Inhoudsopgave

zondag 23 juli 2017

Israël (6): Antisemitisme III

Antisemitisme in Bijbelse tijden

Het is bij iedereen bekend dat het antisemitisme oude papieren heeft. Reeds vanaf de slavernij in Egypte, via de Amelekieten in de woestijn en Haman in het Perzische Rijk hebben ettelijke machthebbers geprobeerd het volk Israël uit te roeien. Waarom?

Hemelse gewesten

Er is een strijd in de hemelse gewesten. Dat wil zeggen dat er een oorlog gaande is tussen de Godsgetrouwe en gevallen engelen. Veel van die strijd heeft te maken met Gods verlossingsplan. Daarom woedt die strijd in onze tijd vooral rondom Israël en het land dat ze bewonen. Immers, de Verlosser zal uit Sion komen! De eerste komst van de Here Jezus werd onder andere ontsierd door de kindermoord te Bethlehem. Liever alle kleine kinderen dood, dan het risico lopen dat de Koning der Joden mij van de troon stoot, moet Herodes gedacht hebben. Achter die zelfzuchtige gedachte zat het streven van satan de komst van de Messias koste wat kost tegen te houden.
Paulus schrijft opnieuw ‘De Verlosser zal uit Sion komen’ (zie vorige aflevering). De Here Jezus zal terugkomen op de Olijfberg bij Jeruzalem. Er is de satan alles aan gelegen dat te voorkomen. Nagenoeg de hele wereld laat zich inmiddels voor zijn karretje spannen, waardoor Israël steeds meer alleen en onder druk komt te staan.

Esther

Het boek Esther is hét voorbeeld van antisemitisme in Bijbelse tijden. Niet alleen vanwege de poging van Haman het volk Israël uit te moorden, maar ook om de in het vorige artikel genoemde vooroordelen (stereotypen) die hier zijn te vinden.

Lokalisering

De geschiedenis van Esther en Mordechai speelt zich af in het rijk van de Meden en Perzen. Het machtige Babylonische rijk is ter ziele, de Meden en Perzen staan op het toppunt van hun macht. Hun rijk strekte zich uit van India in het oosten tot Ethiopië in Afrika. Dit zijn de zilveren borst en de zilveren armen uit de droom van Nebukadnezar. Waarom zilver in plaats van goud? Het heeft er immers alle schijn van dat het rijk van de Meden en Perzen nog groter was dan dat van de Babyloniërs. Wel, dat zit in de macht van de vorst. Het beeld heeft ook die betekenis. Daniël zegt immers tot Nebukadnezar: ‘Gij zijt dat gouden hoofd’. Nebukadnezar had onbeperkte macht. Zelfs de natuur was aan hem onderworpen. Hij kon doen en laten wat hij wilde. Ahasveros niet. Hoewel ook zeer machtig, werd zijn macht ingeperkt door de wet (van Meden en Perzen). Als iets wet was, dan had zelfs de koning zich er aan te houden. Nebukadnezar hoefde dat niet, hij stond boven de wet.

De ballingen uit Israël

Het beleid van grote heersers als Nebukadnezar en Ahasveros was er op gericht overwonnen volken van hun identiteit te beroven. Alle herinneringen aan het leven in vroeger dagen moest worden uitgewist. Dat zien we het duidelijkst aan de namen. In het boek dat zijn naam draagt vernemen we dat Daniël de naam Beltsazar kreeg. Zijn vrienden Mesach, Sadrach en Abadnego heetten eigenlijk Hananja, Misaël en Azarja. Omdat de opvatting heerste dat de overwinning in feite de overwinning van hun godheid was, werden de overwonnenen getooid met namen die rechtstreeks aan de afgodendienst van de overwinnaars werden ontleend. In het boek Esther is het al niet anders. Mordechai had een Joodse naam - die we echter niet in het boek Esther terugvinden - en Esther heette Hadassa. Mordechai is afgeleid van de naam van de oppergod van de Meden en Perzen, Mardoek. Esther doet denken aan Ishtar, de naam van de Babylonische godin van de oorlog en de liefde.
De islam kent deze handelwijze ook. Een bekend voorbeeld is Cassius Clay. Vanaf het moment dat deze wereldkampioen boksen zich tot de islam bekeerde, liet hij zich Mohammed Ali noemen.

Mordechai versus Haman

De kwade genius in deze geschiedenis is Haman, hoewel ook Ahasveros grote verantwoordelijkheid draagt. De vijandigheid van Haman heeft oude papieren. De oorsprong ligt in Exodus 17. Daar wordt Israël aangevallen door de Amalekieten. De Amalekieten worden verslagen, maar daarmee is de kous niet af. Mozes krijgt opdracht van God de gebeurtenissen vast te leggen zodat het niet vergeten wordt. Sterker nog, de Here spreekt uit dat de herinnering aan Amalek voor altijd zal verdwijnen. Het is dus een zaak van leven of dood. Israël of Amalek. God spreekt uit dat Amalek van de aardbodem zal verdwijnen, vanwege de laffe aanval op Israël.

