Inhoudsopgave

dinsdag 13 november 2018

Gevaarlijke tijden (1)


Verkeerde leer
Twee onderwerpen worden in het Nieuwe Testament met stelligheid afgewezen: verkeerde levenswandel en verkeerde leer. Hoewel het één ongetwijfeld met het andere te maken heeft, schuilt in verkeerde leer het grootste gevaar. Het valt namelijk op dat de Here Jezus zondaars met liefde en barmhartigheid benadert. Wordt Hij daarentegen geconfronteerd met verkeerde leer, dan is Zijn toon scherp en afwijzend. En dat is ook geen wonder. Verkeerde leer doet afbreuk aan het evangelie. Het geeft een verkeerd beeld van de Persoon van de Zoon van God, van Zijn werk hier op aarde, van Zijn kruisdood op Golgotha en van verlossing, toekomst en eeuwig leven. Valse leer kan er toe leiden dat mensen voor wie de Here Zijn leven gaf, verloren gaan. Het hele Nieuwe Testament door vinden we indringende waarschuwingen verre te blijven van valse leraars, valse profeten, verleiders, bedriegers, misleiders. Die waarschuwing is nog steeds actueel. Nu we de dag zien naderen dat de Here Zijn gemeente komt halen, zal de boze alles op alles zetten om zoveel mogelijk mensen af te houden van de eeuwige verlossing. Zijn wapen is valse leer. En dus leven we in gevaarlijke tijden.

Een ander evangelie
We leven in het tijdperk van de geest (geen hoofdletter). Met geest wordt bedoeld het ondergaan van ervaringen, het afgaan op gevoel. Ervaringen en gevoel zijn de meetlat waarmee de hedendaagse mens een waardeoordeel geeft over alles wat hem wordt aangeboden. Hoewel deze gedachten in eerste instantie uit de New Age beweging komen, komen we ze steeds vaker ook binnen de kerken tegen. Het gevolg is dat diensten verworden tot voorstellingen. Vanaf het 'podium' schalt de worship ons tegemoet, sleurt het ons mee in 'aanbidding', geeft ons warme gevoelens van 'er bij te horen'. De prediking heeft tot doel dit te bevorderen. Ons wordt verteld dat God ons liefheeft, dat Hij uitsluitend het goede met ons voorheeft, dat Hij wil dat we welvarend zullen zijn, dat we zeker niet ziek hoeven te zijn, en dat, als we ziek zijn, er voor iedereen genezing is. De Bijbel gaat nauwelijks meer open, en als die al gelezen wordt dan wordt de tekst gebruikt om een 'prettig, aangenaam evangelie' te brengen. Critici spreken van 'een welvaartsevangelie', van 'feel good-christendom' of van 'happy clappy-christenen'. Hebben ze (on)gelijk?

Schijn bedriegt
Er komt een golf van charismatische misleiding op ons af. Natuurlijk, binnen de charismatische beweging bevinden zich vele wedergeboren christenen, net zoals dat het geval is in de rooms-katholieke kerk en in de protestantse kerken. Maar tegengeluiden van binnenuit de charismatische beweging worden nauwelijks gehoord. Twee verschijnselen overheersen: een ongezonde aandacht voor tekenen (Weet u het nog? Gouden vullingen, goudstof en wat niet al) en bedrieglijke wonderen (Genezingen bijvoorbeeld die achteraf geen genezing blijken te zijn) en een voortdurende stortvloed aan profetieën. Ook horen we van reizen naar de hemel, ontmoetingen met hemelbewoners en intensieve contacten met engelen. Maar het meest verontrustende is wel dat de centrale positie die de Here Jezus altijd heeft ingenomen in eredienst en prediking is overgenomen door de 'Geest' (wel een hoofdletter, omdat men de Heilige Geest bedoelt).

Geen weerwoord
Wie de enorme aandacht voor profetieën nader bekijkt moet het opvallen hoe kritiekloos de 'gelovigen' dit alles voor zoete koek aannemen. Als een 'profeet' vanaf het podium 'woorden van de Heer' doorgeeft, klinkt er een voortdurende roepen van 'amen', 'ja!', prijs de Heer' en applaus. Niemand komt blijkbaar op de gedachte dat profeten en hun profetieën beoordeeld moeten worden (zie mijn The Trump Prophecies (1)). En hoe kan het dat het vrijwel altijd goed nieuws is? Heeft dat iets te maken met wat bovengenoemde critici met 'welvaartsevangelie', 'feel good-christendom' en 'happy clappy-christenen' bedoelen?

