Inhoudsopgave

donderdag 22 maart 2018

De Knecht des Heren (6) - de hel

Er ruist langs de wolken…

Hoewel het taalgebruik niet meer modern is te noemen, blijft dit lied een van de populairste uit de bundel van Johan de Heer.

"Er ruist langs de wolken een lieflijke Naam,

Die hemel en aarde verenigt te zaam.

Geen naam is er zoeter en beter voor 't hart.

Hij balsemt de wonden en heelt alle smart!

Kent gij, kent gij, die Naam nog niet?

Die Naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied!



Die Naam is naar waarheid mijn Jezus ook waard,

Want Hij kwam om zalig te maken op aard'.

Zo liefhad Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf.

Genade bij God door Zijn zoenbloed verwierf.

Kent gij, kent gij, die Jezus niet,

Die om ons te redden de hemel verliet?



Eens buigt zich ook alles voor Jezus in 't stof,

En d'engelen zingen voortdurend Zijn lof.

O, mochten w'om Jezus verheerlijkt eens staan,

Dan hieven wij juichend de jubeltoon aan:

Jezus, Jezus, Uw Naam zij d'eer,

Want Gij zijt der mensen en engelen Heer!"

In dit lied worden we herinnerd aan de naam Jezus: JHWH is Redder. Hij is Middelaar, Bevrijder, Redder en Zaligmaker. Hij herstelt de verbinding tussen de hemel en de aarde.
De namen Bevrijder en Redder herinneren ons eraan dat we dankzij onze Heiland aan een afschuwelijk lot zijn ontkomen. We waren al veroordeeld, we waren al verloren, maar Jezus kwam ons in onze  hachelijke positie te hulp, begaf Zichzelf temidden van het verschrikkelijke gevaar en bracht ons in veiligheid.
Over het algemeen verdient het geen aanbeveling zich te verdiepen in het wezen van de hel en het lot van de eeuwig verlorenen. Maar soms kan het nodig zijn er enige kennis over op te doen, om beter te beseffen en te waarderen wat Jezus voor ons heeft gedaan.

Wie in de hel is zal
- tevergeefs zoeken naar de aanwezigheid van God;
- tevergeefs zoeken naar de aanwezigheid van Jezus;
- gevoelens van haat hebben tegenover Jezus;
- begrijpen in welke toestand hij zich bevindt;
- de duivel van dichtbij meemaken, want hij had het eerste 'recht' op de hel;
- onderwerp zijn van spot van andere helbewoners;
- ontdekken dat het zondigen doorgaat;
- gekweld worden door de wetenschap de hemel voorgoed te zijn misgelopen en dat het helemaal eigen schuld is;
- gekweld worden door de herinneringen aan de zonden uit het aardse leven en dat deze nooit meer vergeven zullen worden;
- gekweld worden door het besef de liefde van Jezus afgewezen te hebben en de verlossing versmaad te hebben;
- onderhevig zijn aan een eeuwig verderf (bederf).
(Uit: J. W. Embregts - De hel: mij niet gezien!)

C. S. Lewis schreef een allegorie over dit onderwerp. Hij schetst de hel als een plaats waar mensen uitsluitend aan zichzelf denken. Het regent er altijd. Een eigen woning bouwen is mogelijk, maar de regen valt dwars door alles heen. Het gerucht gaat, maar niemand durft er luidop over te spreken, dat binnenkort het licht voor altijd zal uitgaan, en dat dan de 'anderen' komen.

Ziet u? Soms kan het nuttig zijn te weten wat de hel is, zodat we beter beseffen en waarderen wat Jezus voor ons heeft gedaan.

Oordeel

Mensen gaan alleen naar de hel op grond van een rechtvaardig oordeel. Dit oordeel is in handen van Jezus Christus

30 God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen;
31 omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een man, die Hij aangewezen heeft, waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft door Hem uit de doden op te wekken. (Handelingen 17:30-31)

Heel bekend is de uitdrukking de 'dag des oordeels', niet zelden begrepen als de laatste dag van de wereldgeschiedenis, wanneer allen geoordeeld zullen worden. Het oordeel is echter een zaak van alle tijden. Meteen al in het begin van de geschiedenis luidde Gods oordeel over Adam en Eva dat zij de dood zouden sterven, omdat ze van de verboden vrucht hadden gegeten. Een oordeel dat tot op de dag van vandaag geldig is.

Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. (Johannes 3:18)

 Alleen wie zijn toevlucht zoekt bij het kruis van Golgotha zal worden gered.

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. (Johannes 3:16).

