Inhoudsopgave

dinsdag 16 oktober 2018

Maria vereren?


Onder protestanten worden steeds vaker geluiden gehoord die ons bedoeld of onbedoeld opwekken terug te keren naar de Rooms-Katholieke Kerk. Zo klonk op 25 maart 2017 in de kerk van Aalsum een bijzondere (Maria)boodschap. Ik geef eerst de boodschap letterlijk weer, en geef vervolgens een uitgebreide tegenreactie. Het leeuwendeel van die reactie bestaat uit een bestaand artikel van Mary Ann Collins - voormalig katholieke kloosterzuster, genaamd 'Maria aanbidden?' Het artikel is vertaald door Marc Verhoeven, en in zijn originele vorm terug te vinden op diens site. In de tekst heb ik op diverse plaatsen doorverwijzingen aangebracht, zodat u eenvoudig kunt controleren wat in de tekst gesteld wordt. De overige passages zijn van mijn hand.

Lieve mensen,

In de Lofzang van Maria zingt het: ‘Vanaf nu zullen alle geslachten mij zalig prijzen’ om wat God aan mij heeft gedaan ... Wat heeft God dan aan Maria, gedaan? Nu, Gabriël kondigt het aan!
Waarom zou de kerk – inclusief de Reformatie - wel het Kerstfeest kunnen en willen vieren, maar 9 maanden daarvoor niet de aankondiging van de geboorte willen of kunnen vieren? De Rooms-Katholieke Kerk viert de Aankondiging al eeuwen lang. Na 500 jaar Reformatie wordt er gezocht naar verbindingen met Rome. Nu worden er meerdere Mariafeesten door Rooms-Katholieke gelovigen gevierd, maar dit feest – 9 maanden vóór Kerst – is bij uitstek een feest dat ook echt samen gevierd zou kunnen worden. In ons land gebeurt dat dus inmiddels ook op meerdere plaatsen.
Waarom zou je het willen vieren? Om Maria structureel in de liturgie van de kerk een plek te geven en haar zo en daarin te kunnen eren. Protestanten begrijpen wel dat Maria belangrijk is als moeder van de Heer, maar geven Maria geen plek in de liturgie en evenmin in de persoonlijke geloofspraktijk. Als je iemand nooit tegenkomt, dan krijgt diegene ook nooit betekenis in jouw leven. Door Maria te eren op 25 maart, komt de kerk – ook de Reformatie – Maria elk jaar tegen en zal zij door de jaren heen haar plaats kunnen innemen in onze geloofspraktijk.
Waarom Maria? Teveel redenen om in 1 of 2 preken te kunnen zeggen. Alleen al het feit dat de wereld al 2000 jaar Maria eert zegt voldoende. Zij is de moeder van ... Wie de Zoon eert, eert ook de moeder toch. Wie de moeder van een kind negeert, doet daarmee het kind tekort.
Maar ook om wie Maria was en nog is. Zij is trouw gebleven aan het dienen en eren van haar Zoon. Bijna iedereen haakte af toen het moeilijk werd. Maar Maria bleef en zo is zij voor gelovigen tot voorbeeld geworden. Want hoe kan ik het uithouden en volhouden met God als ook ik moet lijden? Maria leed onder het lijden van haar Zoon, maar bleef trouw, in gebed, Hem dienend en erend Die ook haar verlossen zou.
En zo’n beeld? Het aanbidden van een beeld is een zonde, staat in de Bijbel. Maar er is geen Rooms-Katholieke gelovige te vinden die een beeld zou aanbidden. Dan wordt het beeld tot een afgod. Maar daarvan is geen sprake. Wel bidt men tot het beeld. Maar dat is iets anders. Men richt zich tot het beeld. In gedachten. Mijmerend. Biddend. En wachtend op antwoord van ... niet van Maria, maar van God, waar Maria nu is, en van Wie ook Protestanten hun troost en redding verwachten.
In deze tijd waarin alles steeds meer visueel wordt gemaakt past een beeld goed. Het plaatje in de kinderbijbel. De geborduurde trouwtekst aan de muur in de woonkamer. De beelden op de beamer.
Foto’s van het Heilige Land. Maar ook de foto’s van onze eigen dierbaren. Onze overleden dierbaren. De foto’s die ik niet aanbid, maar die wij wel benaderen, elke morgen, elke avond, en waar ik gedachten, en soms ook tranen, neerleg, en waar ik vervolgens troost van ontvang; niet van de foto, maar van God bij Wie mijn dierbare nu is. Wij nemen het Evangelie tot ons via onze oren, als wij naar het Woord luisteren. Maar onze ogen kunnen het Evangelie ook opnemen en zo dringt troost, vrede en liefde door tot in ons hart.
Maria schenkt troost. Zij geeft de troost van God aan de gelovigen door. Daarmee wordt duidelijk dat Maria leeft. En als zij leeft, dan leven ook onze dierbaren die ons zijn voorgegaan. En dat voelen wij ook, als wij bij de foto’s staan. De levende God doet hen leven die biddend gestorven zijn, in geloof dat er op je wordt gewacht door een koor van engelen, door een volk van heiligen, onder wie Maria de begenadigde en door God uitverkorene was en nog is. Ik kan mij rechtstreeks tot God wenden.
Maar soms wenden wij ons ook tot God, door middel van die dierbare foto’s. Omdat zij nu bij God zijn en wij God bereiken via hen.
Belevingswerelden en ervaringen liggen veel dichter bij elkaar dan woorden en dogma’s hebben proberen te verwoorden. Gelukkig hebben wij daar in deze tijd weer meer oog voor. En hart.
Gelukkig komt Maria weer dichter bij. Zij neemt haar Zoon mee. Zij geeft ons haar Zoon. En daarmee reikt zij ons onze troost aan, verlossing in leven en in sterven.
God geeft ons Maria. Wij eren haar. Om te beginnen op 25 maart. Samen met de wereldkerk. Wij danken God. En eren God. Álle dagen.
Amen.