Vraagt naar de oude paden

Zo zegt de Here: Gaat staan aan de wegen, en ziet en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg is, opdat gij die gaat en rust vindt voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij willen die niet gaan. (Jeremia 6:16)

Het evangelie van zonde en verlossing wordt steeds minder gehoord. Het is immers niet fijn als je vanaf een podium voortdurend herinnerd wordt aan alles wat je verkeerd zou hebben gedaan, dat je verloren dreigt te gaan tenzij je je bekeert. En bovendien, past dat bij het beeld dat we 'geliefd zijn'? De Bijbel raakt steeds verder op de achtergrond. Logisch, want de Bijbel spreekt een andere taal.

10 gelijk geschreven staat: Niemand is rechtvaardig, ook niet een,
11 er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt;
12 allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet een.
13 Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen;
14 hun mond is van vloek en bitterheid vol;
15 Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten,
16 verwoesting en ellende zijn op hun wegen,
17 en de weg des vredes kennen zij niet.
18 De vreze Gods staat hun niet voor ogen. (Romeinen 3:10-18)

De mens heeft nodig te worden gewaarschuwd in plaats van te worden gesust. Het spreekt immers niet vanzelf dat we de eeuwigheid in de hemel zullen doorbrengen. God gaf Zijn Eniggeboren Zoon om ons te redden. Op het geloof in Hem en Zijn werk wordt een mens behouden.

Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem. (Johannes 3:36)

We dienen ons bij Gods Woord te houden. De Heilige Geest zal ons Bijbels licht geven over alle vragen die zich aan ons opdringen. Gods Woord zal ons bewaren.

Alle Schrift is door God ingegeven en nuttig om te leren, te weerleggen, te verbeteren en te onderwijzen in de gerechtigheid, (2 Timotheüs 3:16) (Telos)

Maar dan moet dat Woord wel open en gelezen worden! Elke dag opnieuw. Trouw en ijver zijn hier sleutelbegrippen.

38 (…) mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen.
39 Doch wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt. (Hebreeën 10:38-39)

Paulus identificeert in zijn tweede brief aan Timotheüs de tijd waarin we leven, de ontwikkelingen die er zijn, onze taak en onze verantwoordelijkheid.

1 Ik betuig voor God en Christus Jezus, die levenden en doden zal oordelen, en zijn verschijning en zijn koninkrijk:
2 predik het woord, wees paraat, gelegen en ongelegen; weerleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en lering.
3 Want er zal een tijd zijn dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar naar hun eigen begeerten voor zichzelf leraars zullen verzamelen, om zich het gehoor te laten strelen;
4 en zij zullen het oor van de waarheid afkeren en zich tot de fabels wenden. (2 Timotheüs 4:1-4) (Telos)

woensdag 31 oktober 2018

De Knecht des Heren (22) - Jezus de Nazireeër


Om deze naam van onze Heiland goed te begrijpen moeten we eerst kennis nemen van het nazireeërschap.

De wet op het nazireeërschap

In Numeri 6 lezen we Gods voorschriften voor mannen en vrouwen die zich gedurende een bepaalde periode helemaal aan God willen wijden. In het Oude Testament zijn Simson en Samuël bekende voorbeelden. Ook in het Nieuwe Testament komt het voor. In Handelingen bijvoorbeeld lezen we hoe Paulus zich het haar liet afknippen bij de beëindiging van een gelofte.

En nadat Paulus daar nog verscheidene dagen was gebleven, nam hij afscheid van de broeders en voer weg naar Syrië, vergezeld door Priscilla en Aquila, nadat hij te Kenchreeen zijn hoofdhaar had laten afknippen, want hij stond onder een gelofte. (Handelingen 18:18)

Het bijzondere aan de wet op het nazireeërschap is wel dat het om een geheel vrijwillige zaak gaat. Niemand is verplicht nazireeër te worden. De nazireeër heeft daar zelf voor gekozen. Maar áls iemand er voor kiest nazireeër te worden, dan is er de wet op het nazireeërschap.

Dit is de wet aangaande de nazireeer. Hetgeen hij als offergave de Here belooft op grond van zijn nazireeerschap, behalve datgene waartoe hij in staat is, overeenkomstig zijn gelofte die hij belooft, aldus zal hij doen overeenkomstig de wet op zijn nazireeerschap. (Numeri 6:21)

God stelt eisen aan de persoon die kiest voor het nazireeërschap. Dat is ook logisch, want als iemand zich voor een kortere of langere periode aan God wil wijden kan hij of zij niet zelf uitmaken wat daar voor nodig is. Het is een beetje als met een vacature. De werkgever zoekt een nieuwe medewerker. Voor het werk dat deze medewerker zal gaan doen zijn bepaalde kwalificaties nodig. Het is de werkgever die bepaalt welke dat zijn. De sollicitant kan niet zelf uitmaken wat er voor de nieuwe baan nodig is.
Wat het nazireeërschap betreft gaat het uiteraard veel verder. Er is geen enkele dwang, de nazireeër kiest er vrijwillig voor en wel uit liefde tot God.
Wat zijn de eisen gesteld aan de nazireeër?

