Inhoudsopgave

maandag 25 maart 2019

Lachen in de Geest


Waar hebben we het over?
Uit veel kerken komen berichten over een spontaan, oncontroleerbaar lachen tijdens hun diensten, zelfs tijdens plechtige ceremonieën of preken. Er wordt gesproken over onbeheersbaar huilen, een vallen op de grond in extatische zinsvervoering en dierlijke geluiden zoals blaffen als honden en brullen als leeuwen. Sommige gelovigen strompelen en rollen als dronken mensen, niet in staat om een rechte lijn te lopen. Dit alles wordt samengevat als 'heilig lachen', omdat lachen het meest voorkomende verschijnsel is. Het zijn fysieke manifestaties die worden toegeschreven aan absolute controle door de Heilige Geest.

Voorstanders van dit alles zeggen dat ze het bewijs zijn van een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest. Het is Gods reactie op de wens van gelovigen om een nieuw teken van God te zien. Ze wijzen er op dat gelovigen die het 'lachen in de Geest' hebben ondergaan, een grote verandering in hun leven ervaren, een grotere toewijding tonen aan het geloof in de Here Jezus, hernieuwde kracht ontvangen voor hun bediening, en allerlei andere positieve resultaten.
Tegenstanders zeggen dat het in het beste geval een werking van het vlees is, of schrijven het in het slechtste geval toe aan demonische geesten. Zij wijzen op berichten over demonische beïnvloeding, suïcidale gevoelens en verlies van geloof na een 'heilige lach'-ervaring.

Wat men ook moge denken van 'heilig lachen', het is een belangrijk kenmerk geworden van het optreden van een aantal bekende persoonlijkheden binnen de charismatische beweging. Het komt opvallend vaak voor in 'word-faith'-kerken en binnen de Vineyard-beweging, maar ook in meer mainstream kerken waar de charismatische beweging voet aan de grond heeft gekregen. Omgekeerd zien we dat individuele gelovigen uit nagenoeg elke richting - van baptist tot Rooms-Katholiek - 'heilige lach'-bijeenkomsten bezoeken.

Men claimt voorts dat overal waar het 'heilig lachen' zich voordoet, dit spontaan gebeurt. Maar de geschiedenis leert dat het fenomeen kan worden herleid tot één man, Rodney Howard-Browne, voorheen een Zuid-Afrikaanse pinksterevangelist. De geschiedenis leert ook dat de belangrijkste impuls voor de wereldwijde verspreiding van de beweging vanuit één kerk voortkwam: de Toronto Airport Vineyard, in Toronto, Ontario, Canada. Tegenwoordig bekend van de 'Toronto Blessing'.
Bron: Biblical Discernment Ministries - 3/96

Wat zegt de Bijbel over lachen?
In alle zaken aangaande het evangelie is de Bijbel onze maatstaf. Ik ben van mening dat 'lachen in de Geest' zoals hierboven beschreven niet in de Bijbel voorkomt (net als 'vallen in de Geest' - zie vorig artikel). Voorstanders van het 'lachen in de Geest' claimen dat dat wel het geval is. Verderop in dit artikel zullen we een voorbeeld daarvan nader onder de loep nemen. Laten we eerst eens zien wat de Bijbel leert over gelovigen en hun verhouding tot de Heilige Geest.

Toetsen
Paulus geeft een algemene en niet te missen richtlijn.

19 Dooft de Geest niet uit,
20 veracht de profetieën niet,
21 maar toetst alles en behoudt het goede.
22 Onthoudt u van alle soort van kwaad. (1 Thessalonica 5:19-22)

Hij erkent ten volle de werkzaamheid van de Heilige Geest en zegt dan ook dat de Geest niet mag worden tegengewerkt en dat profetieën serieus moeten worden genomen. Tegelijkertijd blijkt ook in de tijd van Paulus veel te gebeuren dat niet door de (geestelijke) beugel kan. De Thessalonicenzen (en ook wij) moeten alles toetsen wat zich presenteert als komende vanuit de Geest. Dat wat goed is (dus dat wat Bijbels is) moeten ze bewaren. Uit 2 Thessalonica blijkt dat in deze gemeente veel valse profetie voorkwam. Misschien dat de reactie daarop is geweest profetie te wantrouwen. Overigens betekent toetsen niet 'alles een keertje uitproberen'. Voor het toetsen vinden we in de Bijbel een aantal criteria.

Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt: Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de Heilige Geest. (1 Korinte 12:3)

1 Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan.
2 Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God;
3 en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld. (1 Johannes 4:1-3)

Alle geestesuitingen moeten blijk geven van de Bijbels juiste leer over de Here Jezus. Hij is Heer, Hij is waarachtig God, Hij is waarachtig Mens. De rest - Paulus noemt dat alle soort van kwaad - moeten we van ons werpen.

Taak Heilige Geest
De discipelen hebben net gehoord dat de Here Jezus terug zal keren naar de Vader. Ze reageren daarop met een gevoel van 'in de steek te worden gelaten'. Daarbij hebben ze geen oog voor wat dit vertrek voor de Here Jezus Zelf betekent, en al helemaal niet wat er na het vertrek van de Heer zal gebeuren. Daarom licht de Here hen nu in over de komst van de Heilige Geest. De manier waarop Hij begint, 'Ik zeg u de waarheid', geeft een en ander de lading van een openbaring.

7 Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.
8 En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel;
9 van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;
10 van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet;
11 van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is. (Johannes 16:7-11)

Er is geen reden voor droefheid. Het heengaan van de Here Jezus is juist in hun voordeel, want de Trooster kan komen. Wat komt de Heilige Geest doen? Hij zal - door middel van gelovigen (in woord en in daad) - de wereld overtuigen van drie belangrijke punten: van zonde en van gerechtigheid en van oordeel. Zonde is niet alleen doen wat God verboden heeft, maar eerst en vooral ongeloof. De enige zonde namelijk waarom een mens in deze tijd verloren zal gaan is de weigering te geloven in de Here Jezus. Het tweede punt vloeit hier rechtstreeks uit voort. Als de Here Jezus is Wie Hij zegt dat Hij is, dan is het niet meer dan normaal dat Hij naar Zijn Vader zal terugkeren. Als Hij - zoals de Joden zeiden - gewoon een zondig mens was, zou dat niet plaatsvinden. Het derde punt - oordeel - ziet op Golgotha. De satan is de overste van de wereld. Jezus' sterven zou satan en de wereld oordelen. Golgotha brengt dus alle ongelovigen in de positie van verlorenen. De Here had al eerder gezegd dat wie niet gelooft reeds veroordeeld is (Johannes 3:18). Welnu, alles wat de Heilige Geest hier op aarde zal doen heeft te maken met de Here Jezus. Hij moet verkondigd worden, Hij moet geloofd worden, Hij moet aanbeden worden. Anders gezegd, in geen enkel opzicht zal de Geest de aandacht op Zichzelf vestigen. Als de Heilige Geest werkt, zal Hij wijzen op de Here Jezus, en aan de ongelovigen ondubbelzinnig (laten) verkondigen dat hun enige redding ligt in geloof en bekering. De Heilige Geest gebruikt mensen voor deze taak, en geeft hun gaven om het te kunnen.

Maar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen. (1 Korinte 12:7)

Aanwezigheid van de Heilige Geest dient tot verootmoediging te leiden
Verootmoediging is zich nederig gaan gedragen. Volgens de apostel Jakobus in zijn brief is daar alle reden toe. In de eerste verzen van hoofdstuk 4 spreekt hij van oorlogen en twisten onder gelovigen, over hartstochten die voor innerlijke strijd zorgen. Hij voert deze treurige situatie terug tot wereldgezindheid, hoogmoed en afgunst. Wie een vriend van de wereld wil zijn, maakt zichzelf tot vijand van God. En dan wijst hij op de Geest die in deze gelovigen woont.

5 Of denkt u dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, verlangt Die vurig naar afgunst?
6 Hij echter geeft des te meer genade. Daarom zegt de Schrift: God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.
7 Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.
8 Nader tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinig de handen, zondaars, en zuiver de harten, dubbelhartigen!
9 Besef uw ellendige staat en treur en huil. Laat uw lachen veranderd worden in treuren en uw blijdschap in droefheid. (HSV)(Jakobus 4:5-9)