De oproep valt in een aantal delen uiteen.

1. Een aanbeveling om de verering van Maria een plaats te geven in de Protestantse liturgie – bijvoorbeeld door het feest van de aankondiging (25 maart) te gaan vieren.
2. De stelling dat bidden tot (het beeld van) Maria goed is voor het geestelijk leven.
3. De verering van Maria zou bevorderlijk zijn voor toenadering tot Rome (want gemeenschappelijk).

AD 1
Waarom zouden Protestanten Maria een plaats moeten geven in de liturgie? Wat is er zo bijzonder aan Maria dat dit een goede zaak zou zijn? Niets. Maria is een mens zoals wij allen. Laat het goed tot ons doordringen dat wie met Mariaverering begint, zich op een hellend vlak begeeft. De RK-Kerk heeft een complete Marialogie (geen grap!) ontwikkeld, deze bestaat uit de volgende punten:

1. Door de Maagdelijke geboorte schonk Maria het leven aan Christus. Maria is maagd, voor, tijdens en na de geboorte van Christus.
2. Maria, Moeder van God (Theotokos). In wezen is dit een christologische uitspraak: Maria is moeder van Jezus, die zowel volledig mens als volledig God is (de twee-naturenleer).
3. Paus Pius IX kondigde in 1854 het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis af. Hiermee wordt bedoeld dat Maria verwekt werd en ter wereld kwam zonder met de erfzonde te zijn bevlekt.
4. Paus Pius XII voegde in 1950 het dogma toe dat Maria met ziel en lichaam in de hemel is opgenomen (Maria-Tenhemelopneming).
5. Sommige gelovigen vragen ook de afkondiging door de Kerk van het vijfde en laatste mariale dogma, dat van Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster.

MARIA ALS EEN GEÏDEALISEERDE, LEVENSGROTE, PERFECTE MOEDER?
De Katholieke Kerk verheft Maria als een geïdealiseerde, levensgrote, perfecte moeder. Maar de Bijbel toont dat minstens bij één gelegenheid Maria Jezus verkeerd begreep en dacht dat Hij buiten Zijn zinnen was en trachtte Hem tegen te houden om te doen wat God wilde.

En zij kwamen in huis; en daar vergaderde weer een schare, alzo dat zij ook zelfs geen brood konden eten. En toen zij, die Zijn naastbestaanden waren, [dit] hoorden, gingen zij uit, om Hem vast te houden; want zij zeiden: Hij is buiten Zijn zinnen (Markus 3:21-22).