17 Gedenk wat Amalek u gedaan heeft op uw tocht, toen gij uit Egypte getrokken waart;
18 Hoe hij u onderweg tegenkwam en al de zwakken in uw achterhoede afsneed, terwijl gij vermoeid en uitgeput waart, en hoe hij God niet vreesde.
19 Als dan de Here, uw God, u rust gegeven heft van al de vijanden rondom u in het land, dat de Here, uw God, u ten erfdeel geven zal om het te bezitten, dan zult gij de herinnering aan Amalek onder de hemel uitwissen; vergeet het niet. (Deuteronomium 25:17-19)

Vanwaar deze hardheid ten opzichte van Amalek? Zou het niet hierin zitten dat Egypte het volk vasthield in zijn natuurlijke staat, terwijl Amalek het reeds verloste volk aanviel? Dat het er regelmatig om spande (en niet alleen vanwege Amalek) spreekt uit Psalm 124.

1 Een bedevaartslied. Van David. Ware het niet de Here, die met ons was, (zegge nu Israël)
2 Ware het niet de Here, die met ons was, toen mensen tegen ons opstonden,
3 Dan hadden zij ons levend verslonden, toen hun toorn tegen ons ontbrandde;
4 Dan hadden de wateren ons overstroomd, een wilde beek ware over ons heengegaan;
5 Dan waren de overstelpende wateren over ons heengegaan.
6 Geprezen zij de Here, die ons niet overgaf ten buit aan hun tanden!
7 Onze ziel is ontkomen als een vogel uit de strik van de vogelvangers; de strik is gebroken, en wij zijn ontkomen!
8 Onze hulp is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft. (Psalm 124:1-8)

Israël moest Amalek vernietigen, net zoals de volken in Kanaän moesten worden vernietigd. Aan beide opdrachten heeft Israël niet voldaan. De gevolgen zijn er dan ook naar. Het beslissende moment vinden we in I Samuël 15.

1 Samuel zeide tot Saul: Mij heeft de Here gezonden om u tot koning te zalven over zijn volk, over Israel; nu dan, luister naar de woorden des Heren.
2 Zo zegt de Here der heerscharen: Ik doe bezoeking over wat Amalek Israel heeft aangedaan, hoe hij zich hem in de weg heeft gesteld, toen het uit Egypte trok.
3 Ga nu heen, versla Amalek, slaat al wat hij bezit met de ban en spaar hem niet. Dood man en vrouw, kind en zuigeling, rund en schaap, kameel
en ezel. (1 Samuel 15:1-3)

Saul krijgt opdracht 'een oude rekening te vereffenen'. De opdracht liegt er niet om. Saul moet Amalek totaal vernietigen. Mannen, vrouwen, kleine kinderen, baby’s, ossen, schapen, kamelen en ezels, iedereen en alles moet worden gedood. En Saul trekt ten strijde. Maar hoewel Amalek volkomen verslagen wordt, is de vernietiging niet totaal.

7 En Saul versloeg Amalek van Chawila af tot in de nabijheid van Sur, dat ten oosten van Egypte ligt.
8 Agag, de koning van Amalek, greep hij levend, maar het gehele volk sloeg hij met de ban door de scherpte des zwaards.
9 Saul echter en het volk spaarden Agag en het beste van het kleinvee en van de runderen, ook het naastbeste, verder de lammeren, kortom al wat waardevol was; dat wilden zij niet met de ban slaan. Maar al het vee dat waardeloos was en ondeugdelijk, sloegen zij met de ban. (1 Samuel 15:7-9)

Koning Agag is gevangen genomen, een deel van het vee wordt als buit meegenomen. Uiteindelijk is het Samuël die Agag doodt. Haman blijkt later een Amalekiet te zijn, een Agagiet, dus een afstammeling van Agag.

Na deze gebeurtenissen maakte koning Ahasveros de Agagiet Haman, de zoon van Hammedata, groot, verhief hem in aanzien en plaatste zijn zetel hoger dan die van alle vorsten die bij hem waren. (Esther 3:1)

Hieruit leren we dat het niet alleen Agag was die door Saul in leven was gelaten. Er waren er meer. Deze Amalekieten dreigden in de persoon van Haman Israël nu fataal te worden. We leren hier een belangrijke les. Onze inschatting van wat goed en kwaad is, is anders dan die van God. Als onze mening afwijkt van Gods opvattingen, dan is het zeker dat wij het mis hebben. Zelfs als het om zaken gaat die we als onmenselijk betitelen. Kleine kinderen, zelf baby’s moesten worden gedood. Dat geloof je toch niet? Die kleintjes zijn toch onschuldig? God denkt daar anders over. Mogelijk is een van Gods overwegingen het feit dat baby’s en kleine kinderen eens volwassenen zullen zijn. Ook Haman was ooit een baby'tje.

