Inhoudsopgave

donderdag 21 juni 2018

The Trump Prophecies (1)


Vooraf
Deze artikelen gaan niet over Donald Trump. Ik schrijf ze om aandacht te vragen voor verontrustende ontwikkelingen in de evangelische wereld. Met name sinds de Tweede Wereldoorlog is er een ware invasie van profeten gaande. Vooral in de Verenigde Staten is het een komen en gaan van 'gezalfden', 'apostelen' en 'profeten'. Het boek van Mark Taylor 'The Trump Prophecies' is een van deze uitingen, en vormde voor mij de aanleiding om in de pen te klimmen.
In dit eerste artikel zullen we zien wat de Bijbel over profeten en profetieën zegt. Artikel 2 zal gaan over de stromingen van waaruit al deze 'gezalfden', 'apostelen' en 'profeten' voortkomen, en dan met name 'Kingdom Now', de 'New Apostolic Reformation' en het 'Dominionisme'. In artikel 3 zullen we de inhoud van het boek van Taylor onder de loep nemen. In artikel 4 ten slotte volgt een beoordeling.

Profeten en profetie
Profeteren is een ernstige zaak, want je bent bezig namens God te spreken. Anders gezegd, dat wat je zegt, zijn Gods woorden, is Gods Woord. In de Bijbel vinden we Gods woord in drie gedaanten:
1.     Het Vleesgeworden Woord: de Here Jezus
2.     Het geschreven Woord: de Bijbel
3.     Het gesproken Woord
De eerste twee vormen zijn onaantastbaar. Er kan niets aan worden toegevoegd, er kan niets van worden afgenomen. De derde vorm is kwetsbaarder, dat wil zeggen, kan gemakkelijker worden misbruikt. Alles wat je als christen spreekt, moet aan hoge eisen voldoen. Gods Woord is immers volmaakt. De Here Jezus en ook de apostelen hebben zich hier meerdere malen over uitgesproken. Alles wat dus als Gods Woord wordt gepresenteerd moet aan die maatstaf voldoen. Je mag alleen iets in Gods Naam zeggen als dat overeenstemt met de Bijbel. Gods Woord is ook na talloze eeuwen feilloos en bindend. Luister naar de Here Jezus en naar de apostel Paulus.

Jezus:
(…) de Schrift niet kan gebroken worden (Johannes 10:35)
Paulus:
Maar het is niet mogelijk, dat het woord Gods zou vervallen zijn. (Romeinen 9:6)

Als iemand zich uitspreekt - en beweert dat namens God te doen - kan hij dat alleen maar doen als dat wat er gezegd wordt overeenstemt met de Bijbel. Als je iets anders zegt, dan maak je God tot een leugenaar! Luister naar Petrus en naar Johannes.

Petrus:
Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God; (1 Petrus 4:11)
Johannes:
Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet. (1 Johannes 1:10)

Goed nieuws?
Met name in charismatische kringen is profeteren aan de orde van de dag. Daarbij valt op dat het overgrote deel van de 'profetieën' goed nieuws betekenen. Voorspoed, gezondheid, succes etc. worden voortdurend aangekondigd. Hoe anders is het beeld in met name het Oude Testament! Zeker, er zijn profeten die goed nieuws mogen brengen. Denk aan de voorzeggingen aangaande de komst van de Messias!

1 Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot licht; over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een licht.
5 Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.
6 Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. (Jesaja 9:1, 5-6)

En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israel en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid. (Micha 1:5)

Toch moeten we vaststellen dat het merendeel van de profetieën bestaat uit vermaning, dreiging en oordeelsaankondigingen. Zo zeer zelfs dat men Jeremia verwijt altijd maar weer met deprimerende verhalen te komen en daardoor het volk schade toebrengt.

Toen zeiden de vorsten tot de koning: Laat deze man toch ter dood gebracht worden, want zo ontmoedigt hij de krijgslieden die in deze stad zijn overgebleven, en de gehele bevolking, door op zulk een wijze tot hen te spreken, want deze man zoekt niet het heil voor dit volk, maar het kwade. (Jeremia 38:4)

Tijdsbestek
Een opvallend kenmerk van Bijbelse profetieën is het vaak enorme tijdsverloop tussen profetie en vervulling. Het kan daarbij gaan om duizenden jaren.

