de mens genoemd is naar zijn woonplaats (Adama = aarde), engelen sterren genoemd worden naar de hunne. Een prikkelende gedachte, maar wel enigszins speculatief.

Het geheimenis der zeven sterren, die gij gezien hebt in mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren: de zeven sterren zijn de engelen der zeven gemeenten, en de kandelaren zijn de zeven gemeenten. (Openbaring 1:20)

Slechts een van de hierboven beschreven gebeurtenissen valt onder het begrip teken: de 'ster van Bileam'. Maar zelfs in dat geval is het zeer de vraag of het gaat om een ster als bedoeld in Genesis 1:14. Alle andere voorbeelden tonen aan dat God zeer wel in staat is de regelmaat van zon, maan en sterren te onderbreken als Hij dat nodig acht.

Grote verdrukking

Ten slotte iets over de bloedmanen - zoals die in de Bijbel worden genoemd. Eigenlijk kan ik daar kort over zijn. De profetieën spreken altijd over meerdere verschijnselen gelijktijdig. Het is altijd 'en'. Dat de maan wordt verduisterd en een bloedrode kleur krijgt is een natuurverschijnsel. Maar als de aarde beeft (aardbeving?), zon en maan zwart worden, en ook het sterrenschijnsel bijna verdwijnt, is er sprake van Gods ingrijpen. Oordeel zelf.

Voor hun aangezicht siddert de aarde, beeft de hemel; de zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in. (Joel 2:10)

De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. (Joel 2:31)

De zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in. (Joel 3:15)

De Bijbel zegt ook iets over het tijdstip waarop we deze verschijnselen kunnen verwachten. Alle profetieën blijken namelijk bij nauwkeurig lezen te maken te hebben met de dag des Heren. Deze 'dag' begint na de opname en gaat door tot en met het laatste oordeel. We spreken dus over de periode van de grote verdrukking, de wederkomst van de Here Jezus, het Duizendjarig Rijk, tot en met de grote witte troon. Een enkele keer blijkt uit het verband dat met 'dag des Heren' de wederkomst van Christus wordt bedoeld.
Laten we een paar voorbeelden noemen. Om te beginnen kunnen we van een aantal profetieën eenvoudig vaststellen dat ze tijdens de Grote Verdrukking zullen plaatsvinden. Het gaat dan om zegel- en bazuingerichten uit het boek Openbaringen.

En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende, en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. (Openbaring 6:12)

En de vierde engel blies de bazuin, en het derde deel van de zon werd getroffen en het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren, zodat het derde deel daarvan verduisterd werd, en de dag voor het derde deel geen licht had en de nacht desgelijks. (Openbaring 8:12)

en er zullen grote aardbevingen, en nu hier, dan daar pestziekten en hongersnoden zijn, en ook vreselijke dingen en grote tekenen van de hemel. (Lucas 21:11)

En er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding, (Lucas 21:25)

Aan het eind van de Grote Verdrukking zal de Here Jezus terugkomen. Zijn komst wordt voorafgegaan door verschijnselen aan het hemelgewelf. Er is echter nu geen sprake van rode manen, maar van een maan die haar glans niet geeft, geen zwarte zon, maar een zonsverduistering en andere angstaanjagende gebeurtenissen. Zeer bijzonder is het verschijnen van het teken van de Zoon des Mensen. Wat dat teken zal zijn is niet bekend. Maar aan de reactie van de mensen te zien zal het voor iedereen glashelder zijn: de Messias komt!

29 Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen.
30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. (Mattheus 24:29-30)

Jesaja zet zon en maan in een heel ander perspectief. De Here Jezus komt terug om Koning te worden. Zijn verschijning zal met zo'n grote heerlijkheid gepaard gaan, dat zon en maan daarbij verbleken!

Dan zal de blanke maan schaamrood worden, en de gloeiende zon zal zich schamen, want de Here der heerscharen zal Koning zijn op de berg Sion en in Jeruzalem, en er zal heerlijkheid zijn ten aanschouwen van zijn oudsten. (Jesaja 24:23)

Conclusie

Hierboven haalde ik Paulus aan als hij de Thessalonicenzen geruststelt. Ze hoeven niet bang, verward of ongerust te zijn. Alles gaat zoals het in het profetische woord is aangekondigd. Dit gaat ook op voor de tekenen als bedoeld in Genesis 1:14. Die tekenen kunnen geen vage verschijnselen zijn waarbij men maar moet afwachten of er ook iets gebeurt. Nee, het gaat om zeer concreet omschreven tekenen – we weten precies wat we zullen zien – die nauwkeurig omschreven gebeurtenissen aankondigen. Wat heb je aan een teken dat in zichzelf vaag is, en nergens naar wijst? Als zo'n teken zich weer zal voordoen, halen we de schouders op. De vorige keer was het niets, het zal nu ook wel weer loos alarm zijn. God daarentegen waarschuwt op ondubbelzinnige wijze, en voert de aangekondigde oordelen en gebeurtenissen geheid uit. Onzorgvuldig omgaan met deze dingen gaat ten koste van de waakzaamheid van de gelovigen. Bovendien wekt het de lachlust van de wereld op. En dat kan nooit tot eer van God zijn.