Inhoudsopgave

dinsdag 23 januari 2018

De Knecht des Heren (3) - de hemel

Tabernakel en tempel

In het vorige artikel zagen we dat de aardse tabernakel/tempel een afbeelding is van de ware tempel in de hemel, en dus is de aardse tabernakel/tempel een afbeelding van de hemel. En in die hemel is het Heilige der Heiligen het 'machtscentrum'. Zoals bekend, spreekt de Bijbel over drie hemelen. Paulus is in de derde hemel geweest.

Ik weet van een mens in Christus, veertien jaar is het geleden - of het in het lichaam was, weet ik niet, of dat het buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het - dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel. (2 Korinte 12:2)

De aarde en de hemelen (meervoud) behoren tot de geschapen werkelijkheid.

En: Gij, Here, hebt in den beginne de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn het werk uwer handen; (Hebreeën 1:10)

Bij Zijn hemelvaart naar het heiligdom is Christus 'door de grotere en volmaaktere tabernakel' heengegaan. Hiermee worden de hemelen bedoeld die tussen de aarde en de woonplaats van God liggen. Deze (lagere) hemelen werden afgebeeld door de eerste tent, het voorste vertrek van de tabernakel. Nu moeten we ons dit niet als een gebouw voorstellen, maar als een geestelijke werkelijkheid. De hemelse tabernakel is door 'de Here' (God Zelf) opgericht, niet met (mensen)handen gemaakt en gelijkgesteld met de hemel zelf. De Here Jezus is deze hemelen  doorgegaan.

Daar wij nu een grote hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden. (Hebreeën 4:14)

Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping (…) eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom (Hebreeën 9:11-12)

We zien echter ook dat het niet bij het 'doorgegaan zijn' blijft. In de hemelen staat Gods troon. Jezus Christus neemt dus deel aan de heerschappij en is tevens hogepriester - een combinatie die in het Oude Testament strikt verboden was. Een 'bewijs' van de grootheid van de Here Jezus!

De hoofdzaak van ons onderwerp is, dat wij zulk een hogepriester hebben, die gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen, de dienst verrichtende in het heiligdom, in de ware tabernakel, die de Here opgericht heeft, en niet een mens. (Hebreeën 8:1-2)

De gedachte is nu dat de eerste hemel (onze dampkring) door de voorhof wordt afgebeeld, de tweede hemel (het heelal) door het voorste deel van het heiligdom (het heilige) en de derde hemel door het achterste deel van het heiligdom, het Heilige der Heiligen.

In de eerste hemel (onze dampkring) zijn machten, machthebbers actief. Zij oefenen invloed uit op aarde en werken met name de gelovigen tegen.

want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. (Efeze 6:12)

Belangrijk echter is te weten dat onze Here Jezus ver boven deze wereldbeheersers staat – zowel in positie en als in macht.

die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten, boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw. (Efeze 1:21-22)

Wie verkeren er in de hemel?

Maar, en dat is opmerkelijk, de satan heeft ook toegang tot de hemel.

En er kwam oorlog in de hemel; Michael en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. (Openbaring 12:7-8)

Tot op dat moment werd die plaats dus wel in de hemel gevonden.

Op zekere dag nu kwamen de zonen Gods om zich voor de Here te stellen, en onder hen kwam ook de satan. (Job 1:6)

Hij wordt de aanklager genoemd.

En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen. (Openbaring 12:10)

Dat stemt overeen met wat er over de Here Jezus wordt gezegd: Hij is onze Voorspraak, onze Advocaat.

Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit. (Romeinen 8:34)

Maar omdat in Openbaring alle oordelen worden voltrokken, zien we dat ook wat de satan betreft. De eerste fase van dat oordeel is het feit dat hem vanaf hoofdstuk 12 de toegang tot de hemel wordt ontzegd. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Er breekt een complete oorlog uit.

En er kwam oorlog in de hemel; Michael en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. (Openbaring 12:7-8)

Satan en zijn trawanten verliezen de strijd en zien hun 'werkterrein' krimpen tot alleen nog maar de aarde, tot de eerste hemel.

Nieuwe machtsverhoudingen

Na die oorlog heeft Christus het voor het zeggen; Hij aanvaardt het Koningschap, want er is nu niemand meer in de hemel die daar op tegen zou kunnen zijn.

En ik hoorde als een stem van een grote schare en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, zeggende: Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard. (Openbaring 19:7)

En dus zien we een troon in de tempel.

En de zevende goot zijn schaal uit in de lucht en er kwam een luide stem uit de tempel, van de troon, zeggende: Het is geschied. (Openbaring 16:17)

Ook het tegendeel is waar. We zien dat op aarde alle demonische machten losbreken. De put wordt geopend.

En de vijfde engel blies de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen, en haar werd de sleutel van de put des afgronds gegeven. En zij opende de put des afgronds en er steeg rook op uit de put, als de rook van een grote oven; en de zon en het zwerk werden verduisterd door de rook van de put. (Openbaring 9:1-2)

Ook de afgrond is geopend.