De positie van Mordechai

In Esther 2 staat dat Mordechai in de burcht Susan verbleef, het regeringscentrum van het rijk.

Nu was er in de burcht Susan een Joods man, wiens naam was Mordekai, de zoon van Jair, de zoon van Simi, de zoon van Kis, een Benjaminiet, (Esther 2:5)

Verderop wordt dit gegeven aangescherpt.

Toen nu voor de tweede maal maagden bijeengebracht werden en Mordekai in de poort des konings zat (Esther 2:19)

Mordechai zat in de poort. Hij was een man van aanzien, die een functie had binnen het bestuur van het land. Dat wil dus zeggen dat hij een netwerk bezat dicht bij de macht en omgekeerd dat Mordechai niet onbekend was in regeringskringen. Zo wordt duidelijk hoe Mordechai de samenzwering tegen de koning kon ontdekken en hem via Esther waarschuwen.

21 In die dagen dan, toen Mordekai in de poort des konings zat, werden Bigtan en Teres, twee hovelingen des konings, behorende tot de dorpelwachters, zeer verbitterd en zij trachtten aan koning Ahasveros de hand te slaan.
22 Mordekai kwam dit echter te weten en hij vertelde het aan koningin Esther en Esther zeide het de koning namens Mordekai.
23 De zaak werd toen onderzocht en juist bevonden, en die twee werden op een paal gespietst. En het werd in de kronieken opgeschreven in tegenwoordigheid des konings. (Esther 2:21-23)

Ondertussen maakte Haman carrière aan het hof en schopte het tot tweede man in het rijk, direct onder Ahasveros.

2 En alle dienaren des konings die in de poort des konings waren, knielden en wierpen zich voor Haman ter aarde, want aldus had de koning ten aanzien van hem geboden. Mordekai echter knielde niet en wierp zich niet ter aarde.
3 Toen zeiden de dienaren des konings die in de poort des konings waren, tot Mordekai: Waarom overtreedt gij het gebod des konings?
4 Het gebeurde nu, toen zij dit dag aan dag tot hem zeiden, zonder dat hij naar hen hoorde, dat zij het aan Haman mededeelden om te zien, of de handelwijze van Mordekai zou standhouden, want hij had hun te kennen gegeven, dat hij een Jood was.
5 Toen Haman zag, dat Mordekai niet knielde, en zich niet voor hem ter aarde wierp, werd hij vervuld met gramschap; (Esther 3:2-5)

De koning had bevolen dat iedereen voor Haman moest knielen, zoals men dat ook voor de koning zelf moest doen. Als dan Haman zich in de poort (!) vertoonde, viel een ieder op zijn aangezicht voor deze belangrijke persoon. Iedereen, op Mordechai na. Hij weigerde te buigen. Mordechai knielde alleen voor God. Deze houding doet denken aan die van de jonge Daniël die weigerde zich te verontreinigen met voedsel door God als onrein aangemerkt.
Zo is Mordechai getuige van een hogere macht. Het kon niet anders, of dit moest de aandacht trekken. Eerst spreekt men Mordechai erop aan en als Mordechai niet luistert melden ze het aan Haman. Zou die halsstarrige man werkelijk durven blijven staan? Hij durfde en Haman ontplofte van woede.

Genocide

Haman bedenkt een plan om zich te wreken.

Maar hij achtte het te gering om alleen aan Mordekai de hand te slaan, want men had hem medegedeeld, tot welk volk Mordekai behoorde; daarom zocht Haman alle Joden, het volk van Mordekai, te verdelgen in het gehele koninkrijk van Ahasveros. (Esther 3:6)

Alle Joden moesten boeten voor de houding van Mordechai. Is dat niet erg overdreven, zou een eerste reactie kunnen zijn. Natuurlijk, menselijkerwijs gesproken slaat dit helemaal nergens op. Maar wij weten dat er meer aan de hand is. En reken maar dat Haman op de hoogte was van de geschiedenis. Hij wist van de veldslag lang geleden in de woestijn, hij wist van het gebod van God de Amalekieten te vernietigen. Dat zat hem hoog. Haman rook zijn kans. Nu had hij de gelegenheid de rollen om te draaien en een aanleiding om er mee te beginnen. Weg met de Joden.
Haman gaat met overleg te werk. Hij vraagt de koning een gunst en zegt meteen toe een aanzienlijk som geld in de staatskas te storten. Haman kan zijn gang gaan. Er wordt een wet uitgevaardigd die bevorderde dat alle Joden zouden worden omgebracht. Om de mensen aan te moedigen mee te doen aan de moordpartij mogen ze alle bezittingen van de Joden als buit hebben.