Al direct na de zondeval wordt de komst van de Messias aangekondigd.
En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen. (Genesis 3:15)

Aan Abraham wordt een groot nageslacht beloofd, dat we nu kennen als het volk Israël.
2 Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn.
3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. (Genesis 12:2-3)

Van deze twee profetieën is niet bekend hoelang geleden ze werden uitgesproken. In ieder geval vele duizenden jaren her.

David leefde ongeveer 1000 jaar voor Christus. In Psalm 22 beschrijft hij hoe de Messias zal sterven. We herkennen vele elementen van de kruisiging, hoewel die executiemethode in zijn dagen niet bekend was.
15 Als water ben ik uitgestort en al mijn beenderen zijn ontwricht; mijn hart is geworden als was, het is gesmolten in mijn binnenste;
16 Verdroogd als een scherf is mijn kracht, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; in het stof des doods legt Gij mij neer.
17 Want honden hebben mij omringd, een bende boosdoeners heeft mij omsingeld, die mijn handen en voeten doorboren.
18 Al mijn beenderen kan ik tellen; zij kijken toe, zij zien met leedvermaak naar mij.
19 Zij verdelen mijn klederen onder elkander en werpen het lot over mijn gewaad. (Psalm 22:15-19)

In het derde artikel van deze reeks zullen we het geruchtmakende boek 'The Trump Prophecies' van Mark Taylor bespreken. De daarin aan de orde komende profetieën beslaan een periode van hooguit 15 jaar (!). Dat is geen vergelijk met de Bijbelse profetieën. Neem nu Psalm 22 van David. Het ontzaglijke van zo'n profetie wordt pas zichtbaar als we het op onszelf toepassen.

Stel je voor dat er in een oude bibliotheek in een klooster ergens in Centraal-Europa een oud geschrift wordt gevonden. Men slaagt erin het te vertalen en tot ieders stomme verbazing staan er profetieën in. Een daarvan kondigt aan dat een klein landje aan de zee Nederland zal heten. Er zal een koning regeren die drie dochters heeft. Zijn vrouw - de koningin - komt uit een land aan de andere kant van de oceaan. Hoewel de koning geen macht heeft, zal hij zeer geliefd zijn. Weliswaar zonder macht zal hij toch veel invloed hebben, o.a. met betrekking tot de sport en het omgaan met water.
Na lang onderzoek stellen geschiedkundigen vast dat het boekje authentiek is (geen vervalsing), en minstens duizend jaar oud moet zijn. Iedereen zal buiten zichzelf zijn van verbazing. Hoe kan zoiets? Hoe kon iemand weet hebben van landen en personen die pas een millennium later op het toneel verschijnen?

Inderdaad, hoe kan dat? Dat is precies de vraag die we ons stellen met Bijbelse profetieën. Hoe kan het dat David zo lang van tevoren nauwkeurig de gang van zaken rond een kruisiging kan beschrijven? Zulke dingen zijn slechts mogelijk als er een Persoon is die eeuwig leeft. God dus. Gezang 130 verwoordt het heel mooi.

God is getrouw, zijn plannen falen niet,
Hij kiest de zijnen uit, Hij roept die allen.
Die 't heden kent, de toekomst overziet,
laat van zijn woorden geen ter aarde vallen;
en 't werk der eeuwen, dat zijn Geest omspant,
volvoert zijn hand.

De Heil'ge Geest, die haar de toekomst spelt,
doet aan Gods Kerk zijn heilgeheimen weten;
Hij, die haar leidt en in de waarheid stelt
heeft zijn bestek met wijsheid uitgemeten;
Hij trekt met heel zijn Kerk van land tot land
als Gods gezant.

Profetie, een Goddelijke aangelegenheid.

Waar of niet waar
Toen Israël onder aan de voet van de berg Sinaï luisterde naar de stem van JHWH, werd het hen bang te moede.

En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, dan zullen wij horen; maar God spreke niet met ons, opdat wij niet sterven. (Exodus 20:19)

En zo geschiedde. Niet veel later lezen we hoe Mozes in de tent der samenkomst met God vertrouwelijke gesprekken heeft. Hij wordt als het ware de mond van God die het volk instrueert. Hij wordt profeet.