Vers 21 zegt hier Zijn naastbestaanden. De verzen 22 tot 30 beschrijven dan een confrontatie van Jezus met de Schriftgeleerden. Daarna worden we teruggebracht naar wat er gebeurde met degenen die dachten dat Jezus buiten Zijn zinnen was en die daarover zo bezorgd waren dat zij uitgingen om Hem vast te houden:

31 Zo kwamen dan Zijn broeders en Zijn moeder; en buiten staande, zonden zij tot Hem, en riepen Hem.
32 En de schare zat rondom Hem; en zij zeiden tot Hem: Zie, Uw moeder en Uw broeders daar buiten zoeken U.
33 En Hij antwoordde hun, zeggende: Wie is Mijn moeder, of Mijn broeders?
34 En rondom overzien hebbende, die om Hem zaten, zeide Hij: Ziet, Mijn moeder en Mijn broeders.
35 Want zo wie de wil van God doet, die is Mijn broeder, en Mijn zuster, en moeder (Markus 3:31-35).

We zien dat de Here Jezus openlijk afstand neemt van de vleselijke familieband met 'naastbestaanden' (Maria, Zijn moeder incluis) ten gunste van Zijn geestelijke familie.

ONBEVLEKTE ONTVANGENIS?
De gelukzalige maagd Maria is bij het eerste ogenblik van haar ontvangenis door een bijzondere genadegave en voorrecht van de almachtige God met het oog op de verdiensten van Christus Jezus, de Verlosser van het menselijk geslacht, gevrijwaard van elke smet van de erfzonde (RK Catechismus 491).

In Lukas 1:46-47 zegt Maria:
En Maria zeide: Mijn ziel maakt groot de Heere; En mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker.

Wie vrij is van erfzonde heeft geen Zaligmaker nodig. Toch noemt Maria God haar Zaligmaker.

AL-HEILIG?
Maria is gevrijwaard van elke smet van de erfzonde en gedurende heel haar aardse leven heeft zij door een bijzondere genade van God geen enkele zonde begaan (RK Catechismus 411, RK Catechismus 493).

Romeinen 3:23 zegt:
Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.

Openbaring 15:4 zegt:
Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam [niet] verheerlijken? Want Gij zijt alleen heilig.

Romeinen 3:10 zegt:
Er is niemand rechtvaardig, ook niet één

Jezus is de énige persoon die in de Schrift heilig wordt genoemd.

Hebreeën 4:15 zegt:
Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, [doch] zonder zonde.

2 Korinthiërs 5:21 zegt:
Want Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.

1 Petrus 2:22 zegt:
Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden

In tegenstelling hiermee zegt Maria dat God haar Zaligmaker is (Lukas 1:47). Als God haar redder is, dan is Maria niet zondeloos. Zondeloze mensen hebben geen Zaligmaker, geen Redder nodig.
In het boek Openbaring hoofdstuk 5, waar men op zoek is naar iemand die waardig is de zegels te verbreken en de boekrol te openen, is Jezus de énige persoon die waardig bevonden wordt. Niemand anders in de hemel of op aarde - Maria inbegrepen - was waardig de boekrol te openen of zelfs maar erin te kijken (Openbaring 5:1-5).

ALTIJD MAAGD?
De verdieping van het geloof in het maagdelijk moederschap heeft de kerk ertoe gebracht de werkelijke en blijvende maagdelijkheid van Maria, zelfs bij het baren van de mens geworden Zoon van God te belijden. Immers, de geboorte van Christus heeft de maagdelijkheid van zijn moeder niet verminderd, maar geheiligd. De liturgie van de kerk viert Maria als de Aeiparthenos, altijd maagd (RK Catechismus 499).

Mattheüs 1:24-25 zegt:
Jozef dan, opgewekt zijnde van de slaap, deed, gelijk de engel des Heeren hem bevolen had, en heeft zijn vrouw tot zich genomen; En bekende haar niet, totdat zij deze haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en noemde Zijn naam JEZUS.

Totdat betekent dat na dat punt Jozef wél seksuele gemeenschap had met Maria. (Zie Genesis 4:1 waar Adam Eva bekende en zwanger werd van een zoon). Jezus had broers en zusters. De Bijbel noemt ze met naam en al.

Mattheüs 13:54-56:
En gekomen zijnde in Zijn vaderland, leerde Hij hen in hun synagoge, zodat zij zich ontzetten, en zeiden: Van waar [komt] Deze die wijsheid en die krachten? Is Deze niet de Zoon van de timmerman? en is Zijn moeder niet genaamd Maria, en Zijn broeders Jakobus en Joses, en Simon en Judas? En Zijn zusters, zijn zij niet allen bij ons?

Andere Schriftplaatsen die specifiek naar Jezus' broers verwijzen zijn: Mattheus 12:46; Johannes 2:12; Johannes 7:3; Handelingen 1:14; en Galaten 1:19.