Haman de Jodenhater

Wat zei Haman eigenlijk tegen Ahasveros? We lezen het in Esther 3.

8 Toen zeide Haman tot koning Ahasveros: Er is een volk, dat verstrooid en afgezonderd leeft onder de volken in al de gewesten van uw koninkrijk, en zijn wetten verschillen van die van alle volken, maar de wetten van de koning volbrengt het niet, zodat het de koning niet betaamt het met rust te laten.
9 Indien het de koning goeddunkt, moge een bevelschrift uitgaan om het uit te roeien: dan zal ik tienduizend talenten zilver afwegen en ter hand stellen aan hen wier werk het is die te storten in de schatkist van de koning. (Esther 3:8-9)

Er gaan brieven uit naar alle delen van het rijk. Het is aannemelijk dat er in die brief een motivatie voor deze wet heeft gestaan. Maar de inhoud daarvan kennen we niet. Of misschien toch wel? Er is een apocrief vervolg op Esther, en daarin staat de complete brief.

1 De grote koning Artaxerxes (Ahasveros) van Indië tot aan Morenland, schrijft dit aan de oversten der honderdenzevenentwintig provinciën, en aan de landvoogden die hun onderworpen zijn:
2 Daar ik over vele volken heers, en de gehele aardbodem onder mijn macht heb, zo heb ik mij evenwel op het vertrouwen mijner macht niet willen verheffen, maar bescheiden en met zachtmoedigheid altijd regerende, heb ik mijn onderzaten in hun leven altijd willen rust doen hebben, en mijn koninkrijk in stilte houden, en tot de uiterste palen toe tot reizen veilig, en zo de gewenste vrede voor alle mensen weder vernieuwen.
3 Als ik nu mijn raadsheren vroeg hoe zulks zou mogen tot een goed einde gebracht worden, zo heeft Haman, die bij ons in voorzichtigheid uitmunt, en door zijn onveranderlijke goedwilligheid en standvastige getrouwheid beproefd is, en de tweede plaats van eer in onze koninkrijken verkregen heeft, ons vertoond,
4 dat onder alle geslachten die op de aardbodem zijn, een zeker hatelijk volk gemengd was, dat in wetten alle volken tegenstrijdig was, en de ordinantiën der koningen gedurig verachtte, zodat onze onberispelijke aangerichte regering niet kan voltrokken worden.
5 Dewijl wij dan vernomen hebben hoe dit enig volk tegen alle andere mensen altijd in tweespalt ligt, veranderende hun zeden door een vreemde invoering van wetten, en hoe het onzer zaken vijand zijnde zeer kwade stukken begaat, ook zo dat ons koninkrijk zijn welstand niet verkrijgt;
6 Zo bevelen wij, dat degenen die aangewezen worden door de schriften van Haman, welke over onze zaken is gesteld, en ons een tweede vader is, allen tezamen met vrouwen en kinderen tot de laatste toe omgebracht worden door het zwaard van hun vijanden, zonder enig medelijden en verschoning, en dat op de veertiende dag der twaalfde maand Adar van het tegenwoordige jaar.
7 Opdat zij, die eertijds vijandelijk gezind waren, en nu nog zijn, op een dag door geweld in het graf gekomen zijnde, onze zaken tegen de toekomende tijd in volmaakte welstand en stilheid mogen laten.

Hier zien we duidelijk enkele stereotypen. Het volk van de Joden is de vijand die de vrede in de weg staat. Er is niets nieuws onder de zon. Een enquête van een aantal jaren terug wees Israël aan als de grootste hinderpaal op de weg naar wereldvrede. In het westen is men tot nu toe te ‘beschaafd’ om te eisen dat Israël verdwijnt. Dat is niet altijd zo geweest. In bovenstaande brief is duidelijk sprake van een ‘Judenfrage’ die om een oplossing vraagt. Hitler sprak over de ‘Endlösung der Judenfrage’. Iraans oud-president Ahmedinejad sprak over een kankergezwel dat verwijderd moet worden. Zoals het in de brief van Ahasveros was, zo is het nog steeds. Israël (de Joden) dienen te verdwijnen en dan kunnen we pas gaan werken aan werkelijke vrede. Het zijn immers de Joden die al onze inspanningen dwarsbomen. Weg met hen!


We kunnen ons goed voorstellen dat onder Joden deze verzuchting wordt gehoord: ‘Het is geweldig dat we Gods uitverkoren volk zijn, maar er zijn momenten dat we wel eens wat minder uitverkoren wilden zijn.’

donderdag 20 juli 2017

Israël (5): Antisemitisme II

Wat is antisemitisme?