En de Here sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend (Exodus 33:11)

Later komt God hierop terug, want we lezen in Deuteronomium:

16 Juist zoals gij van de Here, uw God, gevraagd hebt op Horeb, op de dag der samenkomst, toen gij zeidet: Ik wil niet langer de stem van de Here, mijn God, horen en dit grote vuur niet langer zien, opdat ik niet sterve.
17 Toen zeide de Here tot mij: Het is goed, wat zij gesproken hebben;
18 Een profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broederen, zoals gij zijt; Ik zal mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot hen zeggen, wat Ik hem gebied. (Deuteronomium 18:16-18)

Deze tekst wordt vaak toegepast op de grootste aller profeten, Jezus Christus. Maar er is geen enkele reden om het niet te veralgemenen. Het volk had gevraagd niet langer de stem van God te horen. Maar God heeft en had veel te zeggen, dus koos Hij voor de indirecte route: de profeet. Mozes was die profeet. In Deuteronomium 18 bevestigt God dat nogmaals en spreekt van 'een profeet (…) zoals gij zijt'. Mozes zou 120 jaar oud worden, maar het eeuwige leven had hij niet. Na hem zouden andere profeten worden geroepen. Die profeten zouden al dan niet door God gestuurd zijn, en al dan niet echt boodschappen van God brengen. Mozes' betrouwbaarheid stond buiten kijf.

Van mond tot mond spreek Ik met hem (Mozes, SK), duidelijk en niet in raadselen, maar hij aanschouwt de gestalte des Heren. (Numeri 12:8)

Eventuele opvolgers daarentegen zouden met een geloofwaardigheidsprobleem zitten.

Toen zeide Hij: Hoort nu mijn woorden. Indien onder u een profeet is, dan maak Ik, de Here, Mij in een gezicht aan hem bekend, in een droom spreek Ik met hem. (Numeri 12:6)

Hier doet zich een probleem voor. Wie zal controleren of het werkelijk de Here was, die Zich in een gezicht bekend maakte, Die in een droom tot de profeet sprak? Hoe controleer je dat? Misschien heeft de profeet het allemaal verzonnen, of, wat ook kan, kwam het gezicht, de droom niet van God, maar van de tegenstander.
Toen Nebukadnezar in een droom van Godswege een blik in de toekomst mocht slaan (Daniel 2), wilde hij zeker weten dat de uitlegging die men hem zou geven, de juiste was. Hij bedacht een briljant plan. Laat de uitlegger zowel de droom als de uitlegging geven. Alleen iemand die door God op de hoogte was gebracht zou aan zo'n eis kunnen voldoen.

Helaas waren er voortdurend lieden die zich niet ontzagen hun eigen verzinsels te verkondigen, als ware het Gods woord. Jeremia had tijdens zijn langjarige bediening voortdurend met tegenstand te kampen. Onder die tegenstanders bevonden zich ook valse profeten. God doorziet uiteraard elk bedrog.

21 Ik heb die profeten niet gezonden, toch hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, toch hebben zij geprofeteerd.
25 Ik heb gehoord wat de profeten zeggen, die in mijn naam vals profeteren: Ik heb gedroomd, ik heb gedroomd! (Jeremia 23:21, 25)

Het komt zelfs zo ver dat God door Jeremia de valse profeten Gods oordeel aanzegt. Een oordeel dat niet uit loze woorden bleek te bestaan.

15 Ook zeide de profeet Jeremia tot de profeet Chananja: Hoor nu, Chananja, de Here heeft u niet gezonden, en gij hebt dit volk op een leugen doen vertrouwen;
16 Daarom, zo zegt de Here: Zie, Ik zend u weg van de aardbodem, nog dit jaar zijt gij een lijk, omdat gij afval van de Here hebt gepredikt.
17 En de profeet Chananja stierf in dat jaar, in de zevende maand. (Jeremia 28:15-17)

Gods aanwijzingen aangaande (valse) profetie
Doorheen het hele Oude Testament komen de van God gegeven instructies aangaande profetie terug. Deze staan in het boek Deuteronomium. Tweemaal wordt er aandacht aan gegeven, in hoofdstuk 13 en hoofdstuk 18. In hoofdstuk 13 gaat het om profeten die het volk van God willen aftrekken.