Jakobus beroept zich op het Woord en op de Geest. In de Bijbel staat op vele plaatsen dat God hoogmoed verafschuwt. Zijn lezers zullen toch niet denken dat de Schrift tevergeefs zegt dat God de hoogmoedigen weerstaat? En van de Geest kunnen ze toch onmogelijk denken dat Die Zich tot jaloezie laat verleiden? Hoogmoedigen worden door God afgewezen, maar nederigen ontvangen genade. Of iemand nederig is, moet blijken uit zijn gedrag: hij onderwerpt zich aan God. Zo iemand zal automatisch tegenstand bieden aan de duivel. Hun huidige gedrag maakt hen tot een makkelijke prooi voor satan. Toch is er geen reden om bang te zijn. Jakobus roept zijn lezers op tot God te naderen. Als ze dat doen zal de duivel als vanzelf wegvluchten. Maar het naderen tot God heeft een praktische kant. Hun handelen moet zuiver worden, hun harten moeten recht staan voor God. Ze moeten zich gaan zien zoals God hen ziet: ellendig. En dat maakt dat het (wereldse) lachen hen dient te vergaan, en plaats moet maken voor verslagenheid over al hun zonden.

Lachen geen indicatie van zegen
De Here Jezus spreekt de discipelen toe over de grondhouding die van gelovigen verwacht mag worden.

20 En Hij hief zijn ogen op naar zijn discipelen en zeide: Zalig, gij armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.
21 Zalig, gij, die nu hongert, want gij zult verzadigd worden. Zalig, gij, die nu weent, want gij zult lachen.
22 Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten en wanneer zij u uitstoten, en smaden en uw naam als slecht verwerpen ter wille van de Zoon des mensen.
23 Verblijdt u te dien dage en springt op van vreugde, want, zie, uw loon is groot in de hemel; immers, op dezelfde wijze hebben hun vaderen met de profeten gehandeld.
24 Maar wee u, gij rijken, want gij hebt uw vertroosting reeds.
25 Wee u, die nu overvloed hebt, want gij zult hongeren. Wee u, die nu lacht, want gij zult smart hebben en wenen. (Lukas 6:20-25)

Het gaat hier om mensen die mogen weten dat dwars door alle lijden heen, voor hun het Koninkrijk is weggelegd: daarom mogen zij zich 'zalig' weten. Hij spreekt over armen (vers 20), hongerigen (vers 21), en uitgestotenen vanwege hun geloof (vers 22).Nu is het nog moeilijk, maar ze zullen worden 'gecompenseerd'. Daarom worden ze opgeroepen positief in het (geloofs)leven staan. Lachen is hier geen bewijs van voorspoed. Lachen is hier een daad van geloof.
Dan zijn er gelovigen die vervolgd worden vanwege hun geloof. De Here Jezus spreekt ook hen zalig. De vervolging is het bewijs dat ze bij de Here Jezus horen. Derhalve is vervolging is zaak van vreugde. De apostelen getuigen van deze waarheid in Handelingen 5.

Zij dan gingen uit de Raad weg, verblijd, dat zij verwaardigd waren ter wille van de naam smadelijk behandeld te zijn; (Handelingen 5:41)

Hoewel al dezen oppervlakkig gezien geen enkele reden hebben om te lachen, roept de Here Jezus hen op dat wel te doen: ze mogen dieper kijken, met de ogen van het geloof.
Hoe anders is het met de rijken. De wereld ziet hen aan en beaamt dat deze mensen alle reden hebben om te lachen. Het ontbreekt hen aan niets, sterker, ze wentelen zich in overvloed. Zij zien niet in dat dit alles zo voorbij kan zijn. Het lachen is een lachen zonder diepte, net als 'lachen in de geest'.

Bijbelse grond voor lachen
Lachen komt in de Bijbel veel voor. Het lachen waar de Schrift van spreekt is echter geen ongericht geluid, maar een uiting van dankbaarheid over wat God heeft gedaan. Het grootste feit dat de mens tot lachen brengt is verlossing.