Antisemitisme is een vreemd verschijnsel. Overal in de wereld hebben (groepen) mensen te maken met allerlei vooroordelen. Nergens echter wordt een volk zo lang en zo consequent op een negatieve manier weggezet als Israël.
Vooroordelen en dus ook antisemitisme uiten zich in stereotypen. Een stereotype is een overdreven beeld van een groep mensen dat vaak niet overeenkomt met de werkelijkheid. In het geval van het joodse volk zijn de volgende stereotypen te herkennen.
-       Complottheorieën: het joodse volk wordt voortdurend verdacht van het hebben van een verborgen agenda. Men wil de wereldmacht aan zich trekken.
-       Joden zijn onbetrouwbaar. Dat blijkt uit allerlei zaken, maar toch vooral als het gaat om handel en zakendoen.
-       Joden houden zich bezig met geheimzinnige, lugubere rituelen.
-       Joden zijn klein van stuk en hebben een makkelijk herkenbaar uiterlijk.
-       Joden zijn de moordenaars van God en hebben niet langer een toekomst als Gods volk.

De Protocollen van de wijzen van Sion

Een akelig voorbeeld van een complottheorie vormen de zogenaamde Protocollen van de wijzen van Sion. Deze ‘Protocollen’ zijn een verzonnen ‘verslag’ van een vergadering van joodse leiders, die in 1897 zou hebben plaatsgevonden in Bazel. Deze joodse leiders (wijzen van Sion) zouden bijeen zijn gekomen om de christelijke maatschappij omver te werpen. Ook zouden zij plannen hebben gesmeed voor een joodse wereldheerschappij. De 'Protocollen' beschrijven tot in detail hoe deze verwezenlijkt had moeten worden. Het geschrift werd en wordt daarom graag geciteerd door antisemieten om er het 'joodse gevaar' mee aan te tonen.
Hoewel al lang bekend is dat het om een vervalsing gaat, is het geschrift de laatste tientallen jaren erg populair in de Arabische landen. Het waarom laat zich raden.
In het verlengde hiervan wordt men niet moe voortdurend te wijzen op de vele Joden die een prominente rol in het bankwezen zouden spelen, en ook de wereldpers zou in handen zijn van Joden.

Onbetrouwbaar

De vermeende onbetrouwbaarheid van de Joden heeft zich de eeuwen door geuit in spotprenten. In onderstaande prent zien we hoe joodse handelaren elkaar op de hoogte brengen van de fijne kneepjes van bedrog. Vooral de gezichtsuitdrukking van de middelste persoon spreekt boekdelen.


Werken der duisternis

Ook de genoemde geheimzinnige, gruwelijke rituelen vinden we terug in allerlei afbeeldingen. In het volgende plaatje zien we hoe Joden het bloed aftappen van zuigelingen, om daar vervolgens hun rituelen mee uit te voeren.


 De vervangingstheologie

In de Bijbel is het joodse volk het door God uitverkoren volk. Deze verkiezing door God bracht voorrechten (alleen Israël is Gods volk) en plichten (gehoorzaamheid aan de Thora) met zich mee. Sinds de uitstorting van de Heilige Geest, op de eerste Pinksterdag, is volgens sommige christenen het joodse volk niet meer Gods uitverkoren volk. Die bevoorrechte positie zou zijn overgegaan op de Kerk. Binnen de protestantse beweging is deze theologie, met name sinds het ontstaan van de Joodse staat, op z'n retour. Anderen zijn nog steeds fervente aanhangers. Vooral de Rooms-Katholieke Kerk aanvaardt deze theologie. Ook de oosters-orthodoxe christenen zien de christelijke Kerk als het Nieuwe Israël. We kunnen gerust stellen dat dit afschrijven van Israël antisemitische trekken heeft.

Gevolgen

Dit alles leidt tot een patroon dat alle eeuwen door herkenbaar is. Antisemitisme begint met vooroordelen, de vooroordelen leiden tot discriminatie. Discriminatie plaveit de weg voor vervolgingen. De vervolgingen leiden tot (georganiseerde) moordpartijen. Hoewel de moord op zes miljoen Joden tijdens het schrikbewind van Hitler wel het absolute dieptepunt was, zijn ook de pogroms in Oost-Europa en het werk van de inquisitie in Spanje en Portugal schrikbarend van karakter.

Voorbeelden uit de geschiedenis

De treurige werkelijkheid is dat we nooit in staat zullen zijn alle vervolgingen uit de geschiedenis van het Jodendom te beschrijven - hoe uitgebreid een artikel of een boek ook is.

Geruchten

In de Veste te Passau is een prachtig museum gevestigd. Er wordt ruim aandacht besteed aan het antisemitisme in het zuidelijk deel van Duitsland. Een van de vele voorbeelden is het verspreiden van het gerucht dat de plaatselijke Joden kans hebben gezien stukjes hostie in handen te krijgen. Een hostie is een stukje brood dat in de eucharistieviering (het Rooms-Katholieke avondmaal) gebruikt wordt. In de Rooms-Katholieke opvatting verandert dit stukje brood letterlijk in het lichaam van Christus. Het feit dat de Joden (als Godsmoordenaars) opnieuw het lichaam van Christus willen onteren, is voldoende voor het losbreken van volkswoede, met alle gevolgen van dien. Joden worden vermoord, hun bezittingen geplunderd, hun huizen in brand gestoken.
Een gerucht is al voldoende. In zijn heftigheid doet het denken aan de bekende taferelen in moslimlanden, wanneer daar verhalen de ronde doen over het beledigen van de Koran, de Islam of Mohammed.