Het was Gods oordeel dat bepaalde dat de toenmalige wereld door water zou worden vernietigd, en dat alleen Noach en zijn gezin gered zouden worden. Het was Gods oordeel dat de steden Sodom en Gomorra zouden worden omgekeerd, en dat alleen Lot en zijn gezin gered zouden worden. Het was Gods oordeel dat eerst het Tienstammenrijk en later het Tweestammenrijk in ballingschap werd weggevoerd. Er is een oordeel over de Satan gegaan.

Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden; (Johannes 12:31).

Wat de toekomst aangaat, het oordeel begint bij het huis van God - de gemeente.

Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods; als het bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die ongehoorzaam blijven aan het evangelie Gods? (1 Petrus 4:17).

Dat oordeel heeft zich de eeuwen door met de gemeente beziggehouden, lees voor details Openbaring 2 en 3. Aan het eind van de grote verdrukking worden de volkeren voor de troon van de Zoon des Mensen geoordeeld. Na het Duizendjarig Rijk wordt de grote witte troon opgesteld en worden alle verlorenen geoordeeld.
En in ons persoonlijk leven geldt dat we opgeroepen worden om onze wandel te beoordelen volgens Gods maatstaven.

31 Indien wij echter onszelf beoordeelden, zouden wij niet onder het oordeel komen.
32 Maar onder het oordeel des Heren worden wij getuchtigd, opdat wij niet met de wereld zouden veroordeeld worden. (1 Korinte 11:31-32).

Doen we dat niet, dan vallen we onder Gods oordeel. Een oordeel echter niet om te veroordelen, maar om te corrigeren, om op te voeden.

Redder of Rechter


Zo is het glashelder dat de 'rol' van Jezus Christus in het leven van de mens maar één gevolg kan hebben. Of Hij is onze Redder en brengt ons veilig in het Vaderhuis, of Hij is onze Rechter, die rechtvaardig oordeelt, en ons niet kan redden, omdat we niet hebben gewild.

dinsdag 6 maart 2018

De Knecht des Heren (5) - de naam Jezus

Eerbied!
Opmerking vooraf. Het is mijn overtuiging dat we bij het spreken over onze Heiland en Verlosser terughoudend moeten zijn bij het gebruik van de naam Jezus zondermeer. Het komt mij gepaster over wanneer we spreken over ‘De Here Jezus’ of ‘Jezus Christus’ dan over ‘Jezus’. In dit artikel doe ik dat echter wel. De reden daarvoor is dat het artikel handelt over de naam Jezus.

Onze Heer draagt verschillende namen en ook verschillende titels. Zijn namen vertellen ons Wie Hij is, zijn titels vertellen ons wat Hij deed (en doet).
Zoals al eerder gesteld, de naam Jezus is de allerbekendste van zijn namen. In de vier evangeliën wordt de naam Jezus ruim 560 maal gebruikt, niet zelden in combinatie met de toevoeging ‘Nazareth’. De naam Jezus heeft sterk te maken met zijn rondwandeling op aarde, waarvan de evangeliën dan ook uitgebreid verhalen.

Namen en titels
Hoewel onze Heer niet langer op aarde is, draagt Hij nog steeds de naam Jezus. En ook in de toekomst zal Hij die naam blijven dragen. In de brieven, en met name in de brief aan de Hebreeën krijgen we hierover veel informatie.

Er komt een dag dat alle mensen hun knieën zullen buigen voor Jezus, en dat iedereen zijn naam zal belijden.

9 Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken,
10 opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn,
11 en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader! (Filippi 2:9-11)

Dit vers is een citaat uit Jesaja.

Want Ik heb gezworen bij Mij zelf, waarheid is uit mijn mond uitgegaan, een woord dat niet zal worden herroepen: dat voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong zal zweren. (Jesaja 45:23).

Het gaat in dit vers om de aanbidding van de enige God. Nu blijkt dus dat deze aanbidding Jezus geldt. Weer zo'n onmiskenbare vaststelling dat Jezus God is (zie mijn artikel 'Jezus is God'). Maar let op. Er is in vers 9 sprake van een nieuwe Naam (Filippi 2:9), en in vers 11 van een titel, Kurios (= Heer).
Ook al is de dag beschreven in Filippi 2 nog niet aangebroken, de gelovige ziet Jezus nu al met heerlijkheid en eer gekroond.

maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond.. (Hebreeën 2:9)

Die eer heeft alles te maken met Jezus’ lijden en sterven op Golgotha. De verheerlijking heeft al plaatsgevonden. Het zien van de verheerlijking en eer van onze Heer houdt ook de belofte in dat wij eens in die verheerlijking zullen delen.