1 Een bedevaartslied. Toen de Here de gevangenen van Sion deed wederkeren, waren wij als degenen die dromen.
2 Toen werd onze mond vervuld met lachen, onze tong met gejuich. Toen zeide men onder de heidenen: De Here heeft grote dingen bij hen gedaan!
3 De Here heeft grote dingen bij ons gedaan, wij waren verheugd.
4 Here, wend ons lot als beken in het Zuiderland.
5 Wie met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien.
6 Hij gaat al wenende voort, die de zaadbuidel draagt; voorzeker zal hij komen met gejuich, dragende zijn schoven. (Psalm 126)

In deze Psalm verkeert het volk blijkens vers 3 en 4 in grote problemen. De moeiten doen de Israëlieten terugdenken aan eerdere zware tijden, toen de Here hen uit een staat van gevangenschap deed terugkeren naar hun land. Ze herinneren zich nog de vreugde van toen, en dat zelfs de heidenen moesten toegeven dat de verlossing het werk van God was. Nu gaat het om zorgen om de oogst. Israël moet aan de slag. Het wordt hard werken, ook nu de vrees voor misoogst ten gevolge van grote droogte overheerst. Als zij echter doen wat ze kunnen, zal God doen wat zij niet kunnen. Als de oogst er dan werkelijk is, zal het aanleiding zijn tot groot gejuich.

Let op de tegenstelling
'Heilig lachen' wekt de indruk van het verliezen van controle van gedrag. Het gedrag lijkt meer bij een beschonkene te horen dan bij iemand die wordt geleid door de Heilige Geest. Paulus maakt daar een interessante opmerking over.

18 En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest,
19 en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte,
20 dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles, (Efeziërs 5:18-20)

Hij koppelt twee oorzaken en twee gevolgen aan elkaar. Het eerste paar verbindt dronkenschap met bandeloosheid. Het tweede paar verbindt vervuld worden met de Geest met elkaar psalmen en gezangen toezingen, en liederen die de Geest je ingeeft; met hart en ziel voor de Heer zingen en spelen. Daarbij hoort uiteraard ook dankbaarheid: dank aan God de Vader voor alles, in de naam van onze Here Jezus Christus.
Paulus legt dus in geen enkel opzicht een verband tussen de werking van de Heilige Geest en (geestelijke) dronkenschap.

Zelfbeheersing
Heilig lachen wordt gezien als een lichamelijk verschijnsel en toegeschreven aan absolute controle door de Heilige Geest. Het is volgens deze opvatting dus de Heilige Geest die er de oorzaak van is dat alle zelfbeheersing verdwijnt en men geluiden maakt die men normaalgesproken nooit zou maken, zeker niet in gezelschap van medegelovigen.
Hier wringt iets. Paulus beschrijft in Galaten 5 de vrucht van de Geest. Een van de aspecten van die vrucht is zelfbeheersing! Je krijgt de indruk dat de Geest in het geval van 'heilig lachen' Zichzelf tegenwerkt.

Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. (Galaten 5:22)

Beelden van bijeenkomsten waar 'heilig lachen' plaatsvindt, getuigen van een ongeordende toestand. Een zaal vol mensen die allerlei dierlijke geluiden maken, en dat ook nog door elkaar heen, beantwoordt niet aan Paulus' voorwaarde voor het beoefenen van gaven van de Geest. De profeet, of de spreker in talen bepaalt namelijk zelf wanneer te beginnen en te stoppen.

32 En de geesten der profeten zijn aan de profeten onderworpen,
33 want God is geen God van wanorde, maar van vrede. (1 Korinte 14:32-33)

Niet nuchter? Kwetsbaar voor aanvallen
Wat de invloed van de Heilige Geest tijdens het 'heilig lachen' ook mag zijn, duidelijk is dat de betrokkenen hun eigen geest niet in bedwang hebben. In Spreuken vinden we daar een beeldende uitspraak over.

Een stad met omvergehaalde muren, zo is iemand die zijn geest niet in bedwang heeft. (Spreuken 25:28)

Als van een stad de muren niet meer intact zijn, kan de vijand zomaar binnenkomen. De stad staat blijkens deze tekst voor de menselijke geest, de waarschuwing is duidelijk. De vijand heeft vrije toegang. Wie is die vijand? Satan! Treffend is dat Paulus zich van eenzelfde soort metafoor bedient. Het verdedigen van een stad is een militaire aangelegenheid. Zo heeft een soldaat een wapenrusting aan. Waarom? 

11 Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels;
12 want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten,
tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.
13 Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden. (Efeze 6:11-13)

 'Heilig lachen' maakt een mens weerloos tegen de vijand. Zou dat de bedoeling zijn?

Ook Petrus hamert op het gevaar van 'niet nuchter' - zijn. Gebruik je verstand, schrijft hij. Wat je nodig hebt is de genade van Jezus Christus (en geen wonderlijke spirituele ervaringen).