Epidemieën

Ten tijde van epidemieën - de pest bijvoorbeeld - ging steevast het gerucht dat het de Joden waren die putten en bronnen hadden vergiftigd. Als bewijs werd aangevoerd dat ze zelf niet ziek werden. De waarheid is uiteraard dat de Joden gezond bleven omdat ze zich aan de reinigingswetten uit de Thora hielden en daardoor minder risico liepen. En helaas, wat de pest niet kon, daar zorgde de volkswoede wel voor.

Gedwongen bekeringen

In maart 1492 werd in Spanje een wet aangenomen die Joden dwong het land te verlaten. Wilden ze blijven, dan moesten ze zich bekeren tot de kerk. Joden kregen een half jaar de tijd om te emigreren onder ongunstige voorwaarden. Zo werd uitgebreid misbruik gemaakt van hun gedwongen situatie, doordat de bezittingen tegen veel te lage prijzen moesten worden verkocht.
Veel Joden lieten zich dopen. Waarschijnlijk deed men dit vaker om uitzetting te voorkomen, dan vanuit een oprechte bekering naar het christendom. Deze 'bekeerde' Joden werden conversos (bekeerlingen) genoemd, en zij werden door de Inquisitie voortdurend in de gaten gehouden. Als ze ervan werden verdacht na hun bekering de Joodse religie te praktiseren, werden ze alsnog door de Inquisitie berecht.

Pogroms

Het Russische woord ‘pogrom’ betekent: een georganiseerde aanval op de joodse bevolking van een stad of dorp. Men vernielde, zonder dat de politie ingreep, of zelfs met medewerking van de autoriteiten, een joodse wijk en mishandelde of vermoordde de bewoners. Soms vond de overheid de pogroms een goede uitlaatklep voor het volk, omdat het de aandacht van de slechte economische toestand afleidde. Een voorbeeld hiervan zijn de pogroms die rond de eeuwwisseling van de 19de naar de 20ste eeuw plaatsvonden in tsaristisch Rusland. Daarbij kwamen enkele duizenden joden om het leven. Veel bloediger nog waren de Jodenvervolgingen in de Russische Burgeroorlog in Zuid-Rusland en Oekraïne: daarbij kwamen meer dan 100.000 joden om het leven. Een pogrom is dus een specifiek tegen de joden gericht volksgericht.

Genocide

Genocide is doelbewuste volkerenmoord. Het bekendste voorbeeld is uiteraard de Holocaust. De Holocaust, ook wel Shoah genoemd, was de systematische Jodenvervolging door de nazi's en hun bondgenoten voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de overheersing door nazi-Duitsland werden zes miljoen Europese Joden vermoord. De moorden vonden grotendeels plaats in concentratie- en vernietigingskampen.

Israël

De shoah heeft rechtstreeks tot de staat Israël geleid. Uiteraard zien we daar Gods hand in. Eeuwenoude profetieën worden in onze tijd vervuld. Het antisemitisme is daarmee echter niet achter de rug. In tegendeel, het steekt overal weer de kop op. Een dolleman als de Iraanse ex-president Ahmadinejad ontkent de holocaust, en roept tegelijkertijd op alsnog het Joodse volk te vernietigen.

Strijd in de hemelse gewesten

Hoogmoed en trots liggen aan de basis van deze strijd in de hemelse gewesten. Satan wilde niet langer God aanbidden en Hem alle lof eer en glorie geven, hij wilde als God zijn, zich verheffen boven God. Daarop werd satan uit de hemel geworpen en sindsdien is er een strijd gaande tussen de satan en God.
Vele uitleggers geloven dat Openbaringen 12:4 erop wijst dat satan een derde deel van de engelenschare met zich meesleepte in de val.

3 En er werd een ander teken in de hemel gezien, en zie, een grote rossige draak met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen.
4 En zijn staart sleepte een derde van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden. (Openbaring 12:3-4)

Een deel van deze gevallen engelen is met satan actief in de hemelse gewesten en op aarde. Een ander gedeelte wordt door God bewaard tegen ‘de dag des oordeels’.

In Openbaring 12 lezen we over de strijd tussen God en de satan.

