Inhoudsopgave

Kortweg


Hoe kom ik in de hemel?
Een dame kon maar niet geloven, dat mensen die eerlijk geprobeerd hebben een goed leven te leiden, even weinig kans hebben om in de hemel te komen als mensen die een slecht leven geleid hebben. Ze sprak hierover met haar voorganger. Die zei tegen haar: Neem eens aan dat wij ergens naartoe willen gaan en de entree is tien euro. Ik heb maar vijf euro en jij hebt helemaal niets. Wie van ons beiden heeft de beste kansen om binnen te komen?' De dame antwoordde: 'Geen van beiden.' 'Precies, en zo is het ook met de toegang naar de hemel. Een goed mens heeft daar niet meer kans dan een slecht mens. Want beiden hebben gezondigd en kunnen niet voldoen aan de eisen van God. Maar als iemand ons beiden een toegangskaartje gaf?' 'Dan zouden we beiden naar binnen kunnen gaan', zei de mevrouw en ze begreep het. De Heer Jezus wist dat niemand rechtvaardig was en dat daarom niemand in de hemel kon komen. Daarom is Hij op aarde gekomen om voor al die schuldige mensen de schuld op Zich te nemen. Allen die in Hem geloven, ontvangen gratis 'het toegangsbewijs'. Zij zijn gerechtvaardigd.


Uit: 'Lichtstralen uit het Woord', 2005


Gelovigen terugzien? Vereniging met Christus is het beste
 Zullen we elkaar terugzien? (…) In de Bijbel staan een paar gedeelten die enig licht werpen op dit onderwerp. In 1 Samuël 28 lezen we dat Saul een waarzegster raadpleegt. Wat ik hier wil benadrukken, is dat Samuël tot in detail op de hoogte was van de omstandigheden van Saul en zelfs ook wist wat er met Saul en zijn zonen zou gaan gebeuren. Ook wist hij zich te herinneren wat de oorzaak was van de situatie waarin Saul zich nu bevond.

In het Nieuwe Testament is het nog veel duidelijker: in Lukas 16:19-31, over de rijke man en de arme Lazarus, staat heel wat informatie over de eeuwige toestand na het sterven en over het herkennen van elkaar in de eeuwigheid. Als we commentaren over dit gedeelte lezen, staat er vrijwel zonder uitzondering bij dat deze geschiedenis een gelijkenis is. Maar in dit verhaal zegt Hij: ‘Nu was er een zeker rijk mens ...’ Hoewel de naam van deze man niet werd genoemd, ging het om een bepaalde persoon van vlees en bloed die ergens woonde en die een arme bedelaar op de stoep had zitten die Lazarus heette. Ik ken geen enkele gelijkenis van de Here waarin een persoon met name wordt genoemd.

Dan de drie discipelen die bij de Here Jezus waren toen Mozes en Elia aan hen verschenen: toen de twee weg wilden gaan, werden de discipelen wakker en uit wat Petrus dan voorstelt, om drie tenten te bouwen voor de Here Jezus en voor Mozes en Elia, zien we toch een zekere herkenning.

Overigens is het niet het belangrijkst of we elkaar herkennen. Heen te gaan en met Christus te zijn is verreweg het beste, schrijft Paulus in Filippenzen 1:23.

En de Here Jezus zegt: Vader Ik wil dat waar Ik ben, zij zijn opdat zij Mijn heerlijkheid aanschouwen die U mij gegeven hebt omdat U Mij hebt liefgehad voor de grondlegging der wereld in Johannes 17:24. Geweldig dat we mogen uitzien naar onze vereniging met Hem.

Ingezonden bijdrage van Martien Stam (Veldhoven) 
in het Nederlands Dagblad van 26 november 2018