En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden. (Openbaring 11:7)

De put is de toegang tot de afgrond. Deze toegang kan worden geopend en gesloten. De afgrond is volgens Lukas de verblijfplaats van demonen.

En zij smeekten Hem, dat Hij hun niet gelasten zou in de afgrond te varen. (Lukas 8:31)

Waarom smeekten deze demonen de Here Jezus dat zij niet naar deze afgrond werden gestuurd? Misschien omdat het een vreselijke plaats is, misschien ook omdat ze dan in vreselijk gezelschap zouden komen te verkeren. Hoe dan ook, het is dat vreselijke gezelschap dat in Openbaring los wordt gelaten.

En uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde te voorschijn en hun werd macht gegeven, gelijk de schorpioenen der aarde macht hebben. (Openbaring 9:3)

Hun leider is een bijzonder kwaadaardige gevallen engel.

Zij hadden over zich als koning de engel des afgronds; zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon en in het Grieks heeft hij tot naam Apollyon. (Openbaring 9:11)

De eerste komst van de Here Jezus

Toen de Here Jezus op aarde kwam betrad hij dus bezet gebied.
Johannes 12:31 en 14:30   - Satan is de overste der wereld
2 Korinte 4:4                          - Satan is de god dezer eeuw
Efeze 2 :2                                 - Satan is de overste van de macht der lucht

De Heer Jezus kwam overwinnen en te  bevrijden! Hij kwam om zijn rechtmatig bezit terug te nemen.

Of hoe kan iemand het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst die sterke heeft gebonden? Dan zal hij zijn huis plunderen. (Mattheus 12:29)

Maar wanneer iemand, die sterker is dan hij, hem aanvalt en hem overwint, rooft deze zijn wapenrusting, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit. (Lukas 11:22)

De Here Jezus is het huis (de wereld) van de sterke (de satan) binnengegaan. Hij is de sterkere. Hij rooft satans wapenrusting. Hij zal de sterke (laten) binden.

Over die wapenrusting:

Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. (Hebreeën 2:14-15)

Over het binden van de sterke:

En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem (Openbaring 19:1-3)

Tot zover deze korte beschrijving van de machtsverhoudingen in de hemel en op aarde.


maandag 15 januari 2018

De Knecht des Heren (2) - de tempel

De sleuteltekst voor dit artikel is Johannes 18:37.

(…) Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, (…)

De Here Jezus zegt dat Hij 'gekomen is' en dat Hij 'geboren is'. Het eerste (gekomen) laat zien dat Hij écht God is, het tweede dat Hij écht mens is (!). God is eeuwig, wij tijdelijk. Als Hij inderdaad 'gekomen is', rijst onmiddellijk de vraag waar vandaan dan? In samenkomsten zeggen we vaak dat Hij de hemel verliet, of dat Hij bij de Vader vandaan is gekomen. Helemaal waar. Maar mij gaat het nu om wat de Bijbel zegt over 'de inrichting' van de hemel. En dan vinden we verrassende dingen.

We kunnen ons geen voorstelling maken van de eeuwigheid. De werkelijkheid is boven - dat blijkt uit het gegeven dat Mozes een afbeelding (maquette) te zien kreeg van de tempel die in de hemel is.

Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al zijn gerei. (Exodus 25:9)

Iets dergelijks lezen we in 1 Kronieken.

Alles staat in een geschrift, ontvangen uit de hand des Heren, waarin Hij mij onderrichtte aangaande de gehele uitvoering van het ontwerp. (I Kronieken 28:19)

De werkelijkheid is dus ‘boven’, de afbeelding ‘beneden’.

In het boek Openbaringen vinden we talrijke aanwijzingen die ons een beeld geven van 'de werkelijkheid die boven is' (let op de onderstrepingen in de teksten uit Openbaringen).

En toen Hij het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. (Openbaring 6:9)

Daarom zijn zij voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij, die op de troon gezeten is, zal zijn tent over hen uitspreiden. (Openbaring 7:15)

En daarna zag ik, en de tempel van de tent der getuigenis in de hemel ging open; (Openbaring 15:5)

En de tempel werd vervuld met rook vanwege de heerlijkheid Gods en vanwege zijn kracht; en niemand kon de tempel binnengaan, voordat de zeven plagen der zeven engelen voleindigd waren. Openbaring 15:8 (vergelijk Jesaja 6)

Deze laatste tekst strookt met de ervaringen van Mozes.

En de wolk bedekte de tent der samenkomst, en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel, zodat Mozes de tent der samenkomst niet kon binnengaan, want de wolk rustte daarop, en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel. (Exodus 40:34-35)

Engelen zijn in de tempel (krijgen ze daar hun opdrachten?). Ze verlaten de tempel om taken uit te voeren.

En daarna zag ik, en de tempel van de tent der getuigenis in de hemel ging open; en de zeven engelen, die de zeven plagen hadden, kwamen uit de tempel, bekleed met rein en blinkend linnen en de borst omgord met een gouden gordel. (Openbaring 15:5-6)

En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan, en hem werd veel reukwerk geschonken om het te geven, met de gebeden van alle heiligen, op het gouden altaar voor de troon. (Openbaring 8:3)

En de tempel Gods, die in de hemel is, ging open en de ark van zijn verbond werd zichtbaar in zijn tempel, en er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen en aardbeving en zware hagel. (Openbaring 11:19 )

Uit bovenstaande tekst blijkt dat zelfs de ark van het verbond daar is. Dit onderstreept mogelijk wat Jeremia schrijft.