Jezus is de apostel en hogepriester van onze belijdenis

Daarom, heilige broeders, deelgenoten der hemelse roeping, richt uw oog op de apostel en hogepriester onzer belijdenis, Jezus, (Hebreeën 3:1)

Een apostel is een gezondene, een afgezant. Nergens wordt Jezus apostel genoemd, alleen hier. Wel getuigde Hij er dikwijls van door God gezonden te zijn. Als Hogepriester heeft Hij de zonden verzoend, en die waarheid maakt deel uit van de belijdenis die de gelovigen moeten vasthouden.

Jezus is voor ons de voorloper en hogepriester tot in eeuwigheid

waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan naar de ordening van Melchisedek hogepriester geworden in eeuwigheid. (Hebreeën 6:20)

Een bijzonder vers. Onze hoop richt zich op Jezus Christus. Deze hoop bestaat uit de heerlijkheid die Hij nu reeds in de hemel heeft en die wij gelovigen bij Zijn komst zullen ontvangen. Jezus is voorloper, leidsman, aanvoerder, omdat Hij de eerste is van vele gelovigen die Hem zullen volgen. Als gevolg van zijn mens-zijn kon Hij het hogepriesterschap van de Vader ontvangen. Hier wordt duidelijk dat Hij op Golgotha het offer voor de verzoening bracht, en daarna naar de hemel ging om de verzoening tot stand te brengen - namelijk in het hemelse heiligdom. Je kunt deze gang van zaken vergelijken met het brandoffer dat op het altaar werd verbrand, en het bloed dat door de hogepriester in het Heilige der Heiligen werd gebracht.

Jezus is borg voor een beter verbond

in zoverre is Jezus ook van een beter verbond borg geworden. (Hebreeën 7:22)

Het priesterschap van Jezus Christus berust op een beter fundament dan het Levitische priesterschap. Het nieuwe verbond is immers ‘beter’!

immers de wet heeft in geen enkel opzicht het volmaakte gebracht - maar thans wordt een betere hoop gewekt, waardoor wij nader tot God komen. (Hebreeën 7:19)

De reden voor dit 'betere' is dat het op betere beloften berust.

Nu echter heeft Hij een zoveel verhevener dienste verkregen, als Hij de middelaar is van een beter verbond, waarvan de rechtskracht op betere beloften berust. (Hebreeën 8:6).

Het is ook 'beter' omdat het volkomen verzoening tussen God en mensen bewerkt en in eeuwigheid van kracht blijft. Jezus is de Borg. Een borg staat garant voor de uitvoering van een overeenkomst of contract. In deze Borg ligt elke garantie voor de gelovigen, ook dat zij de heerlijkheid zullen ontvangen.

Jezus is onze leidsman en de voleinder van het geloof.

Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. (Hebreeën 12:2)

Jezus is ons in het geloof voorgegaan, zodat wij Hem kunnen volgen. Voleinder betekent dat Hij op de weg van het geloof het einddoel heeft bereikt. Wij worden opgeroepen om op dit punt voortdurend naar Hem op te zien, zodat het geloof van Jezus ons tot steun zal zijn. De werkwoordsvorm laat zien dat het om een voortdurende opdracht gaat (zie mijn artikel 'Als God liefde is … (3)').

Jezus is de middelaar van een nieuw verbond

(…) Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel. (Hebreeën 12:24)

Middelaar wil zeggen: degene door wiens bemiddeling het verbond tot stand is gekomen. Hijzelf is de waarborg, de garantie door Wie het nieuwe verbond van kracht blijft. Een nieuw verbond, dat wil zeggen, een verbond dat nog maar kort van kracht is. En was ook zo ten tijde van het schrijven van de brief aan de Hebreeën.

De naam Jezus
De naam Jezus is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Yeshua. In de tijd van zijn rondwandeling op aarde werd Hij aangesproken als Yeshua, niet Jezus.

Want de Here doet het horen tot het einde der aarde: Zegt tot de dochter Sions: zie, uw heil komt; zie, zijn loon is bij Hem en zijn vergelding gaat voor Hem uit. (…) (Jesaja 62:11)


Het woordje 'heil' is de vertaling van het Hebreeuwse yēšūă‘. Vertalen met 'verlossing' is ook mogelijk. De verwantschap met de naam Yeshua is overduidelijk. Daarom werd vooral in oudere vertalingen 'Verlosser' gebruikt. Dit komt overeen met de rest van het vers, waar sprake is van 'Hem'. Het gaat dus over een persoon. Voor ons artikel is het voldoende vast te stellen dat hier de komende Messias bedoeld wordt en yēšūă‘ 'redder' of 'verlosser' betekent. De naam Jezus heeft uiteraard dezelfde betekenis.