1 Wanneer onder u een profeet optreedt of iemand, die dromen heeft, en hij u een teken of een wonder aankondigt,
2 En het teken of het wonder komt, waarover hij u gesproken heeft met de woorden: laten wij andere goden achterna lopen, die gij niet gekend hebt, en laten wij hen dienen;
3 Dan zult gij naar de woorden van die profeet of van die dromer niet luisteren; want de Here, uw God, stelt u op de proef om te weten, of gij de Here, uw God, liefhebt met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
4 De Here, uw God, zult gij volgen, Hem vrezen, zijn geboden houden en naar zijn stem luisteren: Hem zult gij dienen en aanhangen. (Deuteronomium 13:1-4)

Nu zou je verwachten dat het hier om leugenachtige profetie zou gaan, maar dat is niet het geval. Het gaat om tekenen of wonderen die uitkomen! Toch mag niet naar de profeet worden geluisterd, omdat hij afval predikt. Het criterium is dus niet het waarheidsgestalte van de voorspelling, maar de inhoud van de prediking van de profeet. Dit oproepen tot afval komt uiteraard niet zo 'recht voor zijn raap'. Het kan in zeer verhullend taalgebruik worden gedaan. Waakzaamheid is dus geboden. Het wordt nog wonderlijker als we bedenken dat God deze hele gang van zaken kan gebruiken om de toehoorders op de proef te stellen. Met andere woorden, God staat leugentekens toe - vergelijk de gebeurtenissen in Job 1 en 2.

In Deuteronomium 18 gaat het ook om valse profetie, maar nu gaat het om voorspellingen, gedaan in de naam van God, die niet uitkomen.

18 Een profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broederen, zoals gij zijt; Ik zal mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot hen zeggen, wat Ik hem gebied.
19 De man, die niet luistert naar de woorden welke hij in mijn naam spreken zal, van die zal Ik rekenschap vragen.
20 Maar een profeet, die overmoedig genoeg is om in mijn naam een woord te spreken, dat Ik hem niet gebood te spreken, of die in de naam van andere goden spreekt, die profeet zal sterven.
21 Wanneer gij nu bij uzelf mocht zeggen: Hoe onderkennen wij het woord dat de Here niet gesproken heeft? -
22 Als een profeet spreekt in de naam des Heren en zijn woord wordt niet vervuld en komt niet uit, dan is dit een woord, dat de Here niet gesproken heeft; in overmoed heeft de profeet het gesproken, gij zult voor hem niet vrezen. (Deuteronomium 18:18-22)

In vers 18 en 19 wordt de toehoorder opgeroepen de woorden van de door God gegeven profeet te geloven. In vers 20 tot en met 22 lezen we over de valse profeet. Hij pretendeert namens God te spreken, maar God heeft hem niet gestuurd. Of hij spreekt namens andere afgoden (demonen!). In al deze gevallen is de toehoorder gehouden de woorden van de valse profeet te verwerpen.
Hier doet het probleem zich voor dat wij mensen niet kunnen controleren wat iemand droomt, en of hij daadwerkelijk een visioen heeft gehad. In deze gevallen is het criterium: wordt de profetie vervuld, dan komt het van God, komt het niet uit, dan hebben we met valse profetie te maken.

Samenvattend
We hebben dus twee kenmerkende ijkpunten gevonden aangaande profetie.
1.     Het aangekondigde wonder of teken wordt vervuld. Toch gaat het om valse profetie, want de prediking van de profeet stemt niet overeen met Gods Woord. Immers, elke afwijking in de uitleg van de Bijbel is in principe een poging mensen van God af te trekken. Goede kennis van Gods Woord is hier onontbeerlijk. De valse profeet kan echter wel redelijk snel worden ontmaskerd.
2.     Het aangekondigde gebeuren wordt niet vervuld. Het gaat dus om valse profetie. Dit kan echter pas worden vastgesteld nadat het voorzegde al dan niet is vervuld. En daar kunnen vele jaren mee gemoeid zijn. Maar ook hier is het zaak goed naar de prediking te luisteren. Het kon eens zijn dat we toch met de valse profeet onder punt 1 te maken hebben.