1 En er werd een groot teken in de hemel gezien: een vrouw, met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd;
2 en zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren.
3 En er werd een ander teken in de hemel gezien, en zie, een grote rossige draak met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen.
4 En zijn staart sleepte een derde van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden.
5 En zij baarde een zoon, een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd plotseling weggevoerd naar God en zijn troon.
6 En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalfhonderd zestig dagen onderhouden zou worden.
7 En er kwam oorlog in de hemel; Michael en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog,
8 maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.
9 En de grote draak werd (op de aarde) geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.
(..)
13 En toen de draak zag, dat hij op de aarde was geworpen, vervolgde hij de vrouw, die het mannelijke kind gebaard had.
14 En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd.
15 En de slang wierp uit haar bek water achter de vrouw als een stroom, om haar door de stroom te laten medesleuren.
16 En de aarde kwam de vrouw te hulp en de aarde opende haar mond en verzwolg de stroom, die de draak uit zijn bek had geworpen. (...)(Openbaring 12:1-17)

De vrouw: Israël. Het kind: Christus. De draak: satan. Al vanaf het allereerste begin van de geschiedenis zien we dat de satan probeert om het reddingsplan dat God met de wereld heeft te dwarsbomen. En hier ligt de wortel van alle antisemitisme, want ‘de Verlosser zal uit Israël komen’:

(…) aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden. (Romeinen 11:26).

Als Israël totaal zou worden vernietigd, kan bovenstaande profetie niet vervuld worden. God zorgt er echter voor dat de profetieën worden vervuld. Hij zal niet toestaan dat Israël van onze wereld wordt weggevaagd.


donderdag 13 juli 2017

Israël (4): Antisemitisme I

Israëls ontrouw

Er zijn meerdere oorzaken voor het lijden van het volk Israël. In dit artikel wil ik de nadruk leggen op een oorzaak die niet zo vaak gehoord wordt en die niet direct te maken heeft met antisemitisme.

In Leviticus 26 en Deuteronomium 28 wordt gesproken over zegen (als Israël God getrouw dient) en vloek (als Israël afvallig is). In Leviticus 26 vinden we na het gedeelte over de zegen, de passages over de vloek (Leviticus 26:14-39). De vloek wordt verdeeld in een aantal fasen.

1. Ziekte, honger en nederlaag (vers 16 en 17);
2. Droogte en misoogst (vers 18-20);
3. Gevaarlijke dieren (vers 21 en 22);
4. Oorlog, pest en honger (vers 23-26);
5. Ballingschap (vers 27-39).

Gelukkig wordt de ommekeer ook beschreven (vers 40-45). Meestal wordt aangenomen dat deze zegen- en vloekprofetieën zijn vervuld in de tijd van het Oude Testament. Denk maar aan het boek Richteren, de wegvoering van het Tienstammenrijk en de Babylonische ballingschap van het Tweestammenrijk.

Laten we nu eens kijken naar Deuteronomium 28. Op het eerste gezicht lijkt dat min of meer een herhaling van Leviticus 26. Maar dat is niet het geval. Hoewel er uiteraard overeenkomsten zijn (het gaat tenslotte om hetzelfde onderwerp) is er ook een duidelijk verschil.

Lees de begintekst:

1 Indien gij dan aandachtig luistert naar de stem van de Here, uw God, en al zijn geboden, die ik u heden opleg, naarstig onderhoudt, dan zal de Here, uw God, u verheffen boven alle volken der aarde. (Deuteronomium 28:1)

Hierna volgen alle zegeningen. Lees ze eens! Je krijgt meteen een beeld van het Duizendjarig Rijk, wanneer al die zegeningen uiteindelijk Israël toch ten deel zullen vallen.

Maar er is helaas ook een andere kant, waarvan de beschrijving begint in vers 15.

15 Maar indien gij niet luistert naar de stem van de Here, uw God, en niet al zijn geboden en inzettingen, die ik u heden opleg, naarstig onderhoudt, dan zullen de volgende vervloekingen alle over u komen en u treffen: (Deuteronomium 28:15)

Lees nu de verzen 62 tot en met 67.

62 Met weinigen zult gij overblijven, terwijl gij talrijk geweest zijt als de sterren des hemels, omdat gij niet geluisterd hebt naar de stem van de Here, uw God.
63 Zoals de Here er behagen in had om u wel te doen en u talrijk te maken, zo zal de Here er behagen in hebben om u te gronde te richten en te verdelgen; en gij zult weggerukt worden uit het land, dat gij in bezit gaat nemen.
64 De Here zal u verstrooien onder alle natiën van het ene einde der aarde tot het andere; aldaar zult gij andere goden dienen, die noch gij noch uw vaderen gekend hebben: hout en steen.
65 Gij zult onder die volken geen rust vinden noch een rustplaats voor uw voetzool; de Here zal u daar een bevend hart geven, ogen vol heimwee en een kwijnende ziel.
66 Zonder ophouden zal uw leven in gevaar verkeren; des nachts en des daags zult gij opschrikken en van uw leven niet zeker zijn.
67 Des morgens zult gij zeggen: Was het maar avond; en des avonds: Was het maar morgen. Vanwege de vrees, die uw hart vervult, en vanwege het schouwspel, dat uw ogen zien. (Deuteronomium 28:62-67)

