Inhoudsopgave

woensdag 31 oktober 2018

De Knecht des Heren (22) - Jezus de Nazireeër


Om deze naam van onze Heiland goed te begrijpen moeten we eerst kennis nemen van het nazireeërschap.

De wet op het nazireeërschap

In Numeri 6 lezen we Gods voorschriften voor mannen en vrouwen die zich gedurende een bepaalde periode helemaal aan God willen wijden. In het Oude Testament zijn Simson en Samuël bekende voorbeelden. Ook in het Nieuwe Testament komt het voor. In Handelingen bijvoorbeeld lezen we hoe Paulus zich het haar liet afknippen bij de beëindiging van een gelofte.

En nadat Paulus daar nog verscheidene dagen was gebleven, nam hij afscheid van de broeders en voer weg naar Syrië, vergezeld door Priscilla en Aquila, nadat hij te Kenchreeen zijn hoofdhaar had laten afknippen, want hij stond onder een gelofte. (Handelingen 18:18)

Het bijzondere aan de wet op het nazireeërschap is wel dat het om een geheel vrijwillige zaak gaat. Niemand is verplicht nazireeër te worden. De nazireeër heeft daar zelf voor gekozen. Maar áls iemand er voor kiest nazireeër te worden, dan is er de wet op het nazireeërschap.

Dit is de wet aangaande de nazireeer. Hetgeen hij als offergave de Here belooft op grond van zijn nazireeerschap, behalve datgene waartoe hij in staat is, overeenkomstig zijn gelofte die hij belooft, aldus zal hij doen overeenkomstig de wet op zijn nazireeerschap. (Numeri 6:21)

God stelt eisen aan de persoon die kiest voor het nazireeërschap. Dat is ook logisch, want als iemand zich voor een kortere of langere periode aan God wil wijden kan hij of zij niet zelf uitmaken wat daar voor nodig is. Het is een beetje als met een vacature. De werkgever zoekt een nieuwe medewerker. Voor het werk dat deze medewerker zal gaan doen zijn bepaalde kwalificaties nodig. Het is de werkgever die bepaalt welke dat zijn. De sollicitant kan niet zelf uitmaken wat er voor de nieuwe baan nodig is.
Wat het nazireeërschap betreft gaat het uiteraard veel verder. Er is geen enkele dwang, de nazireeër kiest er vrijwillig voor en wel uit liefde tot God.
Wat zijn de eisen gesteld aan de nazireeër?

Geen wijn

3 Dan zal hij zich van wijn en bedwelmende drank onthouden, geen azijn van wijn of van bedwelmende drank drinken noch enige uit druiven bereide drank, en geen druiven eten, noch verse noch gedroogde.
4 Al de tijd van zijn nazireeërschap zal hij niets eten, dat van de wijnstok afkomstig is, van de pitten af tot de toppen der ranken toe. (Numeri 6: 3-4)

Voor genoegen richt men een maaltijd aan, en wijn maakt het leven vrolijk en het geld verantwoordt alles. (Prediker 10:19).

De nazireeër heeft er voor gekozen zijn vreugde te zoeken en te vinden in God. Deze regel betekent dan ook dat aardse vreugde en vreugde in God voor de nazireeër niet samen kunnen gaan. 'Innerlijk verdeeld' noemt Jacobus dat.

Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinigt uw handen, zondaars, en zuivert uw harten, gij, die innerlijk verdeeld zijt. (Jacobus 4:8)

Aangezien het gaat om een geestelijke gesteldheid dient de nazireeër zich niet alleen te onthouden van de wijn, maar van alles wat maar met de wijnbouw te maken heeft. Hij dient er zover mogelijk van verwijderd te zijn, waardoor hij God en de omgeving laat zien dat hij zo dicht mogelijk bij God wil zijn. Let er wel op dat hier dus niet staat dat het drinken van wijn voor iedereen verboden is. Het geldt alleen voor de nazireeër.

Niet naar de kapper

Al de tijd van zijn nazireeërgelofte zal geen scheermes over zijn hoofd komen; totdat de tijd, voor welke hij zich aan de Here gewijd heeft, ten einde is, zal hij heilig zijn, hij zal zijn hoofdhaar lang laten groeien. (Numeri 6:5)

Het dragen van lang haar is voor een man een oneer.

Leert de natuur zelf u niet, dat, indien een man lang haar draagt, dit een schande voor hem is, (1 Korinte 11: 14)

Wie geheel voor God wil leven zal onvermijdelijk de smaadheid van Christus hebben te dragen.

(…) hij (Mozes) heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding. (Hebreeën 11:26)

Christus heeft het kruis verdragen en de schande niet geacht.

Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. (Hebreeën 12:2)

Veracht en gesmaad door de wereld, dat wil zeggen gehoond en beledigd, dat is de positie van de nazireeër in deze wereld. Denk ook nog even aan de uitdrukking 'niet te versmaden'. Dat woord gebruiken we als ons iets lekkers wordt aangeboden. Voor de wereld is de nazireeër echter precies het tegenovergestelde, wel te versmaden, gewoonweg walgelijk.

De zonde mijden

6 Al de tijd, dat hij zich aan de Here gewijd heeft, zal hij bij geen dode komen;
7 Aan zijn vader noch zijn moeder, aan zijn broeder noch zijn zuster mag hij zich, na hun sterven, verontreinigen, want het nazireeërschap zijns Gods is op zijn hoofd. (Numeri 6: 6-7)

Wat is het nut van het nazireeërschap? Allereerst is er de eer van God. De nazireeër verheerlijkt God in zijn woorden en in zijn daden. Dit heeft de impact van een machtig getuigenis. Maar dit getuigenis, deze kracht verdwijnt onmiddellijk wanneer de nazireeër Gods regels overtreedt. Het ultieme teken van zonde is de dood. De nazireeër dient zich verre te houden van elke zonde. Het aanraken van een dood lichaam is hét symbool van verontreiniging.

Elke overtreding van de regel van de wet op het nazireeërschap betekent het einde van de ware toewijding. Daarom moet de nazireeër in geen enkel opzicht de wereld behagen (plezieren). Hij moet zijn haar laten groeien. De nazireeër vindt zijn vreugde enkel en alleen in God. Dus laat hij alles wat de wereld aan vreugde kan geven aan zich voorbijgaan. De nazireeër moet zonder zonde blijven. Zondig zijn en het nazireeërschap gaan niet samen.

De volgende keer zullen we zien dat Jezus de enige volmaakte nazireeër is en waarom.