Geen wijn

3 Dan zal hij zich van wijn en bedwelmende drank onthouden, geen azijn van wijn of van bedwelmende drank drinken noch enige uit druiven bereide drank, en geen druiven eten, noch verse noch gedroogde.
4 Al de tijd van zijn nazireeërschap zal hij niets eten, dat van de wijnstok afkomstig is, van de pitten af tot de toppen der ranken toe. (Numeri 6: 3-4)

Voor genoegen richt men een maaltijd aan, en wijn maakt het leven vrolijk en het geld verantwoordt alles. (Prediker 10:19).

De nazireeër heeft er voor gekozen zijn vreugde te zoeken en te vinden in God. Deze regel betekent dan ook dat aardse vreugde en vreugde in God voor de nazireeër niet samen kunnen gaan. 'Innerlijk verdeeld' noemt Jacobus dat.

Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinigt uw handen, zondaars, en zuivert uw harten, gij, die innerlijk verdeeld zijt. (Jacobus 4:8)

Aangezien het gaat om een geestelijke gesteldheid dient de nazireeër zich niet alleen te onthouden van de wijn, maar van alles wat maar met de wijnbouw te maken heeft. Hij dient er zover mogelijk van verwijderd te zijn, waardoor hij God en de omgeving laat zien dat hij zo dicht mogelijk bij God wil zijn. Let er wel op dat hier dus niet staat dat het drinken van wijn voor iedereen verboden is. Het geldt alleen voor de nazireeër.

Niet naar de kapper

Al de tijd van zijn nazireeërgelofte zal geen scheermes over zijn hoofd komen; totdat de tijd, voor welke hij zich aan de Here gewijd heeft, ten einde is, zal hij heilig zijn, hij zal zijn hoofdhaar lang laten groeien. (Numeri 6:5)

Het dragen van lang haar is voor een man een oneer.

Leert de natuur zelf u niet, dat, indien een man lang haar draagt, dit een schande voor hem is, (1 Korinte 11: 14)

Wie geheel voor God wil leven zal onvermijdelijk de smaadheid van Christus hebben te dragen.

(…) hij (Mozes) heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding. (Hebreeën 11:26)

Christus heeft het kruis verdragen en de schande niet geacht.

Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. (Hebreeën 12:2)

Veracht en gesmaad door de wereld, dat wil zeggen gehoond en beledigd, dat is de positie van de nazireeër in deze wereld. Denk ook nog even aan de uitdrukking 'niet te versmaden'. Dat woord gebruiken we als ons iets lekkers wordt aangeboden. Voor de wereld is de nazireeër echter precies het tegenovergestelde, wel te versmaden, gewoonweg walgelijk.

De zonde mijden

6 Al de tijd, dat hij zich aan de Here gewijd heeft, zal hij bij geen dode komen;
7 Aan zijn vader noch zijn moeder, aan zijn broeder noch zijn zuster mag hij zich, na hun sterven, verontreinigen, want het nazireeërschap zijns Gods is op zijn hoofd. (Numeri 6: 6-7)

Wat is het nut van het nazireeërschap? Allereerst is er de eer van God. De nazireeër verheerlijkt God in zijn woorden en in zijn daden. Dit heeft de impact van een machtig getuigenis. Maar dit getuigenis, deze kracht verdwijnt onmiddellijk wanneer de nazireeër Gods regels overtreedt. Het ultieme teken van zonde is de dood. De nazireeër dient zich verre te houden van elke zonde. Het aanraken van een dood lichaam is hét symbool van verontreiniging.

Elke overtreding van de regel van de wet op het nazireeërschap betekent het einde van de ware toewijding. Daarom moet de nazireeër in geen enkel opzicht de wereld behagen (plezieren). Hij moet zijn haar laten groeien. De nazireeër vindt zijn vreugde enkel en alleen in God. Dus laat hij alles wat de wereld aan vreugde kan geven aan zich voorbijgaan. De nazireeër moet zonder zonde blijven. Zondig zijn en het nazireeërschap gaan niet samen.

De volgende keer zullen we zien dat Jezus de enige volmaakte nazireeër is en waarom.