Dit alles is van het grootst mogelijke belang. De Here Jezus heeft ons gewaarschuwd:

En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. (Mattheus 24:11)

Zoals we zagen heeft profetie alles te maken met Gods eer. Alleen al daarom is waakzaamheid geboden. De Here Jezus zegt hier echter ook dat valse profeten erg succesvol zullen zijn - velen worden verleid. Een Bijbels tegengeluid kan daarom niet worden gemist.


donderdag 14 juni 2018

De Knecht des Heren (19) - bevrijd van de wereldgeesten


Onderworpen aan de wereldgeesten
We gaan nog even verder met het onderwerp van de laatste paragraaf van het vorige artikel. Het is van groot belang onderscheid te maken. Zo is de gelovige bevrijd van de vloek van de wet, maar is de wet niet buiten werking gesteld. Ook de wedergeboren christen heeft zich in zijn wandel te houden aan de wet. Het doel is wel vervallen, maar een christen kan nooit zeggen dat stelen geen probleem meer is omdat hij bevrijd is van de vloek van de wet. Wil dat zeggen dat we dus wel de wet moeten houden? Nogmaals, nee, als men daar mee bedoelt te zeggen dat een christen niet door genade alleen, maar ook door het houden van de wet behouden wordt. En nogmaals ja, als men zou willen beweren dat de tien geboden door een christen rustig kunnen worden genegeerd.
Nu gaan we een stap verder. Er zijn twee kanten aan de wet. De wet kent morele en ceremoniële geboden en verboden. Morele geboden en verboden hebben te maken met onze praktische levenswandel, ceremoniële geboden en verbonden hebben te maken met de tabernakel- en later de tempeldienst. Het merkwaardige doet zich nu voor dat men vrijwel altijd inziet dat de morele wet niet door een mens gehouden kan worden en dat dit ook niet meer hoeft omdat de Here Jezus voor ons gestorven is, maar dat delen van de ceremoniële wet wel belangrijk voor ons zijn.
Paulus omschrijft die opvatting als 'dienstbaar aan de wereldgeesten'. Nu moet bij geest niet meteen aan een onstoffelijk wezen worden gedacht. We kennen het woord geest ook in uitdrukkingen als 'in de geest van' en 'geestelijke aangelegenheden'. Denk ook aan het woord spiritualiën - van spiritus = geest - bekend als 'geestrijk vocht'. De wereldgeesten zijn dan de opvatting dat de mens zelf zijn eeuwig behoud kan bewerken door zich te houden aan allerlei wetmatigheden. In eerdere artikelen hebben we gezien dat een mens zijn eigen behoud niet kan bewerkstelligen, maar dat wordt door deze 'wereldgeesten' voor het gemak genegeerd. Meer precies kunnen we ook nog stellen dat het meestal gaat om door de mens 'bedachte uitbreidingen' van een door een godheid ingestelde wet. Wereldgeesten? In de geest van de wereld, op de manier van de wereld, werelds…

Wereldgeesten of elementen van de wereld
Paulus gebruikt op vier plaatsen de term 'wereldgeesten', door de Telos vertaald met 'elementen van de wereld'.

Galaten 4:3
NBG: Zo bleven ook wij, zolang wij onmondig waren, onderworpen aan de wereldgeesten.
Telos: Zo waren ook wij, toen wij onmondig waren, in slavernij onder de elementen van de wereld;

Galaten 4:9
NBG: Nu gij echter God hebt leren kennen, ja, meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans terugkeren tot die zwakke en armelijke wereldgeesten, waaraan gij u weder van meet aan dienstbaar wilt maken?
Telos: en thans, nu u God kent, ja nog meer, nu u door God gekend bent, hoe wendt u zich weer tot de zwakke en arme elementen, die u weer opnieuw wilt dienen?

Kolossenzen 2:8
NBG: Ziet toe, dat niemand u medeslepe door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus,
Telos: Kijkt u uit, dat er niemand is die u tot prooi maakt door de wijsbegeerte en door ijdel bedrog volgens de overlevering van de mensen, volgens de elementen van de wereld, en niet volgens Christus.