MOEDER VAN GOD?
De maagd Maria wordt erkend en geëerd als de waarachtige moeder van God en van de Verlosser. (RK Catechismus 963, RK Catechismus 971, RK Catechismus 2677)

De vleeswording betekent dat Jezus zowel ten volle God was als mens. Maria was slechts de moeder van Jezus als mens en niet de moeder van Jezus als God. Volgens de Bijbel werd de wereld geschapen door Jezus. Dit was lang vóór Maria was geboren.

Hebreeën 1:1-2 zegt:
God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon; Die Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft.

Kolossenzen 1:16-18 zegt:
Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen [inbegrepen Maria] zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alle dingen [inbegrepen Maria], en alle dingen bestaan tezamen door Hem.

Johannes 8:58 zegt:
Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik

Jezus bestond vóór Abraham werd geboren en dat betekent dat Hij al bestond vóór Maria werd geboren.

In Johannes 17:5 zegt Jezus:
En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was

Jezus bestond dus al voor de wereld begon. Maria is dus niet de moeder van God.

MOEDER VAN DE KERK?
Wij geloven dat de allerheiligste moeder van God, de nieuwe Eva, de moeder van de kerk, vanuit de hemel haar rol van moeder ten opzichte van de ledematen van Christus voortzet (RK Catechismus 963, RK Catechismus 975).

Handelingen 1:13-14 toont ons een groep mensen die samen bidden. Maria is een van hen, maar van een bijzondere positie blijkt niets:

En toen zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal, waar zij bleven, [namelijk] Petrus en Jakobus, en Johannes en Andréas, Filippus en Thomas, Bartholoméüs en Matthéüs, Jakobus, [de zoon] van Alféüs, en Simon Zelótes, en Judas, [de broeder] van Jakobus. Deze allen waren eendrachtig volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broeders.

Maria was waarschijnlijk ook in de bovenzaal toen de vurige tongen op de 120 discipelen vielen. Zij wordt echter verder niet meer genoemd in het boek Handelingen, ons enige historische verslag over hoe de Kerk werd geboren. Zij wordt ook niet specifiek geïdentificeerd in de Brieven. Paulus zond groeten aan ene Maria, maar dat was een veel voorkomende naam. In de Evangeliën en Handelingen wordt naar Maria verwezen als Maria de moeder van Jezus om haar te onderscheiden van andere vrouwen met de naam Maria.
Het is opvallend dat Johannes, die Maria in zijn huis nam nadat Jezus gekruisigd was, haar niet in zijn brieven noemt, en hij noemt haar slechts bij twee gelegenheden in zijn Evangelie: het huwelijksfeest te Kana en de kruisiging van Jezus. Johannes noemt Maria Magdalena meer dan Jezus moeder.

HEMELVAART?
Ten slotte is de onbevlekte Maagd, gevrijwaard van iedere smet van de erfzonde, na het voltooien van haar aardse levensloop, met lichaam en ziel in de hemelse heerlijkheid opgenomen en door de Heer verheven tot koningin van het heelal … (RK Catechismus 966, RK Catechismus 974).

Er bestaat geen enkele Bijbelse aanwijzing (laat staan bewijs!) voor de hemelvaart van Maria. Het Evangelie van Johannes werd geschreven omstreeks 90 na Christus en dat is meer dan 100 jaar nadat Maria geboren werd (het zal duidelijk zijn dat Maria meer dan 10 jaar oud was toen zij Jezus ontving). Indien Maria bovennatuurlijk opgenomen werd in de hemel, zou Johannes (de discipel die Maria in huis nam) daar dan niet over gesproken hebben? Dat Henoch en Elia werden opgenomen in de hemel werd in de Bijbel opgetekend. In het geval van Elia zelfs gedetailleerd (zie Genesis 5:24 en 2 Koningen 2:1-18). Waarom lezen we dan niets over Maria's hemelvaart?
De Hemelvaart van Maria werd officieel tot dogma verklaard in 1950. Dit betekent dat sinds toen elke Rooms-Katholiek dit dogma moet geloven, zonder er kritische vragen over te stellen.

MIDDELARES?
Daarom wordt de heilige maagd Maria in de kerk aangeroepen met de titels voorspreekster, helpster, bijstand en middelares (RK Catechismus 969).

Er is slechts één middelaar en dat is Jezus Christus.

1 Timotheüs 2:5-6 zegt:
Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus; Die Zichzelf gegeven heeft [tot] een losprijs voor allen, [zijnde] de getuigenis te zijner tijd.