Omgordt dus de lendenen van uw verstand, weest nuchter, en vestigt uw hoop volkomen op de genade, die u gebracht wordt door de openbaring van Jezus Christus. (1 Petrus 1:13)

In zijn beide brieven zien we dat Petrus erg gefocust is op de eindtijd. Hij getuigt daar regelmatig van, en verbindt er de noodzaak van gebed aan. Ook hier roept hij op verstandig en nuchter te zijn. Bidden kan alleen als je nuchter bent.

Het einde aller dingen is nabijgekomen. Komt dus tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden. (1 Petrus 4:7)

Bij nuchterheid hoort ook waakzaamheid. Een slapende waakhond is niet op zijn taak berekend. Gelovigen moeten alert zijn op onverwachte aanvallen van de satan.

Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. (1 Petrus 5:8)

Een Bijbels voorbeeld ter verdediging?
De vraag die over bijzondere manifestaties van de Geest wordt gesteld, is meestal of het Bijbels is. Veel punten die hierboven werden besproken, beogen antwoord te geven op die vraag. De teneur is dat 'heilig lachen' gelovigen in een toestand brengt die tot oneer is van God en de gelovige in meer of mindere mate in gevaar brengt.
Maar wat nu als we het verschijnsel in de Bijbel vinden? Wat moeten we dan? Lees onderstaande geschiedenis, let op wat koning Saul doet en op het veelvuldig gebruik van 'in geestvervoering (Hebreeuws: nâbâ')'.

19 Toen aan Saul werd meegedeeld: Zie, David is te Najot, bij Rama,
20 Zond Saul boden om David te halen. Dezen zagen een groep profeten in geestvervoering (nâbâ')
met Samuël aan hun hoofd. En de Geest Gods kwam over de boden van Saul, zodat ook zij in geestvervoering (nâbâ') geraakten.
21 Toen deelde men het aan Saul mee; deze zond andere boden, maar ook dezen geraakten in geestvervoering (nâbâ'). Opnieuw zond Saul boden, een derde groep, en ook dezen geraakten in geestvervoering (nâbâ'). (…)
23 Toen ging hij daarheen, naar Najot, bij Rama en ook over hem kwam de Geest Gods en hij verkeerde, terwijl hij zijn weg vervolgde, in geestvervoering (nâbâ'), totdat hij te Najot bij Rama kwam.
24 Ook hij trok zijn klederen uit en was in geestvervoering (nâbâ') in tegenwoordigheid van Samuël: hij lag die gehele dag en de gehele nacht naakt terneer. (…) (1 Samuël 19:19-24)

Deze geschiedenis draait om de haat van Saul tot David. Hij wil David doden, en stelt alles in het werk om hem te grijpen. Saul is de gaande man, David is de nieuwe koning, de gezalfde des Heren. Als Saul verneemt waar David zich bevindt, stuurt hij mannen erop af om David te halen. Ze treffen een groep profeten aan. De Bijbel beschrijft dat ze in geestesvervoering zijn. Samuël is er bij, dus je mag aannemen dat de manier waarop een en ander plaatsvindt in orde is. Maar dan worden de gebeurtenissen wat typisch. Zodra de mannen van Saul arriveren worden ze door de Geest gegrepen en raken ook in geestesvervoering. Dit herhaalt zich drie maal. Omdat het niet gaat zoals Saul had bevolen besluit hij zelf te gaan. En warempel, al op de weg naar Najot raakt ook Saul in geestesvervoering, trekt zich na aankomst de kleren van het lijf en ligt zo'n 24 uur spiernaakt op de vloer. We lezen hier niet over 'heilig lachen', maar de gebeurtenissen zijn merkwaardig genoeg om een verband te zien. Niet nuchter, niet langer de eigen geest in bedwang hebben, zeer ongepast gedrag vertonen, het is er allemaal. Wat moeten we hiermee?

Wel, laten we allereerst vaststellen dat als iets in de Bijbel staat, het niet betekent dat het dus goed is. Judas verried de Here Jezus, maar niemand zal het in zijn hoofd halen in die misdaad een goed voorbeeld te zien. Ja, maar het is toch de Geest Gods die hier Saul en zijn mannen in geestesvervoering brengt? Ja, dat is waar. Maar dat is niet het einde van het verhaal. Voor een goed begrip moeten we kijken naar de in de grondtekst gebruikte woorden en hun betekenis. Vervolgens moeten we niet alleen kijken naar wat er gebeurt, maar ook naar het waarom.