Kolossenzen 2:20
NBG: Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten, waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen:
Telos: Als u met Christus aan de elementen van de wereld bent afgestorven, waarom onderwerpt U zich, alsof u in de wereld leeft, aan inzettingen:

In artikel 17 heb ik laten zien dat de duivel de mens in slavernij hield, en dat zijn dwangmiddel angst voor de dood was. De Here Jezus heeft ons daaruit bevrijd. Nu is het in bovenstaande vier verzen niet de angst voor de dood die de gelovigen beïnvloedt, maar hoogmoed. Men koketteert met geheime kennis, het horen bij een select gezelschap, het verheven zijn boven de gewone gelovige.
Paulus maakt in Galaten 4:10 duidelijk waar het in deze verleiding om gaat. Uit de hele brief blijkt dat de Galaten onder de verderfelijke invloed staan van zich christen noemende Joodse dwaalleraren.

Galaten 4:10
NBG: Dagen, maanden, vaste tijden en jaren neemt gij waar.
Telos: U onderhoudt dagen en maanden, tijden en jaren.

Bij 'dagen' moeten we denken aan het houden van de sabbat, bij 'maanden' aan nieuwemaansdagen (Numeri 28:11-15), bij 'tijden' aan het houden van de feesten (Leviticus 23) en bij 'jaren' aan het sabbat- en jubeljaar (Leviticus 25). Komt het u niet bekend voor? Zou de waarschuwing van Paulus ook niet voor de gelovige in de 21ste eeuw gelden?

Ook in de brief aan de Kolossenzen geeft Paulus een nadere toelichting.

Kolossenzen 2:16
NBG: Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat,
Telos: Laat dan niemand u oordelen inzake eten en drinken of op het punt van een feest of nieuwe maan of sabbatten,

Kolossenzen 2:18
NBG: Laat niemand u de prijs doen missen door gewilde nederigheid engelenverering, als ingewijde in wat hij heeft aanschouwd, zonder reden opgeblazen door zijn vleselijk denken.
Telos: Laat niemand u de prijs ontzeggen, doordat hij behagen schept in nederigheid en engelenverering, ingewijd in wat hij gezien heeft, zonder reden opgeblazen door het denken van zijn vlees.

In Kolossenzen 2:16 geeft Paulus dezelfde opsomming als in de brief aan de Galaten. Nieuw is hier 'eten en drinken', met andere woorden, het zich houden aan allerlei spijswetten. In Kolossenzen 2:18 wordt de kring der dwaalleraren ruimer. Nu worden genoemd nederigheid, visioenen en engelenverering.
Denk bij nederigheid aan de over de gehele wereld voorkomende kloosters en andere gemeenschappen waar de ingetredene alle bezit en alle (familie)betrekkingen moet opgeven.
De leiders van sektarische bewegingen beroepen zich vaak op bijzondere openbaringen, die uiteraard niemand kan controleren. De leider staat aldus 'bijzonder dicht bij God', en weet altijd exact wat de wil van God is. Dit komt niet van de Heilige Geest (uit het verband blijkt dat dit ook niet zou kunnen). Het zijn leugens of het is afkomstig uit occulte bron. Omdat zo'n leider mijlenver boven het gewone sektelid staat, kan hij zich van alles veroorloven - veelwijverij komt bijvoorbeeld vaak voor.
Ten slotte de engelenverering. Er zijn dwaalleraren die leren dat God zo hoog verheven is, dat Hij voor mensen onbereikbaar is. Daarom worden engelen aangeroepen en aangebeden, die dan een soort tussenpersoon worden. Hoe anders leert de Bijbel. De Here Jezus heeft gezegd dat niemand tot de Vader komt dan door Hem. In Openbaringen wordt Johannes weerhouden van het aanbidden van een engel. Maar de dwaalleraar weet het beter dan de Schrift en stelt zijn 'openbaringen en inzichten' boven Gods Woord, met een beroep op nieuwere openbaringen! Dwaalleraars pochen openlijk over hun diepe inzichten. Paulus echter schrijft dat die inzichten uitingen zijn van vleselijk denken!

Hoe het ook zij, het begrip wereldgeesten brengt ons bij Joodse en/of heidense leefregels en voorschriften die niet van God komen, maar door de mens zijn bedacht. Al deze zaken (en nog meer, lees het hele tweede hoofdstuk uit Kolossenzen) zijn griezelig actueel. We moeten ons verre houden van deze dingen. Weet dat Oudtestamentische feesten en leefregels een voorafschaduwing zijn van wat inmiddels gekomen is, namelijk dat de werkelijkheid van Christus is! Wees waakzaam!