Hebreeën 7:25 zegt:
Waarom Hij ook volkomen kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.

Efeziërs 3:12 zegt:
In Wie wij hebben de vrijmoedigheid, en de toegang met vertrouwen, door het geloof aan Hem.

Als Jezus voortdurend voor ons tussenbeide komt en ons volkomen kan zalig maken dan heeft Hij geen hulp van Maria nodig. En als wij God kunnen benaderen met vrijmoedigheid en met vertrouwen, door geloof in Hem, dan hebben wij evenmin Maria's hulp nodig.

KONINGIN DES HEMELS?
(…) voltooien van haar aardse levensloop, met lichaam en ziel in de hemelse heerlijkheid opgenomen en door de Heer verheven tot koningin van het heelal om zo gelijkvormiger te worden aan haar Zoon (…) (RK Catechismus 966).

De heilige Maagd geniet terecht van de kant van de kerk een bijzondere verering. En inderdaad, reeds vanaf de oudste tijden wordt de heilige Maagd vereerd met de titel Moeder Gods en tot haar bescherming nemen de gelovigen in al hun gevaren en noden hun toevlucht (RK Catechismus 971, RK Catechismus 2675).

Psalm 148:13 zegt:
Dat zij de Naam van Jahweh loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en de hemel.

Dit maakt duidelijk dat alleen Gods naam - niet die van Maria - verheven is en geloofd moet worden. Toen mensen aan Maria een bijzondere eer wilden schenken, omdat ze Zijn moeder was, corrigeerde Jezus hen:
En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een zekere vrouw, de stem verheffende uit de schare, tot Hem zeide: Zalig is de buik, die U gedragen heeft, en de borsten, die Gij hebt gezogen. Maar Hij zeide: Ja, zalig zijn zij, die het Woord Gods horen, en het bewaren (Lukas 11:27-28).

In de hoofdstukken 4 en 5 van Openbaring krijgen we een gedetailleerd beeld van de hemel. God is daar gezeten op de troon, omringd door 24 oudsten en vier levende wezens. Het Lam (Jezus) staat in het midden van de troon. Tienduizend maal tienduizenden engelen omgeven de troon en zingen lofliederen … maar Maria komt in dit verslag helemaal niet voor!

MEDEVERLOSSERES?
Wat het verzoeningswerk betreft mag er niemand gesteld worden naast Jezus Christus. Er is niemand die aan dat werk ook maar iets kan toevoegen. Christus heeft het werk volbracht. We zijn gerechtvaardigd door het geloof in Zijn bloed, enz. Nooit en te nimmer verbindt de Schrift enige prestatie van de zondaar zelf of van een ander aan dit werk van Christus!! Christus is de Verlosser en een medeverlosser of medeverlosseres bestaat niet!!

MARIA ALS VOORBIDSTER?
Wat de nadering tot God betreft is Jezus de enige door wie we tot God naderen: Niemand komt tot de Vader dan door Mij (Johannes 14:6). Hij is niet een weg, maar de weg. En Hij heeft ons geleerd dat we rechtstreeks tot de Vader mogen bidden, omdat de Vader zelf ons liefheeft. We hebben daarvoor zelfs Zijn voorspraak niet nodig:

Ik zeg niet, dat Ik de Vader voor u bidden zal, want de Vader zelf heeft u lief. (Johannes 16:26-27)

De Enige die in de hemel voor ons optreedt om te helpen wat onze wandel hier op aarde betreft is Jezus Christus. Hij is onze Hogepriester, die weet wat we nodig hebben wat onze zwakheden betreft (Hebreeën 2:17-18; Hebreeën 4:14-16). Als we gezondigd hebben is Hij onze Voorspraak (1 Johannes 2:1).

AD 2
BIDDEN TOT (HET BEELD VAN) MARIA IS GOED VOOR HET GEESTELIJK LEVEN
Dit doet denken aan de zogenaamde contemplatieve beweging! De boodschap van deze beweging is dat men een weg heeft tot dieper contact met God. De sleutel is het gebruik van een aantal contemplatieve (contemplatie = overdenken) technieken. Als je die gaat toepassen dan, zo beweert men, resulteert dat in een dieper contact met God. Het komt er op neer dat je God kunt ervaren door middel van een aantal contemplatieve technieken. De technieken of methoden worden in het Engels ook wel spiritual disciplines genoemd. Veruit de krachtigste en voornaamste techniek is het zogenaamde contemplatieve gebed. Er worden veel technieken aangedragen. Een voorbeeld:

MEDITEREN BIJ ICONEN
Een icoon is een schilderij met bijvoorbeeld een afbeelding van Jezus of van Maria. Iconen zijn afkomstig uit de oosters-orthodoxe kerken. Er is in die kerk een hele theologie over iconen ontwikkeld.
Mediteren bij een icoon is simpel, je gaat bij een icoon zitten en gaat er aandachtig naar kijken. Geconcentreerd en voor langere tijd. Dat kan tot een godservaring leiden. Vooral als de omgeving ook nog sfeerverhogend is.