Laten we samenvatten:
- Israël wordt verstrooid onder alle natiën en weggevoerd van het ene einde der aarde tot het andere (Deuteronomium 28:64). Dat is pas na de komst van de Here Jezus gebeurd. En inderdaad, in nagenoeg elk land op deze aarde hebben zich Joden gevestigd.
- Ze zullen geen rust kennen in die vreemde landen (Deuteronomium 28:65). Hoe vaak zijn ze wel niet verjaagd van het ene land naar het andere?
- Ze zullen altijd met angst en beven tussen de andere volken verkeren, ze zullen geen rust krijgen. Ze zullen vol heimwee zijn (Deuteronomium 28:65). Heimwee! Elk jaar met Pascha is er hun bede: 'Volgend jaar in Jeruzalem!'
- Hun leven zal voortdurend in gevaar zijn (Deuteronomium 28:66). We hoeven alleen maar aan de Tweede Wereldoorlog te denken, om te beseffen hoezeer dat waar is gebleken.
- Het is het beeld van de voortdurende vluchteling, nooit zeker van zijn leven, altijd maar weer opgejaagd (Deuteronomium 28:67).

Waarom is dit alles Israël overkomen? Hierom: ze hebben 'niet aandachtig geluisterd naar de stem van de Here, hun God, en al zijn geboden, die Hij hen oplegde, naarstig onderhouden'. (Deuteronomium 28:1).

Nu we dit allemaal zo lezen, moet je concluderen dat de oorzaak niet ligt in het antisemitisme, maar in het falen van Israël waardoor het oordeel van God over hen kwam. Het gaat hier dus om een zaak tussen God en Israël waar de wereld buiten staat.

De uitvoering van Gods oordelen door heidense volken

Er is echter meer. God maakt voor het uitvoeren van zijn oordelen over Israël gebruik van de ‘diensten’ van heidense volken. Echter, al in het Oude Testament lezen we dat God die andere volken een ernstig verwijt maakt.

14 Vervolgens zeide tot mij de engel die met mij sprak: Predik: zo zegt de Here der heerscharen: Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand,
15 Maar Ik ben zeer toornig op de overmoedige volken, die, terwijl Ik maar een weinig vertoornd was, meehielpen ten kwade. (Zacharia 1:14-15)

De volken hebben maar al te graag meegeholpen en er het liefst nog een schepje bovenop gedaan. Waarom? Omdat het Gods volk was. Dat was altijd al bekend. God neemt dat zeer hoog op.
Alles aangaande de oordelen beschreven in Deuteronomium 28 vat God in Zacharia 1 samen met de woorden 'terwijl Ik maar een weinig vertoornd was'. Maar de volken die gretig meehielpen Israël te vernietigen krijgen te horen dat God 'zeer toornig is op de overmoedige volken'. Ze hebben Gods maat ver overschreden en zich met graagte op Israël gestort.
Is er al iets zichtbaar geworden van Gods toorn op de volken? Ja, in zijn algemeen laat de geschiedenis zien dat volken die de Joden goed behandelden gezegend werden, en volken die de Joden slecht behandelden het zonder Gods zegen moesten stellen.

Gods oordeel over de volken

Het eindoordeel over de volken komt echter dichter- en dichterbij. We lezen Mattheüs 25. Wanneer vindt dit plaats? Na de Grote Verdrukking, maar voor het Duizendjarig Rijk:

31 Wanneer dan de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de troon zijner heerlijkheid.
32 En al de volken zullen voor Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken,
33 en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand. (Mattheus 25:31-33)

Volgens welk criterium spreekt Christus het oordeel uit?

40 En de Koning zal hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit (goede) aan een van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan. (Mattheüs 25:40)

Christus verbindt Zich hier dus aan Israël zoals Hij dat eerder ook deed met de Gemeente. (Denk aan Handelingen 9:4 'Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?') Het vervolgen van de Gemeente is het vervolgen van haar Heer. Zo is het vervolgen van de Joden gelijk aan het vervolgen van hun Koning.

45 Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit (goede) aan een van deze minsten niet gedaan hebt, hebt gij het ook aan Mij niet gedaan. (Mattheüs 25:45)

En Nederland?

Laten we bidden dat het de Joodse Nederlanders niet onmogelijk gemaakt wordt in ons land te blijven wonen - vanwege de antisemitische uitingen vooral in Amsterdam, de helaas noodzakelijke bescherming van scholen en synagogen, allerlei beperkende maatregelen zoals een dreigend verbod op rituele slacht en besnijdenis.

Laten we bidden dat Nederland zich achter Israël blijft opstellen.