In het Bijbelgedeelte wordt het Hebreeuwse woord nâbâ' consequent vertaald met 'in geestesvervoering'. Dat maakt het begrijpen van de tekst niet eenvoudiger. Omdat er wordt vertaald met 'in geestesvervoering' wordt al gauw de conclusie getrokken dat iedereen in extase is. We kunnen dat echter niet zomaar voor waar aannemen. Aannemelijker is dat we te maken hebben met profeteren of zelfs met zingen. Laten we het bovenstaande uit 1 Samuël 19 eens vergelijken met 1 Samuël 10. Saul krijgt daar van Samuël instructies. Hij zal drie tekenen krijgen. Wat het derde zal zijn, lezen we hieronder.

Daarna zult gij te Gibea Gods komen, waar de bezetting der Filistijnen ligt. Zodra gij daar de stad ingaat, zult gij een schare profeten tegenkomen, die van de hoogte afdalen, voor hen uit harpen, tamboerijnen, fluiten en citers; zelf zullen zij in geestvervoering zijn (nâbâ'). (1 Samuël 10:5)

Het woord dat in hoofdstuk 19 wordt vertaald met 'in geestvervoering raken' (nâbâ') wordt hier ook gebruikt. Maar wie de tekst leest, zal niet snel denken aan extatisch gedrag. Omdat er muziekinstrumenten genoemd worden, is het ook mogelijk te denken aan zingen. Overigens geeft de Statenvertaling meestal 'profeteren' als vertaling.
Er is echter een nog algemenere vertaling van (nâbâ') mogelijk, namelijk 'onder invloed van de goddelijke geest'. De uitwerking van die invloed kan verschillend zijn.

Laten we daarvoor eerst eens het Nieuwe Testament raadplegen. In de eerste Korintebrief vinden we richtlijnen van Paulus. Deze hebben ongetwijfeld een universeel karakter, dat wil zeggen, dat ze ook in Oudtestamentische tijden golden en bekend waren. Denk alleen maar aan het bestaan van profetenscholen. Wat schreef Paulus over profeteren?

31 Want u kunt allen, een voor een, profeteren, opdat allen leren en allen vertroost worden.
32 En de geesten van de profeten zijn aan de profeten onderworpen. (1 Korinte 14:31)

Profeteren in een samenkomst van gelovigen behoort ordelijk te gebeuren. Een voor een. En dat is prima te doen, want de profeten worden niet willoos, ze zijn er 'met hun volle verstand bij'.

Hoe staat het dan? Ik zal bidden met mijn geest, maar ook bidden met mijn verstand; ik zal lofzingen met mijn geest, maar ook lofzingen met mijn verstand. (1 Korinte 14:15)

Paulus maakt onderscheid tussen bidden en lofzingen met zijn geest, en bidden en lofzingen met zijn verstand. Laten we nu het 'in geestesvervoering' uit 1 Samuël in deze tekst gaan gebruiken. We zien dan het volgende.

Hoe staat het dan? Ik zal bidden 'in geestesvervoering', maar ook bidden met mijn verstand; ik zal lofzingen 'in geestesvervoering', maar ook lofzingen met mijn verstand.

Het 'onder invloed zijn van de goddelijke geest' kan dus tot allerlei uitingen leiden. En nogmaals, ik kan me niet voorstellen dat Samuël als zeer ervaren profeet als 'docent' aan een profetenschool, niet strak de hand zal hebben gehouden aan al deze ons door Paulus overgeleverde instructies. De groep profeten was 'onder invloed van de goddelijke geest'. Twee opties zijn dan denkbaar. Ze waren allemaal in 'stil gebed', of ze waren als groep aan het zingen. Profeteren kan niet, want dan zou het een wanordelijke boel worden. Bovendien lezen we dat de groep geleid werd door Samuël. Hij zal chaos niet hebben getolereerd. Als we dan nu tot de geschiedenis van Saul terugkeren, kunnen we de gebeurtenissen logischer en begrijpelijker weergeven.