Als gij u dan vermeerdert en vruchtbaar wordt in het land in die dagen, luidt het woord des Heren, dan zal men niet meer spreken over de ark van het verbond des Heren; zij zal niemand in de zin komen, men zal aan haar niet meer denken en haar niet zoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden. (Jeremia 3:16)

We vinden dus het volgende.
In de hemel is de werkelijke tempel. Er is een voorhof, een heilige en een heilige der heiligen. Er is een altaar, een reukofferaltaar en er is de ark des verbonds. De troon van God staat in het Heilige der Heiligen. De werkelijkheid boven is groots, schitterend. Wij leven in een afgeleide daarvan, in een schaduw.

Het is dus deze 'omgeving' die de Zoon van God verliet om naar de aarde te komen. Het was een hele opoffering, waarover we terecht met bewondering en dankbaarheid zingen.

Daar ruist langs de wolken

Daar ruist langs de wolken een lief’lijke naam,
die hemel en aarde verenigt tezaam.
Geen naam is er zoeter en beter voor ’t hart.
Hij balsemt de wonden en heelt alle smart.
Kent gij, kent gij, die naam nog niet?
Die naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied.

Die naam is naar waarheid mijn Jezus ook waard,
want Hij kwam om zalig te maken op aard;
zo lief had Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf,
genade bij God door Zijn zoenbloed verwierf.
Kent gij, kent gij, die Jezus niet?
Die om ons te redden de hemel verliet?


donderdag 11 januari 2018

De Knecht des Heren (1) - Jezus is God

Dit is het eerste uit een langlopende reeks artikelen met beschouwingen over de Here Jezus. Nu  klinkt dat eenvoudiger dan het is. Laten we even luisteren naar John Nelson Darby, een van de founding fathers van de broederbeweging, en groot kenner van de Bijbel.

Het Oude Testament zal sommigen misschien moeilijker toeschijnen dan het Nieuwe. En dat kan waar zijn ten opzichte van sommige op zichzelf staande teksten. Maar al openbaarden de geïnspireerde schrijvers van het Oude Testament de gedachten van God zoals die hen door Hem waren meegedeeld (en men moet de wijsheid bewonderen die er in wordt geopenbaard), toch was God zelf nog verborgen achter het voorhangsel. En als we daar een uitdrukking verkeerd verstaan of de betekenis ervan over het hoofd zien, lijden we schade omdat het God was die sprak. Maar in het Nieuwe Testament zien we God zelf. Zachtmoedig, vriendelijk, als mens op aarde in de Evangeliën. En onderwijzende met goddelijk licht in de daarop volgende mededelingen van de Heilige Geest, maar toch God die Zichzelf openbaart. Maar als het licht helderder is, zowel voor ons persoonlijk gedrag als voor de kennis van Hemzelf, wordt het ook een ernstiger zaak, als we deze levende mededelingen verkeerd uitleggen of door onze eigen gedachten dát vertroebelen wat de waarheid zelf is. Want we moeten bedenken, dat Christus de Waarheid is. Hij is het Woord. Het is God die spreekt in de Persoon van de Zoon. En de Zoon, hoewel waarachtig mens, openbaart ook de Vader.

Het citaat van Darby bevat een ernstige waarschuwing. Trek niet te snel de conclusie dat je het allemaal wel weet. Dat geldt voor onze kennis van het Nieuwe Testament en nog meer voor onze kennis over de Here Jezus. De Here Jezus is de grootste van allen, onmetelijk in al Zijn hoedanigheden. Hij is God zelf. Lees maar eens wat Jesaja schrijft in het zesde hoofdstuk.

1 In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Here zitten op een hoge en verheven troon en zijn zomen vulden de tempel.
2 Serafs stonden boven Hem; ieder had zes vleugels: met twee bedekte hij zijn aangezicht, met twee bedekte hij zijn voeten en met twee vloog hij.
3 En de een riep de ander toe: Heilig, heilig, heilig is de Here der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol.
4 En de dorpelposten beefden van het luide roepen en het huis werd vervuld met rook.
5 Toen zeide ik: Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is; en mijn ogen hebben de Koning, de Here der heerscharen, gezien. (Jesaja 6:1-5)

Wie heeft Jesaja gezien? Hij sprak van de Koning, de Here der heerscharen. Wie is die Koning? Het evangelie van Johannes geeft het antwoord.

Dit zeide Jesaja, omdat hij zijn heerlijkheid zag en van Hem sprak. (Johannes 12:41)

Jesaja zag de Here Jezus. Lees Johannes 12:37-43 en het wordt volkomen duidelijk dat de Here Jezus Jesaja 6 op Zichzelf betrekt. Daarom is een reeks artikelen over deze geweldige Persoon een taak van indrukwekkende omvang. Hier geldt het woord uit Exodus 3: 'Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is heilige grond.'