Vergelijk dit eens met een passage uit de MARIA BOODSCHAP AALSUM:

Wel bidt men tot het beeld. Maar dat is iets anders. Men richt zich tot het beeld. In gedachten. Mijmerend. Biddend. En wachtend op antwoord van ... niet van Maria, maar van God, waar Maria nu is, en van Wie ook Protestanten hun troost en redding verwachten.

In deze tijd waarin alles steeds meer visueel wordt gemaakt past een beeld goed. Het plaatje in de kinderbijbel. De geborduurde trouwtekst aan de muur in de woonkamer. De beelden op de beamer.
Foto’s van het Heilige Land. Maar ook de foto’s van onze eigen dierbaren. Onze overleden dierbaren. De foto’s die ik niet aanbid, maar die wij wel benaderen, elke morgen, elke avond, en waar ik gedachten, en soms ook tranen, neerleg, en waar ik vervolgens troost van ontvang; niet van de foto, maar van God bij Wie mijn dierbare nu is. Wij nemen het Evangelie tot ons via onze oren, als wij naar het Woord luisteren. Maar onze ogen kunnen het Evangelie ook opnemen en zo dringt troost, vrede en liefde door tot in ons hart.
Maria schenkt troost. Zij geeft de troost van God aan de gelovigen door. Daarmee wordt duidelijk dat Maria leeft. En als zij leeft, dan leven ook onze dierbaren die ons zijn voorgegaan. En dat voelen wij ook, als wij bij de foto’s staan. De levende God doet hen leven die biddend gestorven zijn, in geloof dat er op je wordt gewacht door een koor van engelen, door een volk van heiligen, onder wie Maria de begenadigde en door God uitverkorene was en nog is. Ik kan mij rechtstreeks tot God wenden.
Maar soms wenden wij ons ook tot God, door middel van die dierbare foto’s. Omdat zij nu bij God zijn en wij God bereiken via hen.

Klik hier om te lezen wat Dirk van Genderen over contemplatief bidden schrijft.

AD 3
Het vereren van Maria zou bevorderlijk zijn voor de eenwording van de wereldkerk. Dus een dwaling zou goede diensten kunnen bewijzen? De Bijbel laat zien dat de eenheid al vanaf de geboorte van de gemeente bestaat:

1 Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt,
2 met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen,
3 en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes,
4 een lichaam en een Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping,
5 een Here, een geloof, een doop,
6 een God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen. (Efeze 4:1-6)

De eenheid is er, wij kunnen die niet maken, slechts bewaren! Het bewaren is mogelijk omdat er één Here is, één geloof, één doop, één God en Vader van allen. Maria wordt niet genoemd!
De eenheid kan wel zichtbaar worden gemaakt. Niet door ons te scharen rondom de verering van Maria, maar aan de Tafel van de Heer.

15 Ik spreek immers tot verstandige mensen; beoordeelt dan zelf, wat ik zeg.
16 Is niet de beker der dankzegging, waarover wij de dankzegging uitspreken, een gemeenschap met het bloed van Christus? Is niet het brood, dat wij breken, een gemeenschap met het lichaam van Christus?
17 Omdat het een brood is, zijn wij, hoe velen ook, een lichaam; wij hebben immers allen deel aan het ene brood. (1 Korinte 10:15-17)

Er is echter een probleem. Het protestantisme kent het avondmaal, de Rooms Katholieke Kerk viert de eucharistie. Die twee staan lijnrecht tegenover elkaar. Er zal dus heel wat moeten veranderen alvorens er sprake kan zijn van eenwording. De Rooms Katholieke Kerk erkent bovendien slechts een vorm van eenwording: terugkeren in de moederkerk!

Door de verering van Maria als alternatieve weg te presenteren stuurt men de gelovigen op een dwaalweg.

Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood. (Spreuken 14:12)