Toen aan Saul werd meegedeeld: Zie, David is te Najot, bij Rama, zond Saul boden om David te halen. Dezen zagen een groep profeten onder invloed van de goddelijke geest (SK: zingend of biddend) met Samuël aan hun hoofd. (SK: Hun gedrag was dus onder controle.)En de Geest Gods kwam over de boden van Saul, zodat ook zij onder invloed van de goddelijke geest (nâbâ') geraakten. (SK: Zij raakten de controle wel kwijt, want van hun opdracht kwam niets terecht. Mogelijk zongen ze mee met de aanwezige profeten.)Toen deelde men het aan Saul mee; deze zond andere boden, maar ook dezen geraakten onder invloed van de goddelijke geest (nâbâ'). (SK: Het verging hen dus als de eerste groep.)Opnieuw zond Saul boden, een derde groep, en ook dezen geraakten onder invloed van de goddelijke geest (nâbâ'). (SK: Ook met hen ging het als met de eerste groep.) (…)Toen ging Saul daarheen, naar Najot, bij Rama en ook over hem kwam de Geest Gods en hij verkeerde, terwijl hij zijn weg vervolgde, onder invloed van de goddelijke geest (nâbâ'), totdat hij te Najot bij Rama kwam. (SK: Saul raakte de controle al kwijt terwijl hij nog op weg was. Mogelijk werd hij onderweg al gedrongen tot het loven van God.)Hij trok zijn klederen uit en was onder invloed van de goddelijke geest (nâbâ') in tegenwoordigheid van Samuël: hij lag die gehele dag en de gehele nacht naakt terneer. (SK: Al die tijd was Saul de controle over zijn eigen handelen kwijt.)

Welke les leren we?
Als Saul onder invloed van de goddelijke geest de zelfcontrole kwijtraakt, doet de Geest hem alle kleren uittrekken, en vloert hem een etmaal lang. Het is dan ook heel goed denkbaar dat gelovigen in onze tijd onder invloed van de goddelijke geest de zelfcontrole kwijtraken en lachend, kakelend, blaffend en brullend tekeer gaan. Maar waarom gebeurt dat dan? We lezen de Bijbel.

Ik zal u in hun macht overgeven, zij zullen uw verhoging neerhalen en uw verheven plaatsen slechten, zij zullen u uw klederen uittrekken, uw sieraden wegnemen en u naakt en bloot doen staan. (Ezechiël 16:39)

In het Oude Testament betekent openlijke naaktheid dat iemand te schande is gezet. Saul trekt (al lovend en zingend?) zijn kleren uit ten overstaan van Samuël. De naaktheid van Saul moeten we hier opvatten als een vernedering. Het is de Geest van de Here die Saul vernedert ten overstaan van velen, doordat hij als willoze gevangene neerligt. De vernedering is langdurig, want de hele dag en de hele nacht blijft hij naakt en buiten zichzelf liggen. Het is treffend om te zien dat de man die gepoogd heeft David te doden, als een verslagene neerligt. (SB)

Binnen de charismatische beweging worden alle geestesuitingen als positieve tekenen gezien. In tongen spreken is goed voor je persoonlijke gebedsleven, vallen in de geest kan worden tot rusten in de geest en kan zegenrijke gevolgen hebben, en ook lachen in de geest wordt geacht positief uit te vallen. Het zijn evenzovele tekenen dat God de gelovigen wil zegenen door middel van deze nieuwe uitstorting van de Geest, zegt men.

Het dominionisme, de new apostolic reformation, new wine, vineyard, emerging church, joels' army, word-faith, new thought en nog tientallen andere charismatische stromingen worden gekenmerkt door onbijbelse opvattingen en praktijken. God geeft hedendaagse apostelen met grote macht en gaven, de Bijbel is niet afgerond, God geeft ook nu nog openbaringen en profetieën, we moeten als gelovigen strijden om satan het koninkrijk af te nemen, zodat Christus terug kan keren. Het is een lange optocht van dwaling en verwarring. En in die chaos functioneert de Geest op zegenrijke manier? We moeten we er ernstig rekening mee houden dat verschijnselen als 'heilig lachen' wel eens de hedendaagse vernedering is die Saul in het Oude Testament onderging. Brullen, blaffen, kakelen, onbeheerst lachen heeft iets vernederends over zich. Ik zou me in ieder geval generen als ik zo zou worden aangetroffen. Hieronder een filmpje van iemand die profeteert. Het zou heel goed kunnen dat het een valse profetie is. Ik stel me zo voor dat de Geest deze vrouw haar gang laat gaan, maar tevens op een 'Saul-achtige' manier duidelijk maakt dat deze woorden niet uit God zijn.